Bijna tien jaar lang was Tesla moederziel alleen in het segment van de elektrische auto. Het was dus lang en ongeduldig uitkijken naar de eerste serieuze uitdager. Zozeer dat de toekomstige elektrische modell...

Bijna tien jaar lang was Tesla moederziel alleen in het segment van de elektrische auto. Het was dus lang en ongeduldig uitkijken naar de eerste serieuze uitdager. Zozeer dat de toekomstige elektrische modellen van klassiekere automerken al snel werden aangekondigd als 'Tesla-killers'. Jaguar kwam als een van de eerste met zo'n alternatief, de i-Pace. Audi presenteerde al zijn e-tron, maar worstelt met nog wat technische problemen om de auto definitief te kunnen lanceren. Bij Mercedes staat de EQC in de startblokken. En BMW werkt in Beieren aan een vergelijkbaar model. Opvallend: de uitdagers van Tesla zijn allemaal SUV's of minstens cross-overs, en hebben een autonomie van 450 kilometer of een snuif meer. En vooral: het prijskaartje zit altijd in de buurt van 80.000 euro. Geen toeval. Dat is de prijs die het publiek dat in deze technologie wil stappen bereid is te betalen. Maar rationeel is het niet. Om de wereld te overtuigen van elektrisch rijden zijn in de eerste plaats kleinere modellen met kleinere prijskaartjes nodig.