Het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika, kortweg het AfricaMuseum, heropent dit weekend. De renovatie sleepte langer aan dan verwacht, waardoor directeur Guido Gryseels moest wachten om met pensioen te gaan. Het Gentse bureau Stéphane Beel Architecten pakte de restauratie, de renovatie en de uitbreiding aan. De plek is uiterst belade...

Het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika, kortweg het AfricaMuseum, heropent dit weekend. De renovatie sleepte langer aan dan verwacht, waardoor directeur Guido Gryseels moest wachten om met pensioen te gaan. Het Gentse bureau Stéphane Beel Architecten pakte de restauratie, de renovatie en de uitbreiding aan. De plek is uiterst beladen omdat ze verweven is met de Belgische koloniale geschiedenis. Het neoklassieke museumgebouw dateert van 1910. Het was maar één realisatie in een veel ruimer architecturaal masterplan van koning Leopold II. Zijn megalomane Cité Coloniale moest ook nog een congrescentrum en een school herbergen. De vorst zag het AfricaMuseum als een propaganda-instrument voor het koloniale avontuur van België. Het instituut verzamelde kunstobjecten, muziek en gebruiksvoorwerpen uit de kolonie, maar deed ook wetenschappelijke onderzoek. De tijdsgeest haalde de instelling in. Ze kreeg door haar koloniale verleden veel kritiek. De uitdaging voor Gryseels was niet min, toen hij in 2013 de verbouwingswerken aanvatte: hij moest Afrika op een kritische en hedendaagse manier benaderen in een historisch gebouw, dat beschermd is én een koloniale stempel draagt. Maar met de opening zal het aloude debat van de restitutie opnieuw opflakkeren: moet het AfricaMuseum zijn koloniale schatten niet teruggeven? Waarom zitten de topstukken van de Afrikaanse kunst in westerse handen? Onder Mobutu zijn al beperkte teruggaves gebeurd. Dat is misschien nog de grootste uitdaging van het nieuwe gebouw: hoe oriënteert de collectie zich internationaal? Gaat het de dialoog aan met andere musea, ook in Afrika?