Supersportmotoren -- 1000 cc vier- en tweecilinders -- lijken zo van het racecircuit geplukt. Voor veel merken zijn het imagomotoren, die het toppunt van hun technische kennis tonen. Zulke machines -- een vermogen van 150 pk is geen uitzondering -- halen topsnelheden van ver boven 200 kilometer per uur. In vijf seconden trekken ze op tot 100 kilometer per uur. En dan zit je nog maar in de eerste van de zes versnellingen.
...

Supersportmotoren -- 1000 cc vier- en tweecilinders -- lijken zo van het racecircuit geplukt. Voor veel merken zijn het imagomotoren, die het toppunt van hun technische kennis tonen. Zulke machines -- een vermogen van 150 pk is geen uitzondering -- halen topsnelheden van ver boven 200 kilometer per uur. In vijf seconden trekken ze op tot 100 kilometer per uur. En dan zit je nog maar in de eerste van de zes versnellingen. Op de weg zijn die snelheden niet toegelaten. De enige plaatsen waar je met zo'n motor tot het uiterste kunt gaan, zijn de Duitse autosnelwegen, de wegen buiten de bebouwde kom op het eiland Man en permanente circuits. Het voordeel van die circuits is dat iedereen er dezelfde richting op gaat, dat de staat van het wegdek goed is en dat er begeleiding is. Ons land heeft drie permanente circuits waar motorliefhebbers met hun motor kunnen rijden tijdens zogenoemde trackdays. De deelnemers rijden op die dagen vier à zes sessies van 20 minuten. Doorgaans wordt de eerste keer een initiatie gegeven, al is het maar om te weten wat de betekenis is van de vlaggen die de baancommissarissen bij incidenten opsteken. Oud-wereldkampioen endurance Stéphane Mertens organiseert sinds 2010 trackdays met zijn Mertens Riding School op het kleine circuit van Mettet, tussen Namen en Charleroi. Volgens Mertens maken twee groepen gebruik van zijn rijschool. De ene groep zijn wedstrijdrijders en motards die meerdere keren per jaar komen om hun motor uit te testen of gewoon om het plezier van het circuitrijden te ervaren. "Ze leren bij op de racebaan en kunnen er dingen doen die op de openbare weg niet mogen. Ze komen puur voor het sturen", zegt Mertens. Het segment van de supersportmotoren in de inschrijvingen is de afgelopen jaren gekrompen tot iets meer dan 3 procent, maar dat wil niet zeggen dat de verkopen evenredig zijn gedaald. Mark Opde Beeck, marketingmanager van de Yamaha-importeur D'Ieteren Sport, schat dat 30 procent van de supersportmotoren enkel voor circuitgebruik wordt gekocht en niet wordt ingeschreven. De tweede groep wordt gevormd door motorrijders die normaal op de weg rijden en naar het circuit komen om hun rijvaardigheid te verbeteren, en niet om toptijden neer te zetten. Veel toermotoren hebben een vermogen tot ver boven 100 pk. Mertens: "Ze willen de limieten van hun machine leren kennen. Aan het begin van de dag zijn ze wat bang, maar naarmate de uren verstrijken, groeit hun vertrouwen. Ze leren beter remmen en leren de goede lijnen in de bochten kennen. Ze ervaren dan een ander soort plezier dan op de weg: het plezier van eens echt te accelereren, van zich te kunnen concentreren op de lijn in de bocht. Daarna rijden ze beter op de openbare weg, zonder sneller of harder te rijden." Thomas Vanoutryve is marketingmanager van Suzuki-België en heeft al vaak een supersportmotor de sporen gegeven op een circuit. Hij moet toegeven dat de adrenaline dan stroomt. "Maar het is ook beter leren omgaan met de motor. Je leert hoe die reageert in extreme omstandigheden, of wat je moet doen bij een onverwacht manoeuvre. Het is ook de strijd met jezelf: sneller gaan zonder je veiligheidsmarge te verkleinen." Ad van Poppel