Geen paard van Troje
...

Geen paard van TrojeNa een fikse inzinking gaat het er weer behoorlijk hectisch aan toe in de arena van fusies, overnames en allianties. In België blijken vooral van die laatste vorm nog bitter weinig voorbeelden te bestaan. Nochtans genieten juist zij opvallend veel belangstelling van befaamde economen en dito managers. Jack Welch, de redder en strategische bolleboos van General Electric, verklaarde in een rede voor de Harvard Business School : "Allianties maken een groot deel uit van dit mondiale concurrentiespel. De alliantie is het kritische punt als het erom gaat te winnen op wereldschaal. De minst aantrekkelijke manier om op wereldschaal te pogen te winnen, is de gedachte dat je de wereld wel op eigen houtje kunt veroveren." Na een stortvloed van signalerende theoretische werken en case-studies over het onderwerp, verscheen onlangs een veeleer samenvattend boek dat voldoende helder gestructureerd is en gelardeerd werd met praktische voorbeelden. Er ligt meteen al een Nederlandse vertaling in de rekken : Strategische allianties - Een leidraad voor mondiaal ondernemen van Michael Yoshino ( Harvard) en Srinivasa Rangan ( Babson College). Om verwarring te voorkomen, bakenen ze eerst hun terrein af : een strategische alliantie noemen ze een overeenkomst tussen twee blijvend onafhankelijke ondernemingen, die beide waarde toevoegen op strategisch vlak. Ze zijn beide verantwoordelijk voor zowel uitvoering, controle als resultaat. Oorspronkelijk werd de internationale strategie gestroomlijnd door handel. Exporteren, zo luidde de boodschap. Later werd een intern netwerk gecreëerd van ingeplante lokale filialen. De jongste tijd krijgt de uitbouw van een extern netwerk, gebaseerd op strategische allianties, steeds meer aandacht. Vooral in de auto-industrie ontstaat stilaan een kluwen van samenwerkingsverbanden, hoe fel de concurrentie er op andere vlakken ook mag verder woeden. Het illustreert meteen dat zelfs zware concurrenten met elkaar in zee kunnen gaan in bepaalde gebieden of domeinen. De auteurs wijzen er wel op dat men steeds beducht moet zijn voor duistere manoeuvres. Let op dat je geen Trojaans paard binnen de bedrijfsmuren haalt. Juist daarom raden Garry Hamel, CK Prahalad en Yves Doz aan om allianties te mijden als de pest. Yoshino en Rangan staan wel open voor het verschijnsel. Ze verwerpen zowel de agressieve, naïeve als korte-termijnintriges op dit complexe schaakbord. Het komt erop aan niet alleen waterdichte win-win-overeenkomsten te sluiten, maar ook een wakkere alliantiemanager aan te stellen, die voor het bedrijf het reilen en zeilen minutieus opvolgt. Na de diverse vormen en tal van voorbeelden (waaronder het alliantiebeleid van Ford en Motorola), staan de auteurs dan ook lang stil bij de taken en kenmerken van de ideale alliantiemanager. Leerzaam. LUC DE DECKERMichael Yoshina & Srinivasa Rangan, Strategische allianties. Contact, 287 blz., 1200 fr.