" Spectaculair", zo omschrijft Hans D'Haese van Bank Degroof de recente machtswissel bij Groep Brussel Lambert (GBL), de holding van de 85-jarige Waalse zakentycoon Albert Frère. Zijn zoon Gérald Frère (60) en Thierry de Rudder (61) worden tegen 24 april 2012 als gedelegeerd bestuurders vervangen door Alberts schoonzoon Ian Gallienne (40) en Gérard Lamarche (49). Die laatste is nu nog CFO van GDF Suez, een van de sleutelparticipaties van GBL.
...

" Spectaculair", zo omschrijft Hans D'Haese van Bank Degroof de recente machtswissel bij Groep Brussel Lambert (GBL), de holding van de 85-jarige Waalse zakentycoon Albert Frère. Zijn zoon Gérald Frère (60) en Thierry de Rudder (61) worden tegen 24 april 2012 als gedelegeerd bestuurders vervangen door Alberts schoonzoon Ian Gallienne (40) en Gérard Lamarche (49). Die laatste is nu nog CFO van GDF Suez, een van de sleutelparticipaties van GBL. Gérald Frère vervangt op zijn beurt zijn vader als voorzitter van de raad van bestuur. Albert Frère blijft CEO. Hans D'Haese: "Verrassend. Je zou verwachten dat Albert Frère de meer strategische functie van voorzitter behoudt, terwijl zijn zoon zich als CEO bezighoudt met het dagelijkse management. Nu gebeurt net het tegenovergestelde." Nochtans had Albert Frère al laten verstaan dat zijn opvolging via Gérald perfect geregeld was. Maar niet iedereen was onder de indruk van het zakentalent van Gérald Frère. Een gewezen bestuurder van GBL: "De sterke persoonlijkheid van zijn vader woog op Gérald, die niet diens briljante strategische inzicht heeft geërfd. Na een moeilijke jeugd houdt Gérald zich in wezen liever bezig met de jacht en het beheer van zijn boerderij (100 hectare tarwe, maïs en bieten, nvdr) dan met het miljardenimperium. Hij heeft onder zijn vader nooit kunnen bewijzen wat hij in zijn mars had. Enfin, de vraag of hij GBL kan leiden is nu irrelevant. Hij wil het niet en is daar gelukkig mee." Zijn opvolgers lijken beter voorbereid. Gallienne, die een MBA haalde aan Insead en actief was als entrepreneur, is gedelegeerd bestuurder van Ergon Capital Partners. Dat is de private-equitypoot van GBL. Gallienne is gehuwd met Ségolène Frère, de halfzus van Gérald. "Ian is hoffelijk en correct", zegt Paul Buysse (voorzitter Bekaert) die weleens met hem golft in hun woonplaats in Knokke. "De ideale schoonzoon." Ergon Capital Partners werd in 2005 opgericht met ING. Ook de investering in Ergon Capital Partners II gebeurde met de Nederlandse groep. Ergon Capital Partners III startte in april 2010, deze keer alleen met GBL-kapitaal. Paul Buysse: "Het is geen toeval dat Albert Frère bij de opstart van Ergon in zee ging met ING. Hij kon er vertrouwen op zijn oude bekende Michel Tilmant (gewezen directievoorzitter van BBL, tot 1997 een GBL-participatie en nu ING, nvdr). Die vraagt zijn opvolger Luc Vandewalle voor de adviesraad van Ergon om Gallienne technisch te begeleiden. "Hij leert snel en zijn aanstelling bij GBL verbaast me dan ook niet", duidt Vandewalle. "Ian Gallienne is correct", bevestigt Peter Blijweert, die zijn aluminiumgroep Aliplast verkocht aan Ergon. Hij kan onderhandelen - en tellen. Ne rappe." Gérard Lamarche kwam in 1995 bij Suez terecht, toen CEO Gérard Mestrallet de Belgische notariszoon meenam naar Parijs. Volgens anonieme bronnen in Le Soir stapt Lamarche over naar GBL omdat hij beseft dat hij nooit CEO kan worden van het fusiebedrijf GDF Suez. Lamarche heeft een directe stijl, signaleert Lutgart Van den Berghe, die met hem in de raad van bestuur zit bij Electrabel (net als Gérald Frère trouwens). "In discussies is hij recht door zee en hij zal de zaken onverbloemd formuleren. Hij denkt een paar zetten vooruit, en dat komt misschien weleens negatief over bij mensen die niet kunnen volgen. Hij is financieel zeer beslagen. Er ontstaat een gat bij de bedrijven die hij vaarwel zegt." Tom Simonts van KBC Securities: "Veel speelruimte heeft het management van Groep Brussel Lambert nochtans niet. Grosso modo komt het erop neer dat GBL elk jaar 600 miljoen euro int aan dividenden en zo'n 400 miljoen uitkeert aan de eigen aandeelhouders. Het overschot van 200 miljoen is de inzet voor actief beheer. In feite is GBL een geweldige spaarpot, die ook beheerd wordt als een spaarpot." Het nettoactief van GBL bedraagt 14.397 miljoen euro. De holding heeft stuk voor stuk minderheidsparticipaties in Total (petroleum), GDF Suez (energie), Suez Environnement (milieu), Lafarge (bouw), Pernod Ricard, Arkema (chemie) en Iberdrola (elektriciteit). In Imerys (mijnbouw) heeft GBL een meerderheid. Albert Frère beweerde ooit in Trends: "Vroeger zei ik: ' petit minoritaire, petit con, et grand minoritaire, grand con'. Vandaag ben ik een gelukkige minderheidsaandeelhouder." Eigenlijk lijkt GBL steeds meer op Berkshire Hathaway, waar de 81 jaar oude Warren Buffett de lakens uitdeelt. Buffett investeert vooral in sterke bedrijven met groeipotentieel (Coca-Cola en Kraft, bijvoorbeeld) en bleef steeds ver weg van vastgoed- en internetbubbels. "Wat valt er eigenlijk te managen bij GBL", stelt een waarnemer vast. "De wereld kan bij wijze van spreke vergaan, maar GBL zal blijven bestaan. De holding is het restant van decennia machtspolitiek. Een fantastisch bedrijf, maar een van de achterblijvers van de beurs." Geert Van Herck van Leleux Associated Brokers: "Negatief is de beperkte aanwezigheid in de groeilanden. De jongste jaren gebeurden alle belangrijke operaties in de bestaande GBL-portefeuille. Niet bepaald dynamisch. Het is veelzeggend dat de belangrijkste gebeurtenis van de voorbije jaren de verkoop is van Bertelsmann, anno 2006. Ik denk niet dat er nog belangrijk overnamenieuws te rapen valt bij GBL." Ook het aandeel private equity (2 procent) is volgens een analist te klein om institutionele aandeelhouders te lokken. Simonts: "Als pensioenfondsen willen beleggen in steraandelen, doen ze dat liever rechtstreeks. En als ze willen deelnemen aan private equity, kopen ze Gimv of Ackermans & van Haaren. Zelfs Sofina is de voorbije jaren jaren geëvolueerd van een grijze familieholding naar een wat actiever bedrijf." De in februari aangekondigde beursexit van NPM past volgens Simonts in het opvolgingsscenario van Frère. "De tussenholding NPM zat op te veel cash, en die vreet na een tijd zichzelf op", analyseert hij. Ooit bewees NPM zijn nut als een strategische controleholding in de cascadestructuur onder Frère-Bourgeois (zie kader Cascadestructuur). Zo kon Frère met een zo beperkt mogelijke inzet een maximum aan macht verwerven. "In het kader van zijn opvolging zijn dat soort complexe structuren niet meer nodig, wegens overbodig en dus duur", zegt Simonts. Hans D'Haese van Bank Degroof plaatst het doorsluizen van de aandelen in Imerys van Pargesa (maart) in een gelijkaardige schoonmaakoperatie. "Pargesa is vandaag een onderneming die enkel participeert in GBL", klinkt het. "Het is een monoholding, die men ter discussie kan stellen." Ook de aangekondigde afbouw van de alliantie met BNP Paribas past in dat scenario, denkt Van Herck (Leleux). "In het oude België van de Generale Maatschappij werden subholdings en onduidelijke structuren nog aanvaard, maar hedendaagse investeerders nemen dat niet meer." Albert Frère onderhandelt wel met de familie Desmarais (Power Corp) over de verlenging van de samenwerking tot 2029. Simonts: "Waarom eigenlijk? Waarom verdelen ze de participaties van GBL niet mooi onder de families? Het imperium rond Albert Frère heeft zijn nut bewezen in het verleden, maar is achterhaald voor de toekomst." HANS BROCKMANS"Je zou verwachten dat Albert Frère de functie van voorzitter behoudt, terwijl zijn zoon zich als CEO bezighoudt met het dagelijkse management. Nu gebeurt net het tegenovergestelde"