De Russen komen! De kreet volstond twintig jaar geleden om de Navo en andere defensie-instellingen in staat van alarm te brengen. Anno 2008 is het slechts een nuchtere vaststelling. Steeds meer Russische bedrijven vinden hun weg naar de westerse markten. Gazprom, Rosneft, TNK-BP, Alrosa, Severstal en andere Transnefts bouwen in snel tempo posities op buiten Rusland. Ook in ons land wordt die opmars zichtbaar: de 157 tankstations van Jet - het vroegere Seca - zullen in het rood-wit van Lukoil worden getooid.
...

De Russen komen! De kreet volstond twintig jaar geleden om de Navo en andere defensie-instellingen in staat van alarm te brengen. Anno 2008 is het slechts een nuchtere vaststelling. Steeds meer Russische bedrijven vinden hun weg naar de westerse markten. Gazprom, Rosneft, TNK-BP, Alrosa, Severstal en andere Transnefts bouwen in snel tempo posities op buiten Rusland. Ook in ons land wordt die opmars zichtbaar: de 157 tankstations van Jet - het vroegere Seca - zullen in het rood-wit van Lukoil worden getooid. De Belgische tankstations vormen een onderdeel van een deal waarbij Lukoil in juni vorig jaar 377 Jetvestigingen verwierf in zeven landen. Het Russische energieconcern is intussen actief in 42 landen, en heeft wereldwijd 1,3 % van de totale oliereserves en 2,3 % van de olieproductie in handen. De rood-witte moloch boekte in 2007 een slordige 9,5 miljard dollar (6,46 miljard euro) winst op een geconsolideerde omzet van 82,24 miljard dollar (55,87 miljard euro). Niet slecht voor een bedrijf dat amper zeventien jaar bestaat. Grondlegger van dat imperium is de Azerbeidjaan Vagit Alekperov. Zelf zegt Alekperov dat hij opgroeide in een van olie vergeven omgeving. Vagit stapte op zijn achttiende in vaders voetsporen, als boorarbeider in Kaspmorneft, een Kaspische olieproducent. Amper veertig jaar later zet het Amerikaanse Forbes Magazine hem op de 48ste plaats van 's werelds rijkste mensen, en wordt hij, zoals wel meer rijke Russen, geciteerd als mogelijke investeerder in Engelse voetbalclubs, in zijn geval Birmingham City en Tottenham Hotspur. Alekperov spiegelt zich aan Enrico Mattei, de stichter van het Italiaanse oliebedrijf Eni, die net als hijzelf een staatsbedrijf ombouwde tot een bedrijf dat nog steeds heel Italië van energie voorziet. De Azerbeidjaan wordt omschreven als een daadkrachtige persoonlijkheid, die zorgt voor betere sociale voorzieningen voor zijn medewerkers, maar ook wel duidelijk de lijnen uitzet. Door zijn voorkeur voor ex-militairen als zijn topmedewerkers, wordt binnen het bedrijf aan hem gerefereerd als 'de generaal', 'Alek de Eerste' en 'de Don'. Toen de krant Izvestia in 1997 gedetailleerde beschuldigingen uitte die een aantal Lukoiltoplui koppelden aan georganiseerde misdaad, kocht het bedrijf zich een meerderheid in de raad van bestuur en ontsloeg nagenoeg de halve redactie. De internationale uitbouw van Lukoil pakt hij voorzichtiger aan: hij zoekt steeds het evenwicht tussen de eisen van de markt en die van de binnenlandse politiek. En dus prijkt er op het luxueuze bureau van Alekperov een foto van hemzelf en Vladimir Poetin, die hij al kent van voor hij president werd. Toen Poetin besloot de geprivatiseerde energiebedrijven aan te klagen wegens vermeende achterstallige belastingen - wat uiteindelijk zou leiden tot het faillissement van het oliebedrijf Joekos van de onfortuinlijke Mikhaïl Khodorkovsky - was Lukoil het eerst om te betalen. Net zoals het in 2004 als eerste de benzineprijzen verlaagde, na een oproep van het Kremlin. De theoretische onderbouw voor de multinationale onderneming die Lukoil nu is, legde Alekperov al begin jaren zeventig, toen hij het werk op de boorplatformen van Kaspmorneft combineerde met studies aan het Azerbeidjaanse Instituut voor Olie en Chemie. Daar promoveerde hij in 1974 in de economie met een studie over de verticale integratie van de Russische oliebedrijven. Hij begon aan een blitzcarrière die hem vijf jaar later verantwoordelijk maakte voor het olieveld dat Kaspmorneft uitbaatte. Gevaarlijk werk: op een dag moest hij zwemmen voor zijn leven nadat een ontploffing op zijn olieplatform hem in de Kaspische Zee liet belanden. Twee collega's lieten het leven bij dat ongeluk. Zijn reputatie als expert snelde hem vooruit naar West-Siberië, zowat het Texas van de Sovjet-Unie. Daar werkte hij bij Surgutneftegaz, en vanaf 1985 bij Bashneft. Echt vorm kregen zijn ambities pas twee jaar later, toen hij naar Kogalym werd gestuurd, een Siberische moerasstad met de ietwat lugubere naam 'Het meer waar een man stierf'. In ieder geval brachten de productiestijgingen die hij in Kogalym realiseerde hem onder de aandacht van toenmalig sterke man Mikhaïl Gorbatsjov. Die benoemde hem in 1990 tot viceminister voor de Olie- en Gasindustrie. Alekperov begon zijn plannen ten uitvoer te brengen en voegde de productie-eenheden van Langepas, Urai en Kogalym samen tot één afdeling binnen het ministerie van Olie en Energie. De basis voor Lukoil was gelegd. Toen Boris Jeltsin het in 1993 mogelijk maakte om overheidsbedrijven te privatiseren, greep Alekperov de macht bij Lukoil, door van zijn werknemers de aandelen over te nemen waarmee ze destijds hun loon kregen uitbetaald. Momenteel bezit hij rechtstreeks en onrechtstreeks 16,89 % van de aandelen in Lukoil. Luc Huysmans