Alle inkomsten van een vennootschap zijn belastbare beroepsinkomsten. Wil dat zeggen dat alle kosten ook aftrekbare beroepskosten zijn? Nee, zo eenvoudig is het niet. Ook het maatschappelijke doel van de vennootschap, dat in de statuten is vastgelegd, speelt een rol.
...

Alle inkomsten van een vennootschap zijn belastbare beroepsinkomsten. Wil dat zeggen dat alle kosten ook aftrekbare beroepskosten zijn? Nee, zo eenvoudig is het niet. Ook het maatschappelijke doel van de vennootschap, dat in de statuten is vastgelegd, speelt een rol. Volgens artikel 49 van het fiscaal wetboek zijn kosten aftrekbaar als werkelijke beroepskosten "wanneer die gemaakt zijn om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden". Dat principe geldt zowel voor de personen- als de vennootschapsbelasting. De belastingplichtige of de vennootschap moet die kosten bewijzen aan de hand van facturen en andere documenten. De fiscus controleert of de uitgaven een beroepskarakter hebben. De belastingadministratie mag geen oordeel vellen over de noodzaak of het nut van beroepsuitgaven, of over de manier waarop het beroep wordt uitgeoefend. Dat betekent bijvoorbeeld dat ze de kosten van een Porsche die de belastingplichtige beroepsmatig gebruikt, niet mag afwijzen met het argument dat hij ook met een goedkopere wagen kan rijden. De fiscus kan wel overdreven kosten verwerpen, als die de beroepsbehoeften op een onredelijke manier overtreffen. Denk aan de situatie dat er veel uitgaven zijn gedaan en er bijna geen inkomsten tegenover staan. Stel dat een doktersvennootschap voor haar zaakvoerder een appartement aan zee als tweede verblijf koopt. Op het eerste gezicht zijn zulke kosten niet aftrekbaar, want het appartement wordt niet beroepsmatig gebruikt. Maar er is een ander fiscaal principe - de bezoldigingstheorie - dat stelt dat de privékosten die een vennootschap maakt, wel aftrekbaar zijn als de vennootschap die betaalt om de zaakvoerders of de bestuurders een privé belastbaar voordeel te geven (zie kader Het belastbare voordeel berekenen). Met andere woorden: als de arts in zijn belastingaangifte een voordeel van alle aard voor het privégebruik van het appartement opgeeft, kan de vennootschap de kosten van het appartement wel fiscaal inbrengen. Die theorie wordt aanvaard door het hoogste rechtscollege, het Hof van Cassatie. Het oordeelde dat "beroepskosten niet inherent moeten zijn aan de maatschappelijke activiteit van een vennootschap zoals die is vastgelegd in het statutair doel om aftrekbare beroepskosten te zijn". Toch geeft dat de vennootschap geen vrijgeleide. Artikel 49 van het fiscaal wetboek blijft van toepassing. Vooraanstaande fiscale experts adviseren dan ook om een belastbaar privévoordeel bij de zaakvoerder of de bestuurder aan te rekenen als de vennootschap een tweede verblijf gratis ter beschikking stelt. Het aangerekende voordeel wordt bij de zaakvoerder of de bestuurder belast als een loon. Het is raadzaam dat voordeel te melden op de loonfiche en er maandelijks bedrijfsvoorheffing op te betalen. CD&V-Kamerleden Servais Verherstraeten, Eric Van Rompuy, Roel Deseyn en Franky Demon hebben een wetsvoorstel ingediend om die regels aan te passen. "De indieners zijn van mening dat het niet fair is dat een aantal constructies - zoals de aankoop van een tweede verblijf - aanleiding geven tot aftrekbaarheid van de kosten in een vennootschap, terwijl dat niet geldt voor gewone belastingplichtigen", zeggen Xavier Piqueur en Tine Bultinck, taxadvisors van de financiële planner Optima. Ze pleiten voor een oorzakelijke band tussen de maatschappelijke activiteit en de aftrekbaarheid van beroepskosten. Xavier Piqueur heeft daar bedenkingen bij. "Steeds vaker worden wegen gezocht om de interpretatie van dat wetsvoorstel af te toetsen. De fiscale rechtbanken gaan drukke tijden tegemoet. Is het niet wenselijk de werkdruk voor de rechtbanken juist te verminderen?" Tine Bultinck: "Door aan de wetgeving te morrelen zou de fiscus bovendien een krachtig wapen in handen krijgen. Stel dat de bedrijfsleider zijn bureau heeft ingericht met designmeubelen of dat hij de allernieuwste iPhone gebruikt voor zijn beroep. Is dat wel nodig? De fiscus kan stellen dat de bedrijfsleider een goedkoper model had moeten nemen. Dat lijkt straffer dan de algemene antimisbruikbepaling." Het wetsvoorstel heeft ook ongewenste neveneffecten. "Opmerkelijk is dat het niet enkel betrekking heeft op de bedrijfsleiders van een vennootschap, maar ook op werknemers die in loondienst werken", zegt Piqueur. "In veel bedrijven krijgt een werknemer een wagen ter beschikking, die hij ook privé gebruikt. Een nieuwe werknemer krijgt doorgaans een goedkopere wagen, terwijl hij na een promotie vaak kan kiezen voor een duurdere prijsklasse. Zijn die hogere kosten volgens het wetsvoorstel nog aftrekbaar? Is het wel noodzakelijk werknemers een bedrijfswagen te geven? Is een upgrade wel nodig? U voelt het zelf, dat wetsvoorstel zorgt niet voor meer duidelijkheid. Integendeel." "We kunnen de indieners van het wetsvoorstel wel begrijpen", zeggen Piqueur en Bultinck. "Er valt ethisch een en ander aan te merken tegen een bedrijfsleider die een luxeappartement aan zee aankoopt met zijn vennootschap. Blijkbaar werkt dat voor de fiscus als een rode lap op een stier. Maar bij Optima vinden we al jaren dat vastgoed voor eigen gebruik het beste privé wordt aangekocht. Dat kan de wetgever fiscaal stimuleren met belastingvoordelen of vrijstellingen van de woonfiscaliteit, registratierechten en successierechten." "Maar het paard achter de wagen is niet de oplossing. Volgens ons is de aftrekbaarheid van beroepskosten niet zozeer een probleem, wel de lage belasting op het voordeel in natura. Het wetsvoorstel zal ongewenste neveneffecten hebben, waar de indieners mogelijk aan voorbijgaan." JOHAN STEENACKERSDe aankoop van een tweede verblijf door een vennootschap voor zijn zaakvoerder ligt onder vuur. De belastingadministratie mag geen oordeel vellen over de noodzaak of het nut van beroepsuitgaven, of over de manier waarop het beroep wordt uitgeoefend.