Je moet wel een groot vertrouwen hebben in het Europese leiderschap om het afgelopen jaar en het nieuwe jaar niet als het begin te zien van een reeks Europese anni horribili. Twee jaar geleden, in mijn eerste column voor Trends, had ik het over het verloren nuldecennium en sprak ik mijn verwachting uit dat het nieuwe decennium mogelijk de wereldwijde neergang van Europa zou inluiden.
...

Je moet wel een groot vertrouwen hebben in het Europese leiderschap om het afgelopen jaar en het nieuwe jaar niet als het begin te zien van een reeks Europese anni horribili. Twee jaar geleden, in mijn eerste column voor Trends, had ik het over het verloren nuldecennium en sprak ik mijn verwachting uit dat het nieuwe decennium mogelijk de wereldwijde neergang van Europa zou inluiden. Het eerste jaar van dat decennium, 2011 met al zijn euromiserie, was dan ook zonder meer een annus horribilis. Het tweede jaar dient zich aan als uitzonderlijk moeilijk, met zware begrotingssaneringen die min of meer gelijktijdig op alle Europese burgers, van noord tot zuid en west tot oost, losgelaten worden. Van de Europese instituties moet dit jaar ook al niet te veel daadkracht verwacht worden. Denemarken, dat nu het Europese voorzittersstokje heeft overgenomen, heeft ongetwijfeld het beste voor met Europa maar heeft zich onder druk van zijn eurosceptische achterban buiten de eurozone gehouden en plukt daar nu de voordelen van. Vergelijk bijvoorbeeld de rente op Deens overheidspapier met die van euroland Finland. Denemarken heeft ook nog een eigen, zogenaamd 'intergouvernementeel' Schengen-akkoord weten te bemachtigen met meer beleidsvrijheid in de arbeidsmarkt en migratie dan andere lidstaten. Ook hier plukt het de vruchten van. Hoe vanuit deze uitzonderlijke situatie het relatief kleine Denemarken - er zijn tenslotte minder Denen dan Vlamingen - Europa veilig door de eurostormen van de volgende maanden moet loodsen, terwijl het grotendeels zelf buiten schot blijft, is dan ook zeer de vraag. Maar het kan erger... Op 1 juli 2012 neemt Cyprus, tenminste het Griekse deel van het eiland, het stokje over van Denemarken. Cyprus is wél lid van de eurozone, maar zijn overheidspapieren werden deze maand nog door S&P gedegradeerd tot BB+, het niveau juist boven junkstatus. Het deelt die 'eer' met Griekenland en Portugal. Zo wordt de Europese Unie straks geleid door een politiek verdeeld land van nog geen 800.000 inwoners dat door Brussel aangemaand wordt zijn begrotingstekort van 5,8 terug te brengen tot 3 procent, geen onderdeel is van Schengen, en zijn politieke beloften richting Turkse buren nog nooit is nagekomen. Kortom, 2012 lijkt in velerlei opzichten een nieuw annus horribilis te worden. En toch... Het jaar zou ook wel eens dat van de heropleving kunnen worden. Zoals dikwijls wordt een aantal basisontwikkelingen over het hoofd gezien. Eerst en vooral het wisselvallige van het economisch gedrag van consumenten. Het is niet omdat consumenten een negatief toekomstbeeld hebben dat zij dit ook onmiddellijk vertalen in beperkingen in hun uitgaven. De voorbije eindejaarsperiode kende een opmerkelijke koopwoede ook al omdat koopdagen in overvloed aanwezig waren, met Kerstmis en Nieuwjaar op een zondag. Er mag dan ook worden verwacht dat de cijfers over de consumptie-uitgaven voor het laatste kwartaal van 2011 veel beter zijn dan over het derde kwartaal, met als gevolg dat ook de resultaten voor het volledige jaar 2011 beter zijn dan verwacht. Ten tweede is er de macro-economische, nu bijna 'ideële' situatie voor heel wat kerneurolanden (Duitsland, de Benelux, Oostenrijk, Finland) van lage inflatie, lage intrestvoeten en lage wisselkoers. Ondanks alle onzekerheden over de toekomst van de euro kan in zo'n situatie groei, en dan met name uitvoer, praktisch niet uitblijven. Opnieuw valt op hoe de eindejaarscijfers van bedrijven veel positiever zijn dan enkele maanden geleden verwacht. Met een ECB die vooral doet wat ze niet zegt, worden heel wat onzekerheden over de euro stukje bij beetje weggenomen. Ten derde is 2012 een schrikkeljaar. Dat betekent dat het eerste kwartaal van 2012 een productiedag meer kent. Op een gemiddelde van 220 gewerkte dagen per jaar is dat voor een kwartaal een bijkomende output van 1,8 procent waartegenover in heel wat sectoren geen bijkomende arbeidskosten staan. Opnieuw wordt dit pas 'ontdekt' wanneer de cijfers over het eerste kwartaal van 2012 gepubliceerd worden in april/mei. En dan zijn we al in een veel positievere fase beland en wordt de heropleving van 2012 een feit. De Europese voetbalkam-pioenschappen en de Olympische Spelen in Europa doen de rest in de zomer. Kortom, 2012 kan weleens een heus annus recuperans worden. De auteur is professor economie aan de Universiteit Maastricht. LUC SOETEMet een ECB die vooral doet wat ze niet zegt, worden heel wat onzekerheden over de euro stukje bij beetje weggenomen.