Amper een op de vijf respondenten van de Grote Trends Reisenquête is echt happig op zakenreizen. Twee op de drie vinden een zakenreis helemaal niet ontspannend. Een bezoek aan de tandarts is voor ruim een derde van de zakenreizigers zelfs minder stresserend. Bovendien heeft zo'n trip voor een derde van de zakenreizigers een negatieve impact op het familiale leven.
...

Amper een op de vijf respondenten van de Grote Trends Reisenquête is echt happig op zakenreizen. Twee op de drie vinden een zakenreis helemaal niet ontspannend. Een bezoek aan de tandarts is voor ruim een derde van de zakenreizigers zelfs minder stresserend. Bovendien heeft zo'n trip voor een derde van de zakenreizigers een negatieve impact op het familiale leven. Onze doelgroep reist stevig wat af voor zaken. De helft maalt ten minste vijf zakenreizen per jaar af. Een derde reist ten minste elf keer per jaar. In de categorie meer dan twintig zakenreizen per jaar scoren de zaakvoerders van de internationale filialen fors hoger. Een vijfde van hen reist op zijn minst twintig keer. Bij de Belgische bedrijven hapert het aantal op 6 %. Het aantal zakenreizen stijgt. Na de aanslagen van 11 september 2001 verkondigden sommige betweters al de vroegtijdige dood van de zakenreiziger. Maar ruim een derde van de respondenten reisde in 2005 méér dan in 2004. Bij geen 20 % daalde het aantal zakenreizen. Voor die tendens is er nauwelijks een verschil tussen de Belgen en de buitenlandse filialen. De belangrijkste reden is de buitenlandse expansie van de onderneming. Want er gaat nog steeds niets boven een persoonlijk contact met een zakenpartner. 83 % van de zakenreizigers antwoordt volmondig ja op de expliciete vraag of ze een persoonlijke ontmoeting verkiezen boven tele-, video- of andere webconferencing. "Business gaat over mensen. Zakendoen is een people's business," beoordeelt Tony Vanhelmont. Hij is de commerciële directeur bij BCD Travel, de Belgische marktleider in zakenreizen. "Maar eigenlijk zijn die persoonlijke contacten een noodzakelijk kwaad. In een vliegtuig stappen geeft niet langer een persoonlijke voldoening. Je moet de taxi in, wachten op de luchthaven, de veiligheidsdienst voorbij. Je bent al snel anderhalf uur kwijt voor je eigenlijke vlucht begint." Toch zijn technologische ontwikkelingen de belangrijkste reden voor de 19 % respondenten die in 2005 minder zakenreizen maakten dan voordien. Merkwaardig genoeg komt kostenbeheersing hier slechts op de tweede plaats. De focus op de kosten beheerste nochtans de reiswereld de voorbije jaren. Misschien is hier sprake van een inhaalbeweging? Want bij de filialen van een buitenlandse groep staat de kostenbeheersing duidelijk vooraan, met 38 % van de antwoorden. Bij de Belgische bedrijven geeft slechts een kwart de kostenbeheersing als verklaring voor het dalende reisgebruik. Onderschat evenmin de factor persoonlijke keuze (28 %) bij het terugschroeven van het aantal zakenreizen. Hangt die terugval samen met het uitgestippelde reisbeleid? Van een derde van de zakenreizigers wordt verwacht dat ze hun tijd een nuttige invulling geven. Zowel op de luchthaven, als in het hotel. Eén op de twee zakenreizigers mag geen persoonlijke voorkeur laten gelden bij de keuze van het hotel. In een kwart van de bedrijven mogen werknemers een bezoek aan bepaalde - gevaarlijke - regio's niet weigeren. Slechts voor 38 % van de werknemers werd een speciale verzekering afgesloten voor risicovolle gebieden. Het modewoord luidt: hoe verder van huis ondernemen, hoe beter. Het blijft bij mode, want het weerspiegelt zich niet in de resultaten van de reisenquête. Het Oude Continent behoudt een riante voorsprong in zakendoen. 86 % van de respondenten reist vooral binnen West-Europa, 41 % binnen Zuid-Europa (zie ook: Top tien van Europese reisbestemmingen). Naar de volgende bestemmingen gaapt meteen een diepe kloof. Oost-Europa is nog goed voor 29 %, Noord-Amerika voor een kwart van de reizigers. Is China de oprukkende grootmacht? 14 % van de zakenreizigers trekt ernaartoe. Japan lokt slechts 5 %. Het reisgedrag van de zaakvoerders van de Belgische bedrijven en de filialen van de internationale ondernemingen toont nauwelijks verschillen. "Wij merken duidelijk hoe Azië komt opzetten," nuanceert Michèle Dauwe, algemeen directeur van Amex voor België en Luxemburg. Amex is de nummer twee op de Belgische zakenreismarkt. "40 % van onze vluchten is intercontinentaal. Met New York als topbestemming in dat segment."De trein kan heel wat reizigers bekoren (zie ook grafiek : De vierstedentocht). Naar Londen en Parijs leiden de Eurostar en Thalys met twee derde marktaandeel voor zakenreizigers. De trein biedt comfort, een troef die voor het vliegtuig niet langer geldt. Het is gemakkelijk werken met een draagbare computer aan boord, vindt een derde van de zakenreizigers. Ook de stressgraad ligt veel lager dan bij auto of vliegtuig. En via het spoor belandt de zakenreiziger meteen in het centrum van een stad. Maar liefst 55 % van onze respondenten wil met de trein op zakenreis. Alleen is die bestemming vaak onbereikbaar met de trein. Ook de modernisering van het treinvervoer blijft een heet hangijzer. Een klein kwart van de zakenreizigers smeekt om een elektronisch ticketsysteem. Een vijfde wil meer technologie aan boord. Uiteraard wordt voor zakenreizen vooral een beroep gedaan op het vliegtuig. Twee derde van de reizigers vliegt in economyclass. Op dat vlak bestaat er nauwelijks een verschil tussen Belgen en zaakvoerders van buitenlandse filialen. Maar de zakenlui van het internationale filiaal vliegen vaker. De helft vliegt ten minste vijf keer per jaar. Bij de Belgische bedrijven blijft het percentage beperkt tot 37 %. Bij de internationale filialen vinden we met 12 % ook de meeste veelvliegers, met ten minste twintig vluchten per jaar. Vliegen is blijkbaar geen pretje. De factor comfort wordt sporadisch vermeld. Des te langer is de lijst van storende elementen. Met vooraan vertragingen. Of medereizigers met veel handbagage, huilende baby's en het gebruik van de telefoon in het vliegtuig. De te krappe beenruimte is nog zo'n stoorfactor. Die extra beenruimte is meteen de belangrijkste reden voor vluchten in businessclass op de lange afstanden. "Zakenreizen zijn inderdaad geen lachertje," weet Michèle Dauwe van Amex. "Het is bijna amusant dat een bezoek aan de tandarts minder stresserend is. Vooral het overstappen is een probleem, door de vertragingen."De angst voor vliegtuigcrashes is min of meer acuut in de bedrijven. De leden van het directiecomité mogen in twee derde van de bevraagde ondernemingen niet op dezelfde vlucht. Blijkbaar zijn de leden van de raad van bestuur minder belangrijk, want die regel geldt slechts voor 57 % van hen. Opmerkelijk in de enquête is de lage score van de low cost carriers, zoals Ryanair. Amper 8 % van de zakenreizigers vliegt ermee. Bovendien laat ook die kleine groep de budgetmaatschappijen liever links liggen. Slechts 14 % van die kleine groep vliegt geregeld met de Ryanairs van deze wereld. Struikelblokken zijn de verafgelegen luchthavens en zwakke dienstverlening. En de budgetcarriers heten onbetrouwbaar. "Low cost wordt moeilijk geboekt," bevestigt Michèle Dauwe. "Zakenreizigers willen veel frequenties. En ze mijden technische storingen." "Het moet goedkoop zijn. Maar daarom niet hét goedkoopste," duidt Tony Vanhelmont van BCD Travel de geringe populariteit van de low cost. "Zakenmensen willen risico's en beslommeringen onderweg vermijden. Ook de uurregeling is van doorslaggevende aard. Time is money." Een centraal gelegen luchthaven is dus een must voor onze zakenreizigers. Het verklaart het marginale marktaandeel van 6 % voor alle regionale luchthavens samen. Zaventem steekt er torenhoog bovenuit, want fungeert voor driekwart van onze zakenreizigers als vertrekbasis. De zakenreiziger houdt bovendien meer van zijn luchthaven dan van zijn luchtvaartmaatschappij. Want een echte flag carrier heeft hij niet. Eén op de drie zakenreizigers antwoordt dat hij geen favoriete maatschappij heeft. SN Brussels Airlines krijgt de tweede podiumplaats, met een vijfde van de zakenreizigers. Op ruime afstand volgen Air France en Lufthansa. Hoe professioneel is het zakenreisbeleid van de Belgische bedrijven? Slechts een derde heeft een vast contract met een reisorganisator, genre AMEX, Carlson Wagonlit Travel of BCD Travel. Daar steekt een groot verschil met de filialen van buitenlandse moeders. Twee derde heeft een dergelijk contract. "Vier vijfde van onze klanten zijn filialen van buitenlandse moederbedrijven," aldus Tony Vanhelmont van BCD Travel. "Hun reisbeleid wordt bepaald door de aankoopdienst van de moeder. Daarnaast heb je kmo's die een nicheproduct van vaak zeer hoge kwaliteit exporteren. Die zaakvoerders reizen niet zoveel. Zij hebben dus niet echt een reisbeleid nodig.""Die cijfers verbazen me een beetje," antwoordt Michèle Dauwe van Amex. "Vier vijfde van de ticketverkoop voor zakenreizigers wordt behaald via de drie groten, Amex, BCD Travel en Carlson Wagonlit Travel. Er is een enorme evolutie in het reisbeleid. Vijftien jaar geleden bestond zoiets nauwelijks. Vandaag hebben bedrijven veel discipline en een strikt reisbeleid. Alleen in kmo's heb je vaak nog geen reisbeleid." In België, en zeker in Vlaanderen als kmo-land, is dus nog reiswerk aan de winkel. Wolfgang Riepl