Daaruit blijkt dat de ondervraagde 45-plussers praktijk- en beroepservaring als sterkste troef aanwijzen. Dat doet 60% van de Vlamingen op rijpere leeftijd, die geen zelfstandige zijn. Oudere Belgen die wel al van het ondernemerschap hebben geproefd, zijn daarin nog meer uitgesproken : 64 %.
...

Daaruit blijkt dat de ondervraagde 45-plussers praktijk- en beroepservaring als sterkste troef aanwijzen. Dat doet 60% van de Vlamingen op rijpere leeftijd, die geen zelfstandige zijn. Oudere Belgen die wel al van het ondernemerschap hebben geproefd, zijn daarin nog meer uitgesproken : 64 %. Als de kinderen het huis uit zijn en de druk minder groot is, hebben ondernemers op rijpere leeftijd ook een beter passende gezinssituatie om als zelfstandige aan de slag te gaan. Dat denkt 33 % van de 45-plussers die niet als zelfstandige actief zijn. Dat komt nagenoeg overeen met wat zelfstandigen op rijpere leeftijd denken (32 %). De steun van de (levens)partner is voor die laatste groep echter veel vitaler (25 %). Niet zelfstandige 45-plussers lijken dit te onderschatten (21 %). En als het op kapitaal aankomt, zijn er ook verschillen in perceptie. Een op vier 45-plussers die zelf geen ondernemer zijn, noemt dit een belangrijke troef. Dat wordt gerelativeerd door rijpere zelfstandigen: slechts 19 % is die mening toegedaan (zie grafiek 1: Welke troeven heeft een seniorstarter?). Bijna driekwart van de 45-plussers in Vlaanderen is niet zo happig op het ondernemerschap. Enerzijds lijkt dat het cliché te bevestigen dat de doorsnee-Belg niet zo ondernemend is. Anderzijds blijkt toch dat een op vier Vlamingen op rijpere leeftijd eraan denkt misschien ooit het ondernemerschap aan te vatten. Dat is opmerkelijk. De onzekerheden en bedreigingen die deze doelgroep boven het hoofd van een zelfstandige ziet hangen, spelen zeker een belangrijke rol. Financiële zekerheid, bijvoorbeeld. Meer dan 30 % van hen is bang om die zekerheid op te geven. Meer dan een op drie is ook bang dat zijn project niet zal slagen. Een op vier is erg gesteld op zijn anciënniteit en wil zijn andere sociale voordelen niet opgeven. Dat de balans tussen werk en privé, waar sommigen een leven lang naar op zoek zijn, als een bedreiging wordt gezien, is ook niet onbelangrijk. Als ze dan toch de stap zetten naar het leven van een zelfstandige, zou bijna de helft dit doen in bijberoep. Een op zes kiest voor zelfstandige in hoofdberoep (zie grafiek 2: Hoofdberoep of bijberoep?). Als we focussen op de 45-plussers die wel zin hebben in het ondernemerschap, komen clichéredenen als "mijn eigen baas zijn" en "dan kan ik mijn werkritme bepalen" pas op de derde en vierde plaats. De meeste van die actieve 45-plussers zijn op zoek naar een nieuwe uitdaging en denken nog lang niet aan hun pensioen. Ze willen graag bezig blijven. De drijfveren van niet-zelfstandigen met interesse en de zelfstandigen zelf lopen niet in dezelfde lijn. Meer geld verdienen, beschouwen zelfstandigen en niet-zelfstandigen als een even belangrijke drijfveer. Actief blijven, vinden de toekomstige zelfstandigen het meest doorslaggevend. Voor bestaande zelfstandigen speelt dat geen rol. Voor hen is eigen baas zijn wel essentieel. Sommige ondervraagden halen sociale beweegredenen aan. Ze blijven onder de mensen, hebben sociale contacten of willen de kennis en ervaring die ze hebben vergaard, doorgeven aan jongeren. Van zij die eraan denken ooit met een zelfstandigenstatuut van start te gaan, zou de helft zijn onderneming financieren met eigen kapitaal. Een op drie stapt naar de bank en bijna 30 % zou een beroep doen op steunmaatregelen van de overheid. Qua voorbereiding en aanpak gaat de helft advies inwinnen over het sociale statuut van zelfstandigen, meer dan een op vijf schrijft een ondernemingsplan en een op vijf zoekt een locatie of pand. Welke organisatie vertolkt hierbij de beste brugfunctie? Unizo is als organisatie voor kleine ondernemers en zelfstandigen het best bekend bij de ondervraagden. Ongeveer 45 % zou zich tot de Vlaamse werkgeverskoepel Voka richten. Toch heeft 5 % van alle ondervraagden nog nooit van deze organisatie gehoord. Slechts 23 % zou zich tot het VBO richten. Ook hier heeft 5 % nooit eerder van dit werkgeversplatform gehoord. Tijd voor deze organisaties om zich beter bekend te maken bij het grote publiek en zich meer te profileren als informatie- en aanspreekpunt bij het starten van een eigen onderneming (zie grafiek 3: Welke organisatie zou u aanspreken?). De overheid voorziet een aantal steunmaatregelen voor starters. De opleidingcheques zijn het meest bekend. Van de Winwinlening waarmee de Vlaamse overheid particulieren ertoe aanzet om startende ondernemingen financieel te helpen, had slechts 8,3 % gehoord. Ook Plan-plus-een doet bij weinig 45-plussers een belletje rinkelen. Dat is een maatregel die de aanwerving voor een beginnende werkgever goedkoper maakt door de RSZ te verlagen. De startersdag komt voor vele zelfstandigen van morgen geen dag te vroeg. NSZ. Neutraal Syndicaat van Zelfstandigen. LVZ. Liberaal Verbond voor Zelfstandigen. Dit verbond werkt aan de verbetering van het ondernemersklimaat en de versterking van de weerbaarheid van individuele zelfstandigen en kmo's. VBO. Verbond van Belgische Ondernemingen. Interprofessionele werkgeversorganisatie die de ondernemingen uit de drie gewesten van ons land vertegenwoordigt. Het VBO wordt gedreven door Belgische bedrijven. Vlao. Vlaams Agentschap Ondernemen. Dit is het aanspreekpunt van de Vlaamse overheid voor ondernemers. Als ondernemer kan je er terecht met allerlei vragen. Unizo. Unie van Zelfstandige Ondernemers. Organiseert de Vlaamse startersdag op 10 mei. Voka. Vlaams netwerk voor ondernemingen. Voka zorgt voor een ondernemersvriendelijk klimaat en voor het algemeen belang van de ondernemingen. Leen Renders