Welke aandeelhouder wordt nog badend in het zweet wakker en belt in het holst van de nacht naar zijn CEO om zijn visionaire droom te vertalen in een grootscheeps investeringsprogramma? De Belgische topfinanciers slapen doorgaans rustig. Het kruim van de Belgische bedrijven boert goed zonder dat daarvoor veel nieuwe investeringen nodig zijn. De koe geeft veel melk en is tevreden met het gras in de wei. De meeste Belgische topbedrijven spenderen gemiddeld slechts een kwart van de beschikbare cashflow aan de toekomst (zie blz. 48). Dat betekent dat aandeelhouders en schuldeisers hun dorst kunnen laven aan de rest van de kasstromen: bedrijven spenderen bijna dubbel zoveel aan interesten, dividenden, schuldafloss...

Welke aandeelhouder wordt nog badend in het zweet wakker en belt in het holst van de nacht naar zijn CEO om zijn visionaire droom te vertalen in een grootscheeps investeringsprogramma? De Belgische topfinanciers slapen doorgaans rustig. Het kruim van de Belgische bedrijven boert goed zonder dat daarvoor veel nieuwe investeringen nodig zijn. De koe geeft veel melk en is tevreden met het gras in de wei. De meeste Belgische topbedrijven spenderen gemiddeld slechts een kwart van de beschikbare cashflow aan de toekomst (zie blz. 48). Dat betekent dat aandeelhouders en schuldeisers hun dorst kunnen laven aan de rest van de kasstromen: bedrijven spenderen bijna dubbel zoveel aan interesten, dividenden, schuldaflossingen en kapitaalverminderingen dan ze investeren in activa. De huidige Europese economie staat in het teken van verteren en rentenieren. Aandeelhouders en bankiers zijn baas en zij willen de hoogste return tegen het laagste risico. De logische geldstroom - van financier naar bedrijf - staat bij de meeste topbedrijven kurkdroog. Er zijn uitzonderingen, zoals Resilux, Telindus, Interbrew en Omega Pharma. Maar slechts acht van veertig topbedrijven investeren meer dan de eigen autofinanciering toelaat. Evenveel bedrijven desinvesteren per saldo zelfs. De rest hield in min of meerdere mate geld beschikbaar voor de financiers en schreef een stuk van de overtollige cashflow over op de eigen bankrekening. Afwachten wat de bestemming van dat geld zal zijn. Natuurlijk zit de economie tegen. Het vergt moed te investeren als de herleving telkens opnieuw wordt uitgesteld. Zelfs de heersende politici zijn erachter gekomen, weliswaar na de verkiezingen, dat de economie vierkant draait. Maar de zwakke conjunctuur kan niet de enige verklaring zijn voor de gesloten zakken van de bedrijven. En de aandeelhouder moet toch ook waken over het langetermijnbelang van de onderneming, of volstaat het net genoeg te investeren om de cashflow op peil te houden? Van een anticyclisch investeringsbeleid is in elk geval geen spoor terug te vinden. Misschien zijn er gewoon te weinig ideeën en te weinig investeringsmogelijkheden. De topbedrijven zijn bijna per definitie rijpe bedrijven, opererend in even mature sectoren zoals distributie, energie, voeding, industrie of banken. En als de bedrijven zwaar investeren, dan kopen ze in de eerste plaats marktaandeel via overnames of verfijnen ze het productieproces. Maar nieuwe technologieën of producten ontwerpen, dat zit er nauwelijks in. Het bestaande productieapparaat voldoet en moet slechts in de marge bijgeschaafd worden. Het dient om te produceren voor de huidige generaties. De capaciteit wordt verhandeld op beurzen en obligatiemarkten. De bankiers hebben de industriëlen van de krantenkoppen verdrongen. Maar bloeiende of crashende beurzen, meer dan een paar procenten economische groei zit er niet meer in. De technologie rijpt om het hele productieproces op zijn kop te zetten. Nanotechnologie bijvoorbeeld kan alles anders en beter maken. Het internet en de gsm waren de schuchtere aanzetten van een nieuwe langdurig opgaande cyclus. Revolutionair meer en kwalitatiever produceren met minder mensen: het kan en het is een must voor de vergrijzende maatschappij. Maar de groei kan pas vooruit als een totaal nieuw industrieel apparaat wordt gebouwd. Zullen de financiers klaar zijn? Zijn ze opnieuw bereid hun centen te riskeren in nieuwe projecten? De rentenier-aandeelhouder zal zijn nek moeten uitsteken om de welvaart naar een hogere versnelling te schakelen. De dromenloze nachten zijn voorbij. Daan Killemaes