Gent is goed voor 175.000 banen. In Oost-Vlaanderen is het daardoor met voorsprong de belangrijkste banenleverancier. Aalst en Sint-Niklaas komen nog niet in de buurt met elk zo'n 35.000 banen. De Gentse biotechcluster telt ongeveer 2000 werknemers. Dat is vanzelfsprekend maar een fractie van de werkgelegenheid in de provinciehoofdstad, maar het zijn wel banen die een rechtstreeks gevolg zijn van de wisselwerking tussen academische kennis en economische opportuniteit. De kenniseconomie in de praktijk met andere woorden.
...

Gent is goed voor 175.000 banen. In Oost-Vlaanderen is het daardoor met voorsprong de belangrijkste banenleverancier. Aalst en Sint-Niklaas komen nog niet in de buurt met elk zo'n 35.000 banen. De Gentse biotechcluster telt ongeveer 2000 werknemers. Dat is vanzelfsprekend maar een fractie van de werkgelegenheid in de provinciehoofdstad, maar het zijn wel banen die een rechtstreeks gevolg zijn van de wisselwerking tussen academische kennis en economische opportuniteit. De kenniseconomie in de praktijk met andere woorden. In de Oost-Vlaamse kenniseconomie speelt de Universiteit Gent een sleutelrol. "We hebben hier het technologiepark waar we een goede combinatie zien van onderzoeksgroepen enerzijds en bedrijven voor wie dat onderzoek relevant is anderzijds", zegt Anne De Paepe. Ze is de rector van de 41.000 studenten die aan de Gentse universiteit zijn ingeschreven. De UGent is een fractie kleiner dan de KU Leuven, maar zit de jongste decennia in een constante groeimodus. Reken de Gentse hogescholen mee en Gent is wellicht Vlaanderens grootste studentenstad, met naar schatting 70.000 studenten. ANNE DE PAEPE. "De jongste jaren versnelt de spin-offbeweging. Er komen er nu elk jaar een tiental bij. Dat succes is niet exclusief het speelterrein van de biotechnologiesector. In elektronica en IT zien we een gelijkaardige beweging. Het klopt dat het wetenschapspark in Zwijnaarde vooral bekend is om de biotechnologie. Maar ook de faculteit Ingenieurswetenschappen is aanwezig op die campus en er is een materialenonderzoekscentrum. Daarom heeft ook ArcelorMittal zijn onderzoekscentrum er gevestigd. En dankzij iMinds staat Gent ook voor ICT op de kaart." DE PAEPE. "Dat klopt, maar de Gentse activiteiten die iMinds groot maakten, zullen in Gent blijven. Net als het onderliggende onderzoek natuurlijk aan de universiteit blijft." DE PAEPE. "In een kenniseconomie heeft alles zijn vervaldatum. Dat is typisch aan innovatie. Maar het betekent tegelijk dat er telkens nieuwe mogelijkheden komen. Innovatief onderzoek bewerkstelligt dat je nieuwe zaken en richtingen verkent. Kijk naar de medische sector. Nieuwe kennis in de genetica leidt tot nieuwe kankertherapieën. En dat biedt kansen voor nieuwe spin-offs, zoals we nu zien in de medische genetische diagnostiek. Opbouw van expertise betekent werkgelegenheid, maar je moet niet denken dat een spin-off voor eeuwig is. Het gaat erom kennis op te bouwen die steeds nieuwe toepassingen kan genereren. Daarin heeft de universiteit een cruciale rol." DE PAEPE. "Tewerkstelling is een belangrijke factor. Maar of 2000 arbeidsplaatsen in vijf middelgrote biotechbedrijven dan wel in twintig kleine bedrijven worden gecreëerd, is een minder relevante vraag. Het doel is dat er werkgelegenheid bijkomt." DE PAEPE. "Dat is belangrijker dan ooit. Het statuut van student-ondernemer ligt me na aan het hart. Er zijn nu eenmaal ondernemende studenten. Waar kunnen ze dat beter bewijzen dan in de ondernemerswereld? De tijd van de universiteit als ivoren toren is voorbij. "We hebben de jongste jaren ook een enorme toename van doctorandussen gekend. Daardoor is het klassieke beeld van een loopbaan aan de universiteit voor wie doctoreert, achterhaald. Het is niet meer mogelijk al die mensen een plaats te geven. Anderzijds geloof ik er sterk in dat een doctoraatsonderzoek een heel productieve periode kan zijn in een mensenleven. Het is belangrijk dat we die boodschap verduidelijken aan de bedrijfswereld. Want een doctoraat is meer dan gespecialiseerde kenniscreatie. Mensen in doctoraatsprogramma's krijgen ook een vorming in vaardigheden die ze in het gewone beroepsleven nodig hebben." DE PAEPE. "In 2015 bedroegen de uitgaven voor onderzoek bij UGent 308 miljoen euro. Daarvan kwam 60 miljoen uit de private sector. De financiering van overheidswege zit aan haar plafond en dus wordt de privésector belangrijker. "Toegepast onderzoek is belangrijk, maar er blijft een fase van fundamenteel onderzoek nodig. De kwaliteit van je toegepaste onderzoek zal altijd slechts de resultante zijn van de kwaliteit van het fundamenteel onderzoek. Heel wat toestellen die we vandaag als innovaties kennen, hebben wortels in fundamenteel onderzoek van vijftig jaar geleden. We mogen niet zo kortzichtig worden dat we enkel nog onderzoek steunen dat binnen de vijf jaar leidt tot een nieuwe iPhone of tot de nieuwste kankerbehandeling. "Trouwens, er is vaak geen tegenstelling tussen fundamenteel en toegepast onderzoek. Je ziet dat succes in het ene het andere in de hand werkt. Fundamenteel onderzoek op topniveau levert vaak ook sterke resultaten in toegepast onderzoek op. Bij UGent zijn we zeker niet bang van meer toegepast onderzoek. Zolang dat niet ten koste gaat van fundamenteel onderzoek." DE PAEPE. "Uiteraard kunnen we kennis vermarkten. We doen dat nog niet voldoende, omdat het nooit onze prioriteit is geweest. In het huidige financiële landschap neemt het belang wel toe. We weten dat onze publieke financiering aan haar plafond zit. We moeten vaker een beroep doen op private financiering en juist daarom is het van belang dat we de valorisatie van onze kennis beter trachten te organiseren. We doen dat ook wel. Onder andere via Qbic, het zaaikapitaalfonds dat Universiteit Gent samen met UA, VUB en VITO heeft opgericht. "Al staan we in Vlaanderen nog aan het begin van dat verhaal. Startende bedrijven vinden relatief makkelijk een paar miljoen euro. De achterstand zit vooral in de kapitaalbehoefte voor bedrijven die moeten groeien. Daar is nog werk aan de winkel. Maar eigenlijk is dat een Europees probleem en geen Belgisch fenomeen." DE PAEPE. "De beslissing om naar het buitenland te trekken, kan vele redenen hebben. Zeker voor de ICT-sector is de beschikbaarheid van durfkapitaal er nu eenmaal groter. Aan de andere kant geeft in sommige gevallen de beschikbaarheid van onderzoekers en studenten de doorslag om in de buurt van de universiteit te blijven. Je ziet vaak dat spin-offs die worden opgekocht toch een vestiging in onze regio behouden." DE PAEPE. "Ik heb de indruk dat het almaar vaker als een positioneringsinstrument opduikt. Sinds twee jaar hebben we een campus in Zuid-Korea. Dat gebeurde op verzoek van de Zuid-Koreaanse overheid. De bedoeling was de braindrain van Koreaans talent naar de VS te stoppen. Een aantal universiteiten werd betrokken bij de start van die campus ten zuiden van Seoel. De Koreaanse overheid vroeg UGent op basis van de Sjanghai-ranking. Daar stonden we toen als enige Belgische universiteit in de top honderd. "Anderzijds blijven we ook de betekenis van die rankings relativeren. De rankings focussen niet allemaal op dezelfde parameters. De Sjanghai-ranking heeft vooral oog voor wetenschappelijke output, in de Times Higher Education spelen zaken als uitstraling, alumniwerking en het relatienetwerk ook mee. En op dat terrein heeft UGent nog wel wat huiswerk." Roeland Byl"Je moet niet denken dat een spin-off voor eeuwig is. Het gaat erom kennis op te bouwen die steeds nieuwe toepassingen kan genereren. Dat is juist waar de universiteit een cruciale rol heeft" "We mogen niet zo kortzichtig worden dat we enkel nog onderzoek steunen dat binnen de vijf jaar leidt tot een nieuwe iPhone of tot de nieuwste kankerbehandeling"