Het malariavirus wordt overgebracht door de anopheles-steekmug. Die opereert van valavond tot 's morgens en vooral in waterrijke gebieden op het platteland. Voor de verspreiding van dengue is de vrouwelijke aedes aegyptii-mug verantwoordelijk.
...

Het malariavirus wordt overgebracht door de anopheles-steekmug. Die opereert van valavond tot 's morgens en vooral in waterrijke gebieden op het platteland. Voor de verspreiding van dengue is de vrouwelijke aedes aegyptii-mug verantwoordelijk.Die slaat vooral toe overdag en leeft in stedelijke gebieden. Vandaar dat voor veel reizigers die naar Zuidoost-Azië, Midden- of Zuid-Amerika trekken, de kans op dengue vaak groter is dan op malaria. In de lente van dit jaar brak er nog een grote dengueplaag uit in Indonesië en enkele weken geleden maakte het Vietnamese ministerie van Gezondheid onrustwekkende cijfers bekend. Vorig jaar werden er in dat land alleen 84.500 mensen besmet, waarvan er 186 stierven.Dengue komt in verschillende vormen voor. De meest milde en meest frequente daarvan is de gewone denguekoorts. Na een incubatieperiode van ongeveer een week krijgt het slachtoffer koorts, hoofdpijn, spier- en gewrichtspijnen. Vandaar de naam knokkelkoorts. Na enkele dagen - meestal vijf en daarom de tweede benaming vijfdaagse koorts - verdwijnen deze symptomen. De laatste dagen treedt er ook vaak een lichte huiduitslag op. Als alles achter de rug is, kan de patiënt niet gerust ademhalen, want een tweede aanval na ongeveer acht tot negen maanden is niet uitgesloten. Om redenen die totnogtoe niet helemaal zijn achterhaald, kan de schijnbaar onschuldige ziekte omslaan in een meer ernstige variant. Dit is dan onder meer het dengue-shocksyndroom, meestal afgekort op basis van de Engelse benaming DSS. Een DSS-patiënt vertoont alle klassieke verschijnselen van een shock. Bij gebrek aan verzorging leidt de ziekte vaak tot de dood.De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) raamt het aantal slachtoffers te wijten aan dengue nu op 24.000 per jaar en hun aantal stijgt relatief snel. De nog altijd niet afgeremde groei van de steden in de Derde Wereld en het ontstaan van resistente muggen (door gebruik van insecticiden) zouden de kwaal verergeren. De WHO heeft overigens sinds 1993 een speciaal programma lopen voor controle op en preventie tegen dengue. Die preventie is namelijk het enige wapen tegen de knokkelkoorts.Aan een vaccinatie wordt al een viertal jaar gewerkt. Zo lang die er niet is, blijft het dus bij preventie. Met andere woorden: vooral niet afreizen naar een streek waar een dengueplaag is uitgebroken en deugdelijke, insectenwerende middelen gebruiken. Mark Vrijens