Sinds hij in mei 2014 zijn functie opnam, heeft Narendra Modi zich ontpopt tot India's meest dominante eerste minister sinds mensenheugenis. Alle macht zit in zijn ambt, zijn kabinet is gehoorzaam en de oppositie lijkt wel verpletterd. Hij is populair en wil de economie moderniseren en misschien ook verder liberaliseren. Omdat hij geld tekortkwam voor een grote campagne van nieuwe infrastructuurwerken, besteedde hij de eerste maanden van zijn ambtstermijn aan een wervelende diplomatieke activiteit, waarbij hij buitenlands kapitaal trachtte los te weken om de economie een duwtje in de rug te geven. Hij benaderde onder meer Japan, China en de Verenigde Staten en hij wil dat buitenlanders spoorwegen, havens, fabrieken en 'slimme steden' bouwen, te beginnen in 2015.
...

Sinds hij in mei 2014 zijn functie opnam, heeft Narendra Modi zich ontpopt tot India's meest dominante eerste minister sinds mensenheugenis. Alle macht zit in zijn ambt, zijn kabinet is gehoorzaam en de oppositie lijkt wel verpletterd. Hij is populair en wil de economie moderniseren en misschien ook verder liberaliseren. Omdat hij geld tekortkwam voor een grote campagne van nieuwe infrastructuurwerken, besteedde hij de eerste maanden van zijn ambtstermijn aan een wervelende diplomatieke activiteit, waarbij hij buitenlands kapitaal trachtte los te weken om de economie een duwtje in de rug te geven. Hij benaderde onder meer Japan, China en de Verenigde Staten en hij wil dat buitenlanders spoorwegen, havens, fabrieken en 'slimme steden' bouwen, te beginnen in 2015. Dat is echter ook het jaar waarin het enthousiasme over de nieuwe leider en zijn hoogst persoonlijke regeerstijl, kan beginnen af te nemen. Vroeger volstond het dat Modi stoutmoedige plannen aankondigde om het enthousiasme gaande te houden. Maar nu moet hij stilaan voor de dag komen met substantiële veranderingen. Het is voor hem een geluk dat slechts een enkele grote deelstaat, Bihar, in 2015 verkiezingen houdt. Dat betekent dat India voor een keer de partijpolitiek kan vergeten en kan focussen op wat er te doen staat. De economie is de grootste klus. Het is vooral uitkijken naar februari of maart, als minister van Financiën Arun Jaitley zijn eerste volledige begroting voorstelt. Zijn interim-poging in juli maakte weinig indruk. Ze miste afdoende hervormingen, versoepelde slechts deels de beperkingen op buitenlandse investeringen in de verzekerings-, defensie- en spoorwegsectoren en oogde in het licht van de enorme verkiezingsoverwinning veel te voorzichtig. Al even teleurstellend was het dat India in dezelfde maand een overeenkomst om de wereldhandel te vergemakkelijken de grond inboorde, enkel en alleen om de voedselsubsidies in eigen land te vrijwaren. Intussen heeft Jaitley de ambitie uitgesproken om in 2016 een nationale goederen- en dienstenbelasting in te voeren -- een lang uitgestelde maatregel om de interne handel vrij te maken. In het komende jaar moet hij vooruitgang boeken met de voorbereiding daarvan. Hij moet bepalen hoe het prehistorische Indiase systeem van voedingssubsidies en rantsoenen in natura, vervangen kan worden door een welzijnssysteem met uitkeringen in geld. Aadhaar, een systeem om de steuntrekkers te identificeren, moet de basis vormen. Mensen die nu gesubsidieerd gas krijgen, ontvangen dan via Aadhaar een toelage. Het pleit in Modi's voordeel dat hij voortgaat met Aadhaar, waar nu al 700 miljoen mensen op aangesloten zijn. Tegen eind 2015 kan dat aantal opklimmen tot 1 miljard. Hij heeft ook de dieselprijzen vrijgemaakt. Initiatieven als de uitbreiding van het veel te smalle belastingnet en de vermindering van het begrotingstekort zouden eveneens welgekomen zijn. Modi heeft een aantal opvallende beloften gedaan. Hij maakt zich bijvoorbeeld sterk dat voor het einde van januari nog eens 75 miljoen gezinnen een bankrekening hebben. Hij zegt dat twee enorme problemen tegen 2019 opgelost worden. De dagen van openlijke ontlasting zijn geteld dankzij een massale campagne om toiletten te bouwen, en een mislukte poging om de smerige Ganges op te kuisen, wordt na dertig jaar eindelijk weer op gang getrokken. Wil een van beide projecten echt kans op slagen hebben, dan moet in 2015 wel duidelijk verbetering merkbaar zijn. Niet zo belangrijk, maar wel onderhoudend zijn de beginnende werkzaamheden aan het hoogste standbeeld ter wereld, dat van Vallabhbhai Patel, een held van de onafhankelijkheid, die door Modi aanbeden wordt. Het wordt twee keer zo hoog als het Vrijheidsbeeld in New York en moet tegen 2018 afgewerkt zijn in Gujarat. Voor de eerste fases werd 33 miljoen dollar uitgetrokken. Modi doet er alles aan om zich als een staatsman te profileren. In toespraken roept hij op een einde te maken aan het geweld tussen hindoes en moslims. De religieuze spanningen zijn niettemin toegenomen. Dat Modi's regerende Bharatiya Janata Party (BJP) een onbekende hindoeleider aanduidde om een tussentijdse verkiezingscampagne te leiden in Uttar Pradesh, was verontrustend. Het is even verontrustend dat Modi's trouwe acoliet Amit Shah nu de nationale voorzitter is van de BJP. Uit zijn tijd in Gujarat loopt nog een beschuldiging van moord tegen hem. In een opruiende campagne van een aantal nationalistische hindoes werd beweerd dat moslims een 'liefdesjihad' voeren in een poging hindoevrouwen te verleiden en te bekeren. Gelukkig ging Shah zulke kwesties uit de weg in belangrijkere deelstaatverkiezingen in oktober, waarmee hij erkende dat de kiezers meer geven om ontwikkeling. Van oppositie tegen de eerste minister moet niet veel verwacht worden. De Congrespartij mislukte twee keer in 2014, eerst in voor haar rampzalige verkiezingen, vervolgens door zich niet te durven afvragen waarom ze zo zwaar verloren had. Een mogelijk antwoord is dat haar leider in naam, Rahul Gandhi, misschien niet opgewassen is tegen zijn taak. Achteraf weigerde hij het partijleiderschap in het parlement op te nemen, wat betekent dat hij in het komende jaar als politicus nauwelijks werkzamer wordt. In 2015 wordt Modi dan ook weinig afgeleid van de taak om zijn beloften in praktijk te brengen. De auteur is bureauchef van The Economist in Delhi.ADAM ROBERTSVan oppositie tegen de eerste minister moet niet veel verwacht worden.