De apocalyps van 9/11 ligt alweer vijf jaar achter ons. Door de chaos in Irak, de wederopstanding van de Taliban in Afghanistan en de niet aflatende stroom van bomaanslagen krijgen Al Qaeda en het moslimfundamentalisme zeker in de westerse media de kroon van de overwinning op het hoofd. Westerse regeringen en hun inlichtingendiensten lijken een gevecht tegen de bierkaai te voeren. Of ligt het allemaal wat subtieler? Enkele vaststellingen.
...

De apocalyps van 9/11 ligt alweer vijf jaar achter ons. Door de chaos in Irak, de wederopstanding van de Taliban in Afghanistan en de niet aflatende stroom van bomaanslagen krijgen Al Qaeda en het moslimfundamentalisme zeker in de westerse media de kroon van de overwinning op het hoofd. Westerse regeringen en hun inlichtingendiensten lijken een gevecht tegen de bierkaai te voeren. Of ligt het allemaal wat subtieler? Enkele vaststellingen. Globalisering gaat door. Ten eerste: Al Qaeda & co. schreeuwden voortdurend van de daken dat zij de wereldwijde vrijemarkteconomie als een duivels fenomeen beschouwden, dat met alle middelen moest worden bestreden. De naakte gegevens wijzen op een faliekante mislukking van deze strijd. Sinds 2002 kennen de wereldeconomie en het internationale handelsgebeuren een zelden geziene expansie. In de periode 2002-2006 groeide de wereldeconomie met gemiddeld 4,2 % per jaar. De voorgaande vijf jaar lag dat gemiddelde op 3,6 % en de tien jaar daarvoor (1987-1996) haalde de wereldeconomie een gemiddelde reële groei van 3,3 %. Nooit eerder hebben zoveel meer mensen zich losgemaakt van de zware armoede dan in de afgelopen vijf jaar. De globalisering gaat dus onverdroten voort. Wereldwijde bewegingen van goederen, diensten, kapitaal, technologie en mensen hebben een nooit eerder geziene omvang bereikt. De grootste bedreiging voor de voortzetting van de globalisering (en de vermindering van de wereldwijde armoede) komt niet van terroristen, maar van een complete mislukking van de Doharonde en het daarmee samenhangende gevaar voor een escalatie van het handelsprotectionisme. Moslimregimes vs. terroristen. Ten tweede: de islamitische fundamentalisten hebben er nooit een geheim van gemaakt dat hun finale doelstelling erin bestaat om de huidige regimes in landen als Saoedi-Arabië, Egypte, Jordanië en Pakistan te vervangen door een strikte, op de Taliban geïnspireerde theocratie. Ook dat is tot nu toe totaal mislukt. De repressie van deze regimes tegen de extremisten heeft de voorbije jaren scherpe vormen aangenomen. Het aantal terroristen dat is opgepakt en/of vermoord in deze landen begint een indrukwekkende lijst te worden. Ten derde: Al Qaeda & co. hebben de voorbije jaren enkele forse tegenslagen moeten incasseren. Zo is er natuurlijk het verlies van de bases in Afghanistan en de vrij onverhoopte jacht op terroristen in Pakistan. De pogingen om kernmateriaal en andere massavernietigingswapens in handen te krijgen, lopen moeilijker dan de populaire literatuur terzake suggereert. Onderschepte berichten en e-mails tonen duidelijk aan dat er binnen het moslimfundamentalisme, en binnen Al Qaeda zelf, ook grote tegenstellingen bestaan. De recente verijdeling van enkele aanslagen op vliegtuigen in Heathrow geeft aan dat de infiltratie van de extremistische kringen door westerse inlichtingendiensten verder gaat dan we mochten hopen. Gruwelijke dingen in de pijplijn. Genoeg om victorie te kraaien? Absoluut niet. Wie een erg goed gedocumenteerd boek als The Next Attack: The Failure of the War on Terror and a Strategy for Getting it Right (Times Books, 2005) van Daniel Benjamin en Steven Simon leest, weet dat er mogelijk nog gruwelijke dingen in de pijplijn zitten. Als Al Qaeda morgen de kans krijgt om in hartje Manhattan een atoombom te laten ontploffen of de metro in Parijs vol te pompen met zenuwgas, zal ze niet wachten tot overmorgen. Uit de voorbije jaren hebben we echter twee dingen geleerd. Een: misschien overschatten we de mogelijkheden van deze organisaties. Twee: misschien onderschatten we onze eigen mogelijkheden om preventief op te treden. Misschien, of beter: hopelijk. De auteur is directeur van de denktank VKW Metena. Johan Van Overtveldt