Het zorgenkind van Europa heet momenteel Griekenland. Na iedereen jarenlang te hebben misleid met vervalste statistieken, kan Griekenland de toestand van zijn financiën niet langer verdoezelen. Het budgettaire tekort zou dit jaar meer dan 12 % van het bbp bedragen, meer dan het dubbele van wat voordien werd opgegeven!
...

Het zorgenkind van Europa heet momenteel Griekenland. Na iedereen jarenlang te hebben misleid met vervalste statistieken, kan Griekenland de toestand van zijn financiën niet langer verdoezelen. Het budgettaire tekort zou dit jaar meer dan 12 % van het bbp bedragen, meer dan het dubbele van wat voordien werd opgegeven! Het land heeft sinds kort een nieuwe regering die van plan is drastische maatregelen te treffen om de zaken opnieuw op het goede spoor te krijgen. Voorlopig krijgt die regering het vertrouwen van de andere Europese landen. Feitelijk hebben die andere lidstaten geen ander alternatief dan om het even welke regering te steunen, willen zij zelf overeind blijven. Zuiver economisch bekeken kan Griekenland nooit op zijn eentje uit het dal komen. Het beschikt niet langer over de nodige middelen om in te grijpen. Op monetair vlak is het land onderworpen aan de wil van de Europese Centrale Bank. Op het vlak van obligaties is het afhankelijk van de goodwill van buitenlandse investeerders. Op fiscaal niveau is de vrijheid van Griekenland fors ingeperkt door Europese verdragen. Het land heeft met andere woorden geen uitweg. Daarom moet Europa de zaken zelf oppoetsen, maar dat is bij de eurocraten nog niet doorgedrongen. Inmiddels probeert de Griekse regering de schijn hoog te houden. Ze becijferde haar behoeften voor dit jaar op 53 miljard euro. Ze bracht al een eerste lening uit op vijf jaar en deed daarvoor een beroep op de bemiddeling van internationale grootbanken, onder leiding van Crédit Suisse. Vanzelfsprekend hebben de leden van het plaatsingssyndicaat een lening ontworpen met een aantrekkelijke vergoeding, zodat die gemakkelijk en snel geplaatst raakte. De aangesloten banken verzamelden dan ook in een minimum van tijd voor 20 miljard euro aankoopverbintenissen, vijfmaal het beoogde bedrag. Dat beloofde dus een succes te worden en moest de angst van de investeerders tot bedaren brengen. En aanvankelijk lukte dat ook. Uiteindelijk stemde de Griekse regering in met een totaal van 8 miljard euro. Het stuk, aangeboden tegen 99,34 %, biedt 6,23 % rendement bij inschrijving, dat is 4 % meer dan een Duitse staatslening. Maar zodra de intekenboeken gesloten werden, daalde de koers van de lening tot 96,25 % op de grijze markt. Dat is ongebruikelijk. Normaal had de koers moeten stijgen of op zijn minst stand moeten houden, gezien de grote vraag die er naar de lening was. Nu stelt zich de vraag of de aangekondigde verbintenissen wel degelijk bestonden. Daar loopt momenteel een onderzoek naar. Aangesloten banken wijden de abrupte daling aan de melding door de Chinese autoriteiten dat ze niet van plan waren om Grieks staatspapier op te nemen. Maar die vraag heeft de Griekse regering nooit gesteld. Dat deed de Amerikaanse bank Goldman Sachs op eigen initiatief. In professionele middens probeert men vandaag die wantoestand op allerhande manieren te verklaren. Het staat echter vast dat de euro het grootste slachtoffer van de situatie is geworden. Wat de budgettaire problemen van de PIGS (Portugal, IJsland, Griekenland en Spanje) niet zal verlichten. Dit is een ideaal scenario om de euro te doen kelderen. De tussenkomst van banken in financiële aangelegenheden moet dringend strenger gereguleerd worden als men grotere rampen wil vermijden. (C) Door Jean-Pierre Avermaete