Toen Adolf (Adi voor de vrienden) Dassler in 1920 zijn bescheiden schoenfabriek oprichtte, werkten er drie mensen. Twee van hen trapten om de beurt op de pedalen van de fiets waarmee elektriciteit gemaakt werd voor een polijstmachine. Ondertussen maakte Adi de schoenen met de hand. Het materiaal zocht hij her en der. Repen leer werden van legerhelmen en broodtassen losgesneden. Van gescheurde parachutes werden pantoffels gemaakt. Net na de Eerste Wereldoorlog was alles schaars, zeker in het Beierse provinciestadje Herzogenaurach.
...

Toen Adolf (Adi voor de vrienden) Dassler in 1920 zijn bescheiden schoenfabriek oprichtte, werkten er drie mensen. Twee van hen trapten om de beurt op de pedalen van de fiets waarmee elektriciteit gemaakt werd voor een polijstmachine. Ondertussen maakte Adi de schoenen met de hand. Het materiaal zocht hij her en der. Repen leer werden van legerhelmen en broodtassen losgesneden. Van gescheurde parachutes werden pantoffels gemaakt. Net na de Eerste Wereldoorlog was alles schaars, zeker in het Beierse provinciestadje Herzogenaurach. Met als enige inbreng een schrijfmachine trad Adi's oudere broer Rudolf, die in de loopgraven rond Ieper gevochten had, toe tot de vennootschap, die herdoopt werd tot Gebrüder Dassler. Op dat ogenblik, in 1924, loopt Kwaad bloed echt van stapel. Enthousiast, gedetailleerd, secuur en met de nodige zin voor drama heeft de Nederlandse journaliste Barbara Smit de turbulente geschiedenis van de activiteiten van de broers Dassler gereconstrueerd. Adi (1900) was een minzame, introverte vakman, die al zijn energie in het vervaardigen van kwaliteit stopte. Rudolf (1898) ontpopte zich tot een flamboyante, pralerige man, hij hield van luxe en snelheid, was een natuurlijke leider en geboren verkoper. Vreemd genoeg lag dat net andersom bij de vrouwen. Adi trouwde met een ambitieuze, koppige vrouw, die een grote rol in het bedrijf zou spelen. Rudolfs echtgenote bleef als huisvrouw op de achtergrond (en tolereerde de slippertjes van haar man). Met zulke tegengestelde karakters bleven botsingen niet lang uit. Toch kwamen ze nog overeen zich toe te spitsen op sportschoenen. De komst van de nazi's met hun voorliefde voor lichaamsbeweging deed de zaak floreren. De broers werden lid van de nazipartij, maar dat weerhield Adi er niet van om de zwarte Amerikaanse atleet Jesse Owens op de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn schoenen te bezorgen - tot grote ergernis van Hitler. Dat gebaar waren de Amerikaanse bezettingstroepen na de Tweede Wereldoorlog niet vergeten, waardoor Adi de fabriek kon heropstarten. Zware beschuldigingen van de broers over en weer brachten die heropstart echter in het gedrang. De breuk werd onafwendbaar. In april 1948 stichtte Adi Dassler Adidas, terwijl Rudolf op de andere oever van de rivier Aurach met Puma van start ging. De rivier was de grens die het stadje in twee kampen verdeelde. Ook daarbuiten woedde de concurrentie zo zwaar, dat de tweede generatie de opkomst van Nike en de joggingrage niet eens zag aankomen. De bedrijven gingen bijna kopje onder en de families verkochten hun aandelen. Voor veel te weinig geld, zo blijkt vandaag, nu de twee merken opnieuw volop floreren. Op het WK voetbal leveren ze schoenen en kleding aan 18 van de 32 landenploegen. Barbara Smit, Kwaad bloed. Bert Bakker, 391 blz., 19,95 euro.Luc De Decker