Een aantal weken geleden was de Engelse minister van Financiën te gast in een paneldiscussie die werd uitgezonden op de BBC. Hij heeft mij verrast. Alistair Darling liet verstaan dat voor hem de financiële crisis in Groot-Brittannië voorbij is. De omvang van de crisis in zijn land is volgens hem bekend, de methoden en de krijtlijnen om die op te lossen zijn op punt gesteld, het geld is voorhanden en de wil is aanwezig. In Groot-Brittannië hoeft er bijgevolg geen vertrouwenscrisis meer te zijn.
...

Een aantal weken geleden was de Engelse minister van Financiën te gast in een paneldiscussie die werd uitgezonden op de BBC. Hij heeft mij verrast. Alistair Darling liet verstaan dat voor hem de financiële crisis in Groot-Brittannië voorbij is. De omvang van de crisis in zijn land is volgens hem bekend, de methoden en de krijtlijnen om die op te lossen zijn op punt gesteld, het geld is voorhanden en de wil is aanwezig. In Groot-Brittannië hoeft er bijgevolg geen vertrouwenscrisis meer te zijn. We zien ook dat Frankrijk en Duitsland even snel werk maken van oplossingen. En de Verenigde Staten werken aan nationaliseringen. België verkoopt zijn grootste bank en het Vlaams Gewest steunt KBC. Het zijn typisch Belgische oplossingen, maar het zijn tenminste wel oplossingen. Inmiddels is duidelijk geworden dat de banken gekapitaliseerd moeten worden. Ook al is dat geen populaire maatregel, het moet gebeuren. De meeste aandeelhouders zijn hun vermogen kwijt, maar de wereldeconomie ligt stil en zal ook niet opnieuw herleven zolang het probleem van de banken niet opgelost wordt. De overheid heeft dus één dwingende opdracht: ze moet de lender of last resort worden. De koe moet onmiddellijk bij de horens gevat worden. Tot nu toe is de rol van de Europese overkoepelende overheden bijna onbestaande geweest. De Europese Centrale Bank is aanwezig en haar voorzitter Jean-Claude Trichet spoort de nationale banken aan tot interventie om het systeem te redden. Dit nochtans is duidelijk een aangelegenheid die een supranationaal instrument vereist. Wat de Europese Unie nodig heeft, is een coördinerende instelling die een globaal plan opstelt waarmee ongeveer 1500 miljard euro kan worden samengebracht voor het Europese financiële systeem. De kakofonie van de 27 Europese landen maakt een statutenaanpassing van de Europese Investeringsbank niet mogelijk. Nochtans is deze instelling bijzonder goed geplaatst voor een snelle interventie in het Europese financiële systeem. Vandaag zien de meeste Europeanen in dat hun economieën beschermd zijn geweest door de omvang en de kracht van de eenheidsmarkt. Dit is een unieke gelegenheid voor de Europese gezagdragers om, naast de Europese Centrale Bank, een nieuwe schakel te creëren om de evenwichten in het Europese financiële systeem in stand te houden. Het stilzwijgen van de Europese instanties is echter oorverdovend. Er is geen enkel globaal Europees plan om de crisis aan te pakken. Hoe langer men wacht met het aanpakken van de financiële crisis (op nationaal dan wel op Europees niveau), hoe slechter dit is voor het vertrouwen en hoe nefaster de effecten voor de economie zijn. De aantasting van het eigen vermogen van de banken resulteert in een beperking van het kredietvolume, waardoor de waardedaling van de activa nog versterkt wordt. De vernietiging van de hefboom die de banken in de economie ge-creëerd hadden, leidt tot sterke deflatoire spanningen. De banken plooien terug op hun thuismarkten, waardoor in de nieuwe economieën een grote behoefte aan kapitaal ontstaat. Dat zien we nu in bijvoorbeeld Oost-Europa gebeuren. De banken zorgen voor 'het bloed van het financiële systeem'. Als hun eigen vermogen te veel wordt aangetast, ontstaat een neerwaartse spiraal die alles dreigt stil te leggen. Naast de financiële crisis worden wij ook geconfronteerd met een harde conjuncturele recessie. De ene mag niet vermengd worden met de andere. De remedies voor de financiële crisis zijn niet dezelfde als voor de conjuncturele crisis. Onder president Bush kenden de VS jaren van ongebreidelde financiële tekorten. Om een omslag in de conjunctuur te vermijden, heeft men volop geld in het systeem gepompt, met het gevolg dat de schulden van de consumenten angstaanjagend groot zijn geworden. De Amerikaanse burger heeft systematisch - en soms frauduleus - boven zijn stand geleefd. Aan het einde van het Bush-tijdperk waren voor meer dan 4 dollar leningen nodig om 1 dollar bnp te creëren. Dat was uiteraard onhoudbaar. De artificiële Amerikaanse economie en de reële wereldeconomie hebben onomkeerbare bewegingen in gang gezet. Met een schuld van meer dan 8000 miljard dollar beantwoorden de VS niet meer volledig aan het profiel van een westerse indus-triële staat. Het voornemen van president Obama om het Amerikaanse deficit snel te halveren, is van cruciaal belang. Bovendien is zijn communicatie zo goed als perfect. Dat is even belangrijk als de oplossing van de financiële crisis, en biedt eveneens 'a glimmer of hope'. Laat ons hopen dat de bewindvoeders van de Belgische federale staat met evenveel zorg de de tering naar de nering zetten en België zijn 'glimmer of hope' kunnen geven. (T) DE AUTEUR IS CEO van Ackermans & van Haaren.Luc Bertrand