Naar het schijnt, bestaan ze echt: de tax travellers. Mensen die hebben en houden verkopen, een mobilhome aanschaffen en vervolgens de wijde wereld intrekken. Met de bedoeling zo min mogelijk belasting te betalen. Bij gebrek aan een thuis hopen zij nergens als een fiscaal resident te worden aangemerkt.
...

Naar het schijnt, bestaan ze echt: de tax travellers. Mensen die hebben en houden verkopen, een mobilhome aanschaffen en vervolgens de wijde wereld intrekken. Met de bedoeling zo min mogelijk belasting te betalen. Bij gebrek aan een thuis hopen zij nergens als een fiscaal resident te worden aangemerkt. Weliswaar heeft iedereen volgens de klassieke theorie wel ergens een fiscale woonplaats. Maar de tax travellers spelen het zo handig dat geen enkele fiscus, waar ook ter wereld, hen kan vastpinnen op een bepaalde thuis. Zij zijn overal non-resident. Dat garandeert hen geen algehele vrijstelling van belasting. Maar door hun mobiliteit, en de daaruit voortvloeiende moeilijkheden om hen administratief op te volgen of te lokaliseren, hopen zij alvast dicht in de buurt van een totale belastingvrijstelling te komen. Werknemers. Voor een gewone sterveling die in het zweet des aanschijns zijn dagelijks brood moet verdienen, is dat allemaal ver van zijn bed. Hij heeft nauwelijks mogelijkheden om te kiezen waar hij wordt belast. Laat staan dat hij de mogelijkheid zou hebben om aan de belasting te ontsnappen. Wie in België als werknemer aan de slag is en er ook woont, heeft er (normaal gezien) zijn fiscale residentie en is er in principe belastbaar op heel zijn wereldinkomen. Verhuizen, om op die manier aan de Belgische belasting op zijn werknemersbezoldiging te ontsnappen, helpt niet. Dat komt (onder meer) door het spel van de dubbelbelastingverdragen. Die bepalen wie van de beide staten die het verdrag hebben gesloten, bevoegd is om de belasting te heffen. Voor werknemersbezoldigingen is de hoofdregel dat je belastbaar bent in de woonstaat. Tenzij je de werknemersactiviteit in de andere staat uitoefent. Dan ben je op de bezoldigingen belastbaar in de werkstaat. In afwijking daarvan kan de woonstaat opnieuw heffingsbevoegd worden. Maar daarvoor is onder meer vereist dat de werknemersactiviteit in de andere staat (de werkstaat) slechts een beperkte omvang heeft. Neem bijvoorbeeld een werknemer die in België woont en er voltijds werkt. Zijn bezoldigingen zijn dan vanzelfsprekend in België belastbaar. Stel dat hij morgen besluit om naar Nederland te verhuizen, terwijl hij in België als werknemer voltijds blijft werken. Verandert dat iets aan de belasting op zijn bezoldigingen? In principe niet. Het dubbelbelastingverdrag dat België en Nederland hebben afgesloten, kent de heffingsbevoegdheid in dat geval immers toe aan de werkstaat. In het voorbeeld is dat België. Ons land blijft dus bevoegd om de bezoldigingen te belasten, en zal dat ook doen. De verhuis naar Nederland heeft dus - qua heffingsbevoegdheid - geen gevolg voor de belasting op het werknemersinkomen. Omgekeerd: stel dat iemand als werknemer in Nederland voltijds werkt en om een of andere reden naar België verhuist, terwijl hij zijn baan in Nederland behoudt. Door de verhuis naar België zal hij normaal gezien op fiscaal gebied weliswaar Belgisch rijksinwoner worden. Maar dat neemt niet weg dat de bezoldigingen nog altijd in Nederland zullen worden belast. Opnieuw, omdat het dubbelbelastingverdrag de heffingsbevoegdheid voor werknemersbezoldigingen toekent aan de werkstaat. Frankrijk. Er is één geval waarin het verhuizen naar een ander land wel een automatisch gevolg kan hebben voor de belasting op werknemersbezoldigingen. Namelijk, wanneer het Belgisch-Franse dubbelbelastingverdrag wordt toegepast. Dat is het enige verdrag dat nog een zogenaamde grensarbeidersregeling kent. Die houdt in dat grensarbeiders die in de grensstreek van de ene staat wonen, en als werknemer werken in de grensstreek van de andere staat, toch in de woonstaat belastbaar zijn. Tot voor kort vond je een dergelijke grensarbeidersregeling ook terug in de verdragen met Nederland en met Duitsland. Maar die verdragen zijn inmiddels aangepast. Als het van de Belgische minister van Financiën afhangt, zou de grensarbeidersregeling ook al lang uit het verdrag met Frankrijk zijn gekieperd. Maar om zo'n verdrag aan te passen, geldt dezelfde wet als op de dansvloer: it takes two to tango. De onderhandelingen met Frankrijk slepen al jaren aan en een uitkomst is niet in zicht. Intussen kiezen veel Belgische werknemers die in de Belgische grensstreek wonen en werken eieren voor hun geld, en verhuizen naar net over de grens in Frankrijk. Door die simpele verhuis zeggen zij adieu tegen de Belgische fiscus en genieten zij het (naar zij hopen) mildere Franse klimaat. Zij wonen nu in de Franse grensstreek, terwijl ze werken in de Belgische grensstreek. Op grond van de grensarbeidersregeling zijn hun bezoldigingen nu belastbaar in Frankrijk. En de fiscus? Door de aanslepende onderhandelingen met de Franse autoriteiten kan die niet veel meer doen dan lijdzaam toekijken. Met dien verstande dat hij een tijdje geleden heeft aangekondigd zich met alle middelen te zullen verzetten tegen Belgen die slechts voor de "schijn" naar la douce France trekken. De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.Jan Van Dyck