U zult zich maar bij de receptie van de logistieke groep Katoen Natie in Antwerpen aanmelden. Nog stevig onder de indruk van de manier waarop de architecten Robbrecht en Daem de oude pakhuizen hebben omgebouwd tot een modern kantoor, word je ook nog eens geconfronteerd met getatoeëerde varkens, schreeuwerige doeken en vergulde betonmolens.
...

U zult zich maar bij de receptie van de logistieke groep Katoen Natie in Antwerpen aanmelden. Nog stevig onder de indruk van de manier waarop de architecten Robbrecht en Daem de oude pakhuizen hebben omgebouwd tot een modern kantoor, word je ook nog eens geconfronteerd met getatoeëerde varkens, schreeuwerige doeken en vergulde betonmolens. Op weg naar het bureau van Fernand Huts, voorzitter van Katoen Natie, passeren we het ene kunstwerk na het andere. Veel Wim Delvoyes, maar ook kunstobjecten van beeldhouwer Kobe en Cobrawerk van Pierre Alechinsky. Wat bezielt een bedrijfsleider in godsnaam om zijn medewerkers tussen beschilderde gasflessen te zetten? "Onze bedrijfsaanpak is creatief, gedurfd en modern," antwoordt Fernand Huts. "Deze kunst is daar de perfecte illustratie van. Onze bezoekers mogen niet vertrekken met het idee dat we een saaie logistieke groep zijn."Bij het constructiebedrijf Espeel uit Roeselare gaat het er al even kunstzinnig aan toe. Daar nodigen ze zelfs kunstenaars uit om er hun ideeën uit de doeken te doen. Van Paul Gees tot Michelangelo Pistoletto, van Jan Fabre tot Joëlle Tuerlinckx... ze hielden allen reeds halt bij Espeel. "Hun artistieke spanningsvelden tussen hout en metaal, water en land of orde en chaos zijn uiteindelijk net dezelfde als de spanning tussen kunst en economie," aldus Julie Vandenbroucke, echtgenote van gedelegeerd bestuurder Michel Espeel. De kunstenaars komen hun projecten uitleggen om dan samen aan de draaibanken de kunstplannen zo goed mogelijk uit te voeren. "Net omdat kunstenaars zelden kaas hebben gegeten van lasnaden en slijpschijven, kunnen onze werknemers ze daarin bijstaan. Het is een absolute win-winsituatie," aldus Vandenbroucke Julie Vandenbroucke is de bezieler van de vzw Arteconomy. Met deze vereniging probeert ze een platform van bedrijven te creëren die zich voor kunst en kunstenaars willen engageren (zie kader: Zakenlui brainstormen over kunst). En met succes. Onlangs stapte Philip Maertens, manager bij de automation & drives-afdeling van Philips, naar Arteconomy voor een eigen project. Maertens, zelf een kunstliefhebber, stapte graag in het project mee. Hij stelt zijn ingenieurs en apparatuur ter beschikking van installatiekunstenaar Kris Vleesschouwer om een project in het kader van de Bozar-Prix de la Jeune Peinture te realiseren. Rode draad bij onze gesprekpartners is de liefde voor de kunst. Ontegensprekelijk liggen ze aan de basis om kunst in het bedrijf te introduceren en zijn ze de motor van het proces. Fernand Huts: "Nu moeten mensen naar een museum om kunst te zien, terwijl het vroeger een alledaags gegeven in kerken, kastelen of volkshuizen was. In ons bedrijf willen we die culturele, historische en filosofische dimensie uiten."Bij Espeel speelt het maatschappelijke aspect sterk mee. Het bedrijf streeft vooral een win-winsituatie na, eerder dan de werknemer met kunst te willen confronteren. Julie Vandenbroucke: "We willen meer zijn dan een puur economisch presterend bedrijf. Kunst en economie zijn zo complementair. De economische wereld zit te veel in het keurslijf van de rationaliteit en kan veel opsteken van het creatieve en emotionele karakter van de kunst. De kunstwereld kan dan weer best wat meer rechtlijnigheid gebruiken. Als die twee werelden elkaar ontmoeten, ontstaan er veel nieuwe mogelijkheden. We vinden het boeiend om mee te gaan in een denkproces van de kunstenaar. Dat werkt kruisbestuivend en wie weet komen we zo tot een ander maatschappijmodel." In het verleden weigerde Espeel wel al kunstenaars die botweg hun lastenboek neerlegden en binnen de twee weken hun kunstwerk gerealiseerd wilden zien. Vandenbroucke: "Voor zo'n project kunnen ze in de rij van de gewone fabrieksklanten aanschuiven. Grote namen droppen hier soms hun plannen en verwachten dan nog dat we ze gratis uitvoeren. Zo werkt het niet. We zijn het OCMW van de kunstwereld niet."Toch steunt het bedrijf - meestal jonge - kunstenaars. "Soms zullen we ons steentje bijdragen, maar daarvoor zijn geen voorgeschreven budgetten," legt Vandenbroucke uit. "Daarbij zijn renteloze leningen of uitbetaling bij verkoop van het kunstwerk een mogelijke piste." Een gevestigde waarde daarentegen, zal zijn materiaal en manuren tegen de gebruikelijke prijzen moeten betalen. Een gelijkaardig geluid bij Siemens, waar kunstenaar Kris Vleesschouwer nu al een jaar met ingenieurs samenwerkt. "Onze ingenieurs en managers investeren tijd in zo'n project, maar er is geen echte financiële inspanning," legt Philip Maertens uit. "Zoiets is niet haalbaar. De medewerkers zouden niet begrijpen dat daar budgetten voor bestaan." Het gebruikte materiaal mag de kunstenaar houden zolang zijn tentoonstellingen lopen, maar achteraf wordt alles gedemonteerd en keert het terug naar Siemens. "Tenzij het kunstwerk verkocht zou worden," aldus Philip Maertens. Hij beklemtoont dat de uitdaging er vooral in bestaat om het rationeel denken van een multinational te confronteren met het irrationele van de kunstwereld. "Op die verrijking staat geen prijs. Het maakt deel uit van de bedrijfsfilosofie. Dat bereik je niet door op een clichématige manier een kunstcollectie aan te kopen," aldus Maertens. Werknemers die samen met een artiest werken of in een kunstomgeving vertoeven, spreken daar met elkaar over. Die interactie kan zelfs als teambuilding gezien worden. "Als je het handig aanpakt, kan je er de werknemer zelfs zijn grenzen mee laten verleggen," weet professor John Vincke (Universiteit Gent), die in opdracht van Espeel een sociologische studie over de impact van kunst op het bedrijfsleven maakte. "De werknemer kan er zijn eigen competenties mee aanscherpen." Kris Vleesschouwer beaamt: "In mijn kunstinstallaties werk ik vaak rond het thema van de stilte. Een ingenieur bij Siemens ligt niet meteen wakker van de stilte, wel van zijn mechaniek. Maar door dat nieuwe probleem aan te kaarten, bouwt de ingenieur met het kunstwerk knowhow op die hij later voor zijn dagelijkse job zal kunnen gebruiken.""Laat de kunstenaar ook zijn werk en ideeën tijdens een middagpauze uitleggen aan de werknemers," raadt professor Vincke aan. "Zelfs mensen die niet bij het project betrokken waren, kunnen zo geënthousiasmeerd worden." Eén keer ging het bij Espeel zelfs verder en wilde de werknemer zelf iets kunstigs uitproberen. Julie Vandenbroucke: "Dat kunnen we alleen maar aanmoedigen, maar het mag zeker geen doel zijn."Hoe zit het met het effect op het bedrijfsimago? Hoewel je daar de inkomsten niet direct van kunt berekenen, bouw je op lange termijn wel een solide reputatie op. "Maar," zegt Julie Vandenbroucke: "dat is een werk van lange adem. Het moet werkelijk ingebakken zitten in de bedrijfscultuur." Bij Cera Foundation, dat een lange traditie van kunstmecenaat kent, erkent men de return op lange termijn. Directeur Mathieu Vanhove: "Wij zijn maar een kleine groep binnenin de financiële wereld en kunnen ons personeel niet de doorgroeimogelijkheden bieden van een grote bankgroep. Maar we maken het verschil door onze maatschappelijke functie, dat merk je zeer duidelijk bij onze klanten en sollicitanten."Maar kan dat effect niet op een andere manier bereikt worden? Een derdewereldproject of de lokale voetbalploeg steunen? Fernand Huts ziet bij kunst vooral een grote meerwaarde in het blijvende: "Als je een wielerploeg sponsort, moet je jaar na jaar grote bedragen op tafel leggen. Maar als Quickstep morgen stopt met wielersponsoring, verdwijnt het merk uit de hoofden van de mensen. Maar mijn gebouwen en kunst zullen er nog lang blijven staan. Kunstsponsoring is ook geen constante inspanning: als het eens een jaartje minder goed gaat, kan je makkelijk een pauze inlassen."Xavier CarbonezWat bezielt een bedrijfsleider om zijn medewerkers tussen beschilderde gasflessen te zetten? "Grote kunstenaars droppen hier soms hun plannen en verwachten dat we ze gratis uitvoeren. Zo werkt het niet. We zijn het OCMW van de kunstwereld niet."