Bij de invoering van de digitale meter beloofden de voormalige Vlaamse ministers van Energie Bart Tommelein en Lydia Peeters (beiden Open Vld) dat het principe van de terugdraaiende teller voor eigenaars van een digitale meter nog vijftien jaar zou blijven bestaan. Maar op 1 maart maakte een arrest van het Grondwettelijk Hof een einde aan die belofte. Met de terugdraaiende meter betalen mensen voor hun nettoverbruik op jaarbasis: de stroom die ze in de loop van het jaar op het net hebben gezet, wordt bij de jaarlijkse afrekening in mindering gebracht. Veel Vlamingen installeerden genoeg zonnepanelen om hun nettoverbruik tot nul te reduceren.
...

Bij de invoering van de digitale meter beloofden de voormalige Vlaamse ministers van Energie Bart Tommelein en Lydia Peeters (beiden Open Vld) dat het principe van de terugdraaiende teller voor eigenaars van een digitale meter nog vijftien jaar zou blijven bestaan. Maar op 1 maart maakte een arrest van het Grondwettelijk Hof een einde aan die belofte. Met de terugdraaiende meter betalen mensen voor hun nettoverbruik op jaarbasis: de stroom die ze in de loop van het jaar op het net hebben gezet, wordt bij de jaarlijkse afrekening in mindering gebracht. Veel Vlamingen installeerden genoeg zonnepanelen om hun nettoverbruik tot nul te reduceren. "De discussie duurt al tien jaar", weet professor Jan Desmet (UGent). "De Vlaamse overheid is haar boekje te buiten gegaan. Er zitten federale heffingen in de elektriciteitsfactuur, gebaseerd op het verbruik in kilowattuur (kWh). Door de terugdraaiende meter mist de federale overheid inkomsten. De politici hebben de mensen een rad voor de ogen gedraaid. Ze hadden moeten zeggen dat zonnepanelen altijd een voordeel opleveren, zonder een vast rendement te garanderen. Sommige mensen zullen door lagere elektriciteitsfacturen hun investering na acht à tien jaar terug hebben, anderen pas na vijftien of twintig jaar." Een eerste correctie op de terugdraaiende meter kwam er in 2015 met het prosumententarief. Om het elektriciteitsnet als een grote, virtuele batterij te mogen gebruiken moeten eigenaars van zonnepanelen een forfaitaire vergoeding van gemiddeld 88,63 euro betalen, vermenigvuldigd met het vermogen van de omvormer. Er zijn grote regionale verschillen in het prosumententarief: van 72,25 euro in Limburg tot 112,42 euro in sommige gemeenten in Oost- en West-Vlaanderen (Gaselwest). Een tweede correctie komt er nu: de terugdraaiende meter gaat op de schop. De getroffen eigenaars van zonnepanelen kunnen een retroactieve investeringspremie aanvragen bij de Vlaamse overheid. Op de website energiesparen.be kunnen ze uitvissen op welke premie ze recht hebben. De bedoeling is dat mensen met zonnepanelen en een digitale meter dankzij die premie toch nog 5 procent rendement op hun investering halen. Voor Kris Voorspools, specialist energiemarkt bij 70GigaWatt Consulting, was het altijd duidelijk dat de terugdraaiende teller tijdelijk zou zijn, omdat de logica erachter compleet verkeerd zat. Maar de politiek heeft er met haar beloftes een knoeiboel van gemaakt. "Ik begrijp niet waarom er 5 procent rendement moet zijn", zegt Voorspools. "Zonnepanelen zijn een goede investering. Met beleggingen in aandelen heb je ook niet elk jaar 5 procent rendement." "Zonnepanelen blijven financieel interessant", benadrukt ook Mark Van Hamme, de woordvoerder van de energieleverancier Eneco. "Zelfs met een digitale meter bespaar je op je energiefactuur. Het kan misschien wel dubbel zo lang duren om een investering van 4000 à 5000 euro in zonnepanelen terug te verdienen. Met de terugdraaiende teller was de terugverdientijd erg kort: zeven à acht jaar." Er zijn ook voordelen. In het nieuwe systeem wordt het interessanter het dak vol te leggen en zo veel mogelijk zonne-energie te produceren. De eigenaars van zonnepanelen krijgen een vergoeding voor alle overschotten aan elektriciteit die ze op het net zetten, terwijl ze er vroeger enkel hun eigen factuur mee konden doen dalen. In het systeem met de digitale meter betalen de mensen met zonnepanelen geen prosumententarief meer, maar de normale heffingen. Ze betalen ook, net als iedereen, voor de stroom die ze van het net halen. Voor de stroom die ze op het net zetten, krijgen ze een vergoeding, maar dat injectietarief is de helft lager dan het afnametarief. Pieter Gysel van Eneco geeft toe dat het marktconforme injectietarief "een pak minder" is "dan een volledige compensatie via de terugdraaiende teller". Desmet vergelijkt het met prijzen in de winkel en prijzen bij de groothandelaar. "De afhandeling van elektriciteit van productie tot consumptie heeft een kostprijs." Behalve het verschil tussen injectie- en afnametarief komen er ook nog netkosten bij op de factuur voor elk afgenomen kilowattuur. Desmet: "Iedereen heeft recht op elektriciteit. De maatschappij draagt mee de kosten van elektriciteitskabels naar alle uithoeken van het land. Daarnaast heb je nog budgetmeters en energiepremies voor mensen die hun factuur niet kunnen betalen. De prijs van energie is goed voor ongeveer 28 procent van de elektriciteitsfactuur van de consument, de netkosten voor 60 procent en de heffingen voor 12 procent." Om de publicatie van het arrest in het Staatsblad voor te zijn, registreerde de netbeheerder de meterstanden om middernacht, van 28 februari op 1 maart. De standen werden doorgegeven aan de energieleveranciers. "De klanten met zonnepanelen én een digitale meter krijgen in april een tussentijdse afrekening", legt Van Hamme uit. "Die factuur kan voor sommigen oplopen tot enkele honderden euro's meer dan ze gewend zijn. Denk aan mensen die nog maar enkele maanden geleden de vorige lezing van hun meterstand hebben gehad. Zij kunnen hun winterverbruik niet meer compenseren. Klanten die elk jaar hun afrekening in de lente krijgen, hebben meer geluk." In koude en donkere wintermaanden verbruiken mensen meer elektriciteit. Tegelijkertijd leveren zonnepanelen dan veel minder energie op dan in de periode april-oktober. Voorspools legt uit dat Fluvius in het belang van de consument heeft gehandeld. "De meterstand op 28 februari opnemen of op 1 maart maakt in de meeste gevallen een verschil van 200 à 250 euro, omdat het arrest retroactief werkt." Zonder de tijdelijke afrekening zou het principe van de digitale meter op de volledige volgende jaarfactuur van toepassing zijn. Met de tussentijdse afrekening enkel op het deel vanaf 1 maart. De tussentijdse afrekening is een momentopname, die niets zegt over de rendabiliteit van de zonnepanelen. Om de elektriciteitsfactuur de komende jaren zo laag mogelijk te houden, moeten mensen hun gedrag aanpassen en zo veel mogelijk hun eigen elektriciteit gebruiken. "Als een eigenaar van een zonnepaneleninstallatie erin slaagt 50 tot 60 procent van zijn opgewekte energie te gebruiken, is hij of zij niet per se slechter af met een digitale meter", meent Van Hamme. Voorspools: "Van 30 naar 40 procent gaat vrij gemakkelijk, van 40 naar 50 procent al moeilijker en 100 procent is een utopie." "Er spelen zo veel verschillende parameters een rol, vanaf de oriëntatie van de zonnepanelen tot het al dan niet hebben van een droogkast bijvoorbeeld", vindt Desmet. "Er zullen mensen zijn die er financieel op vooruitgaan en er zullen er zijn die erop achteruitgaan." Zowel Desmet als Voorspools ergert zich aan vergelijkingen, omdat de beginsituatie ¬ de terugdraaiende meter ¬ vanaf de conceptie niet goed ineenzat en onhoudbaar was. Volgens de meeste energiespecialisten is het onmogelijk de impact van de overstap naar de digitale meter te concretiseren. Eneco doet op ons verzoek toch een poging (zie kader Vergelijking stroomfactuur). "Er moet in elk geval een gedragsverandering komen, een beetje zoals die ook met de dag- en nachttellers is doorgevoerd", zegt Van Hamme. De zon schijnt het meest tussen 10.30 en 14.30 uur, dus is het raadzaam de wasmachine, de droogkast of de vaatwasmachine dan te doen werken. De meeste moderne toestellen zijn programmeerbaar. In theorie is er nog meer mogelijk, zoals een slimme warmtepomp die een graadje extra verwarmt als er elektriciteit van de zonnepanelen voorhanden is en een graadje minder als de elektriciteit van het net moet komen. "Ook warmtepompen werken met een buffer. Je kunt die buffer aansturen met een digitale meter, zodat je de weinige zonne-energie die je in de winter hebt, optimaal inzet om je huis te verwarmen. Heel wat van de koude dagen die we in februari hebben gehad, waren zonnige dagen. Op die manier werkt een warmtepomp als een batterij", legt Voorspools uit. Andere manieren om het eigen verbruik op te drijven vergen extra investeringen, die ook weer terugverdiend moeten worden. Gysel spreekt over een kleine thuisbatterij met een capaciteit van zo'n 2 kilowattuur. "Stel dat je zonnepanelen per jaar 3800 kilowattuur elektriciteit produceren. Dat stemt overeen met het gemiddelde elektriciteitsverbruik van een Vlaams gezin. Met zo'n batterij kun je vrij gemakkelijk van 28 naar 48 procent zelfconsumptie gaan. Reken op een extra kostprijs van 2500 euro voor mensen die al zonnepanelen hebben, of 1250 euro als ze de batterij samen met de zonnepanelen installeren", zegt Gysel. "De Vlaamse overheid zal grosso modo 684 euro terugbetalen van een investering van 2500 euro in een batterij van 2,28 kilowattuur." Voorspools gelooft niet in thuisbatterijen. "Je kunt met een batterij je energieverbruik in de loop van een dag of misschien zelfs een week optimaliseren. Het probleem dat zonnepanelen vooral energie produceren in de zomer en wij vooral energie consumeren in de winter, los je er niet mee op." Tot voor kort kregen woningen met zonnepanelen op het dak voorrang bij de installatie van de digitale meter, maar dat is niet langer het geval. Mensen kiezen niet zelf wanneer ze overstappen van de terugdraaiende naar de digitale meter. Tussen nu en 2029 zouden overal in Vlaanderen digitale meters worden geplaatst. Het tijdstip hangt af van de gemeente en de straat waar de verbruiker woont. Met het EAN-nummer van de elektriciteitsmeter kunnen consumenten op de website van Fluvius nagaan wanneer ze aan de beurt zijn. Wie graag sneller een digitale meter wil, betaalt 88 euro voor de plaatsing en de activering ervan. Door alle weerstand tegen de digitale meter wordt nu overwogen om de nieuwe 'capaciteitstarieven', die normaal in 2022 van kracht zouden worden, met een halfjaar uit te stellen. Volgens de specialisten is de angst voor die capaciteitstarieven overtrokken. Voorspools: "Consumenten zullen betalen voor het gebruik van het net, afhankelijk van hun piekverbruik. Wie veel toestellen die veel elektriciteit nodig hebben tegelijk gebruikt, zal een hoger piekverbruik hebben en meer betalen. Mensen zullen nog altijd kunnen koken en tegelijk een was laten draaien, maar ze zullen er financieel voordeel mee doen om bijvoorbeeld hun wasmachine te programmeren voor ze naar hun werk vertrekken." Desmet voegt eraan toe: "Die nieuwe manier van tariferen zal voor de enen tot een verlaging van het tarief leiden en voor de anderen tot een verhoging." De bedoeling is wel dat de som van alle betalingen ongeveer gelijk blijft. Desmet legt de logica achter de hervorming van het tarief uit. "Als je een vliegmaatschappij vraagt de stoel naast jou leeg te laten, moet je voor die stoel betalen, want de maatschappij kan het zitje aan niemand anders verkopen. In een buitenverblijf verbruik je enkel in het weekend of in de vakantie elektriciteit. De lage energiekosten zijn dan ontoereikend om de kosten voor de gemeenschap mee te dragen."