Maandenlang al liggen in het Waalse Pecq veertig roestvrijstalen opslagtanks wezenloos in het gras. Te wachten voor ze worden gevuld met dierlijke vetten van het Vlaamse bedrijf Codeb.
...

Maandenlang al liggen in het Waalse Pecq veertig roestvrijstalen opslagtanks wezenloos in het gras. Te wachten voor ze worden gevuld met dierlijke vetten van het Vlaamse bedrijf Codeb. In 2001 kocht eigenaar en zaakvoerder Karel Debaillie 6000 vierkante meter industriegrond in Pecq. Hij wilde er 3 miljoen euro investeren. Marc D'Haene, de burgemeester van Pecq, had zich bij zijn eerste contact met de Vlaamse investeerder meteen euforisch getoond: " Bravo, enfin un investisseur à Pecq". We zijn intussen twee jaar later. Karel Debaillie heeft weliswaar zijn grond, maar nog steeds geen bouw- en exploitatievergunning. "In Wallonië hebben ze nu zelfs de onvermoeibaren moe gemaakt," zegt hij. "We overwegen om naar Zeeland te gaan, waar we wél met open armen zullen worden ontvangen."Codeb was in 1989 een van de eerste Vlaamse investeerders die naar Moeskroen trokken. Toen uitbreiden ook daar niet langer kon, wendde Debaillie zich in 2001 naar het even verderop gelegen Pecq. Vanuit Pecq kunnen zeehavens en dus verre exportmarkten worden bediend. Codeb heeft een unieke technologie ontwikkeld om dierlijke vetten te filteren. Het bedrijf is qua rentabiliteit de nummer drie van de sector (na Vandemoortele en Procter & Gamble), iets wat het vooral te danken heeft aan zijn zelf ontwikkelde filtertechniek waarbij eiwitten van dierlijk vet worden gescheiden. Die 'uitgefilterde eiwitten' worden onder meer gebruikt in de cementindustrie. De cruciale vraag daarbij is of de eiwitten - afkomstig van dierlijke vetten - nog kunnen worden beschouwd als dierlijk afval of niet. De topambtenaren van het Office Wallon des Déchets (OWD) - de tegenhanger van de Openbare Vlaamse Afvalstoffen Maatschappij (Ovam) - antwoorden op die vraag met 'ja'. En dus zegt het OWD: Codeb mag in Pecq aan de slag, maar dan moet het wel waarborgen geven "voor het geval het bedrijf op een dag de site in Pecq zou verlaten". Die waarborg - 1 miljoen euro - breekt de KMO zuur op. "Als wij naar Pecq komen, is het toch om te blijven en niet om met de noorderzon weer te vertrekken," zegt Karel Debaillie. "Wij zijn langetermijninvesteerders, zoals we eerder ook in Moeskroen hebben bewezen. Aangezien het dossier geblokkeerd blijft, moet ik maandelijks 75.000 euro betalen om elders in opslagruimte te voorzien. Bovendien worden nergens in de Europese Unie van de overheid dezelfde waarborgen geëist. Codeb heeft intussen, nog vóór het echt aan de slag kan gaan in Pecq, al 2 miljoen euro voor niets betaald aan de Waalse staatskas." Op 3 januari 2003 werd het investeringsdossier ingediend bij de Bestendige Deputatie van Henegouwen. Sindsdien ontspon zich een kat-en-muisspelletje tussen de potentiële investeerder en een handvol bevoegde diensten. Elk nieuw ingestuurd dossier - met stavingstukken - werd in Namen telkens weer afgekeurd als incomplet. Zelfs gesprekken in Namen hielpen Karel Debaillie geen stap vooruit. Tijdens de recente Jaarbeurs in Gent hoorde Karel Debaillie nog hoe welkom Vlaamse ondernemers wel zijn in la Wallonie, terre d'acceuil. Op de kabinetten van de Waalse excellenties Serge Kubla (MR, Economie) en Michel Foret (MR, Milieubeleid) werd de Vlaming Debaillie naar eigen zeggen hoffelijk ontvangen en kreeg hij ook telkens een bemoedigend schouderklopje mee. "Het zou allemaal wel loslopen." Maar dat doet het dus niet. Karel Debaillie: "Eind deze maand beslis ik of ik in Wallonië blijf of naar Vlissingen vertrek." Bij het Office Wallon des Déchets zegt diensthoofd André Anciaux: "De vraag of dit afval is of niet wordt al gesteld sinds 1975. Er bestaat veel Europese rechtspraak over deze materie en wij hebben ons daarop gebaseerd. Ook al weet ik dat andere Europese landen die rechtspraak anders interpreteren. Welnu, die landen zijn naar onze mening fout." Karel Cambien