De eerste generatie van de Astra kwam in 1991 op de markt. Sindsdien zijn er meer dan 10 miljoen exemplaren van gebouwd. Daarmee is de compacte middenklasser de succesvolste Opel in de geschiedenis van het merk. Het huidige model is in 2015 gelanceerd en kreeg onlangs een facelift. Hier en daar zien we de gebruikelijke retouches, zoals discrete wijzigingen aan het radiatorrooster en de motorkap. Opel meldt dat de ingenieurs ook wat aan het onderstel hebben gesleuteld. Maar de grote ve...

De eerste generatie van de Astra kwam in 1991 op de markt. Sindsdien zijn er meer dan 10 miljoen exemplaren van gebouwd. Daarmee is de compacte middenklasser de succesvolste Opel in de geschiedenis van het merk. Het huidige model is in 2015 gelanceerd en kreeg onlangs een facelift. Hier en daar zien we de gebruikelijke retouches, zoals discrete wijzigingen aan het radiatorrooster en de motorkap. Opel meldt dat de ingenieurs ook wat aan het onderstel hebben gesleuteld. Maar de grote verschillen zitten onder de motorkap. Gaat u voor benzine, dan is het alleen nog kiezen uit driecilinders, met een inhoud van 1,2 of 1,4 liter. Voor dieselrijders is er maar één optie: de viercilinder van 1,5 liter. De bedoeling van die ingreep is het gemiddelde verbruik en de CO2-emissie te drukken. Sinds 2020 mogen de automerken met hun totale assortiment niet meer uitstoten dan gemiddeld 95 gram CO2 per kilometer. Alle vernieuwde motoren zijn van Opel-makelij, wat volgers van de autosector kan verrassen, aangezien Opel in 2017 werd overgenomen door de PSA-groep van Peugeot en Citroën. Maar daar is een technische verklaring voor: het is een facelift van een bestaande Opel en geen nieuw model. Om er motoren van PSA-makelij in te lepelen, waren te ingrijpende en dus te dure aanpassingen nodig. En een compleet nieuwe Astra bouwen, zal in de toekomst ook niet meer gebeuren: de volgende generatie zal een aangepaste versie zijn van de Peugeot 308, de compacte middenklasser van het Franse zustermerk. Net zoals de onlangs gelanceerde nieuwe Opel Corsa eigenlijk een Peugeot 208 is. Gemeenschappelijke producten bouwen is tenslotte de finaliteit van de fusies in de autosector. We trokken eropuit met de instapdiesel van 105 paarden en proefden van een fijn rijdende middenklasser. Het onderstel van de wagen biedt de inzittenden een heel behoorlijk comfortniveau. Als het wat sneller gaat, volgt het dynamisch afgestelde chassis moeiteloos. Het enige minpunt is de akoestische beleving van de turbodiesel: vooraleer hij op kruissnelheid komt, is de wagen best wel lawaaierig, in ieder geval meer dan de versie van 1,6 liter die hij vervangt. Af en toe kan dat storend zijn.