Gilbert Mottard was begin de jaren negentig PS-minister. In zijn memoires vertelt hij hoe hij als minister werd gedropt op een kabinet. Hij kreeg van de partij een kabinetschef toegewezen, nog voor hij wist welke bevoegdheden hij in zijn ministerportefeuille had. Ze maakten aangenaam kennis, schudden elkaar de hand en de machtsverhoudingen waren gezet.
...

Gilbert Mottard was begin de jaren negentig PS-minister. In zijn memoires vertelt hij hoe hij als minister werd gedropt op een kabinet. Hij kreeg van de partij een kabinetschef toegewezen, nog voor hij wist welke bevoegdheden hij in zijn ministerportefeuille had. Ze maakten aangenaam kennis, schudden elkaar de hand en de machtsverhoudingen waren gezet. Het doet denken aan de nog steeds populaire BBC-serie ' Yes Minister'. Op ludieke wijze werd de spot gedreven met de onwetende minister die telkens weer door zijn kabinetschef in het ootje werd genomen. De eerste dacht aan zijn populariteit, de tweede aan zijn machtsbestendiging. Waarom houdt een minister dan vast aan een kabinetschef? "Dat is historisch gegroeid," aldus Annie Hondeghem, professor overheidsmanagement aan de KU Leuven: "De ministers hebben altijd een beroep willen doen op een entourage waarop ze blindelings kunnen vertrouwen. De administratie kan wel loyaal zijn, maar een minister zoekt bondgenoten die er dag en nacht voor hem staan en in 'de zaak' geloven. Zoiets kan je niet van de administratie verlangen." Die kabinetsmentaliteit zit verankerd in ons Belgische bestel. De vele pogingen om daar aanpassingen aan te doen, zijn op niets uitgedraaid. Op federaal vlak wilde premier Guy Verhofstadt ( VLD) er komaf mee maken en hij schafte de kabinetten af. Pro forma weliswaar. In de plaats kwamen federale overheidsdiensten, de FOD's in het Wetstraatjargon, die kleiner en efficiënter dan kabinetten moesten werken. In de praktijk stonden net dezelfde personen aan het hoofd van de FOD's als bij de kabinetten indertijd. Dit keer als 'directeur-generaal van de FOD' in plaats van 'kabinetschef'. Ook op Vlaams vlak werd aan de kabinetsformule gesleuteld, maar de naam kabinet bleef bewaard. De operatie ' Beter Bestuurlijk Beleid' moest de Vlaamse tegenhanger van die federale Copernicus-hervorming worden. Hondeghem: "De idee was om de administratie zodanig te versterken dat kabinetten overbodig zouden worden. Zo zou een kabinet nog alleen dienen om het beleid van de Vlaamse regering te coördineren." Veel is er, behalve een kabinetsuitbreiding, niet uit de bus gekomen, want op het moment dat toenmalig minister-president Patrick Dewael (VLD) overstapte naar het federale niveau, verklaarde hij dat de Vlaamse administratie weer dringend onder het primaat van de politiek moest komen. De ambtenaren waren plots te onafhankelijk gaan werken.