Zijn aanstelling tot prior (de nummer twee in de hiërarchie, na de abt) van de benedictijnerabdij van Ename in oktober 1656 werd niet bepaald op applaus ontvangen. De Brusselse middertiger Antonius De Loose maakte een blitzcarrière in de abdij, maar zijn reputatie van orde en discipline deed de monniken in paniek slaan. Als kloosteroverste werd hij verantwoordelijk voor de organisatie van de monnikengemeenschap, de morele en religieuze aspecten ervan incluis. Zijn voorganger was oud en had de teugels wat g...

Zijn aanstelling tot prior (de nummer twee in de hiërarchie, na de abt) van de benedictijnerabdij van Ename in oktober 1656 werd niet bepaald op applaus ontvangen. De Brusselse middertiger Antonius De Loose maakte een blitzcarrière in de abdij, maar zijn reputatie van orde en discipline deed de monniken in paniek slaan. Als kloosteroverste werd hij verantwoordelijk voor de organisatie van de monnikengemeenschap, de morele en religieuze aspecten ervan incluis. Zijn voorganger was oud en had de teugels wat gevierd. De rigoureuze regels werden niet meer opgevolgd. De monniken beseften dat daar onmiddellijk verandering in zou komen. Hun reactie loog er niet om. Tijdens het avondmaal namen van Wervicke en de Grebert de leiding over een revolte (onthoud vooral die eerste naam). De nieuwbakken prior werd hardhandig van zijn plaats aan tafel verwijderd. Een paar uur later ging de priorij in vlammen op. Abt Garnier, die in De Loose een geschikte opvolger zag, moest de wereldlijke macht ter hulp roepen. Op 2 mei 1657 werd De Loose benoemd tot abt. Zijn ijver om de monniken te onderwerpen aan de strenge regels, leidde op 12 november 1659 tot een aanslag op zijn leven. Dader van Wervicke miste zijn doel evenwel. De Loose saneerde de abdij en bracht het tot lid van de Staten van Vlaanderen en tot hoofd van de Congregatie van Vrije Benedictijnerabdijenin de Nederlanden. "Wat hem politiek tot een man van groot aanzien maakte," voegen de auteurs (domeinconservator Guido Tack, archeoloog Anton Ervynck en psycholoog Gunther van Bost) van De monnik-manager eraan toe. Het boek werpt niet alleen een (te) snelle blik op het leven van de abt en de werking van de abdij. Centraal staat een handschrift waarin De Loose in 1667 nauwgezet uiteenzette wie welke taken op welk tijdstip moest uitvoeren. In 1795 werden de monniken verdreven en de abdij verdween. Inmiddels zijn de grondvesten blootgelegd. Er rest alleen nog een archeologische site. Een groot deel van de (zakelijke) geschriften van de abt werd echter bewaard in het archief van de familie Fredericq-Lilar. Kenners wisten dat het handschrift bestond, maar nu pas werd het voor het eerst vrijgegeven voor publicatie. Links staat de oorspronkelijke tekst (met onder meer het hoofdstuk Regulen voor de schotelwasschersse), rechts een omzetting in hedendaags Nederlands ( Regels voor de vaatwassers). Zo lees je nu zelf hoe een abt zorgde voor het management van een middelgrote benedictijnerabdij in de zeventiende eeuw. En hoe je bier in azijn kan doen veranderen. Guido Tack, Anton Ervynck & Gunther van Bost, De monnik-manager. Davidsfonds, 199 blz., 795 fr. ISBN 9058260054.LDD