In een kenniseconomie zijn universiteiten onmisbaar. Alleen al daarom is het de moeite Onder rectoren te lezen. Remy Amkreutz, journalist bij De Morgen, zoomt in op enkele generaties roergangers aan de Vlaamse universiteiten. Wat blijkt? Achter de stijgende studentenaantallen gaat een harde, competitieve wereld schuil met intriges die in de politieke arena niet zouden misstaan. Of zoals politicoloog Carl Devos (UGent) in het voorwoord toegee...

In een kenniseconomie zijn universiteiten onmisbaar. Alleen al daarom is het de moeite Onder rectoren te lezen. Remy Amkreutz, journalist bij De Morgen, zoomt in op enkele generaties roergangers aan de Vlaamse universiteiten. Wat blijkt? Achter de stijgende studentenaantallen gaat een harde, competitieve wereld schuil met intriges die in de politieke arena niet zouden misstaan. Of zoals politicoloog Carl Devos (UGent) in het voorwoord toegeeft: "Het is de hardste wereld die ik ken." In drie delen en een proloog schetst Amkreutz een nauwkeurig beeld van de strijd in de bestuurskamers van de Vlaamse universiteiten. Hij blikt onder meer terug op de recente woelige rectorverkiezingen in Antwerpen, Leuven en Gent. De hoofdrolspelers zijn behoorlijk openhartig. Zowel de winnaars als de verliezers geven hun versie van de feiten. Een prominente plaats is voor Rik Torfs, die bovendien terugblikt op de heisa die zijn afscheid als columnist van De Standaard veroorzaakte. Ook de bladzijden over de onderlinge relaties tussen de instellingen zijn interessante lectuur. Het boek bevestigt enerzijds de dominante positie van de KU Leuven als de invloedrijkste Vlaamse universiteit, maar suggereert anderzijds dat die positie weleens minder vanzelfsprekend zou kunnen worden. Zo ziet Amkreutz allianties ontstaan in de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR). De UGent, de VUB en de Universiteit Antwerpen zouden elkaar makkelijker vinden. In elk geval willen ze alle drie meer politieke invloed vergaren. Tot op heden blijkt dat vooral het terrein van de Leuvense universiteit. De toekomst van de universiteiten hangt nauw samen met hun financiering. Die steunt steeds duidelijker op kwantitatieve parameters. Amkreutz concludeert met enige zin voor overdrijving dat studenten zijn uitgegroeid tot klanten van de diplomafabriek. "Wetenschap werd een ratrace. Er ontstond een wildgroei aan doctoraten, waardoor een slechts matig toenemende groep professoren steeds meer doctoraatsstudenten moest begeleiden." De financieringsmechanismen hechten veel belang aan de onderzoekscomponent en veroorzaken zo wetenschappelijke publicatiedruk. De klachten daarover zijn legio. Maar niet voor iedereen is die spreidstand een probleem.