Na de nieuwjaarschampagne en de stille uren in de luwte van de jaarovergang zullen stiekem - want Vlaanderen is bang van ernst - de vragen steken: wat doe ik hier, heeft het zin? Ben ik een stuurloos omhulsel van moleculen in een multiversum van heelallen, dus miezerig pluis?
...

Na de nieuwjaarschampagne en de stille uren in de luwte van de jaarovergang zullen stiekem - want Vlaanderen is bang van ernst - de vragen steken: wat doe ik hier, heeft het zin? Ben ik een stuurloos omhulsel van moleculen in een multiversum van heelallen, dus miezerig pluis? Dit blad snuffelt al dertig jaar naar trends en ziet twee paradigma's verpiepschuimen. Een paradigma - excuseer voor het stadhuiswoord - is het geheel van wetenschappelijke prestaties van voorgangers dat door onderzoekers op een bepaald gebied op een bepaald moment van de wetenschap als maatgevend wordt beschouwd. Paradigma's zijn er om door verder onderzoek aan diggelen te vallen. Darwin is ontoereikend. Eindejaarsnummers van bladen zijn extra doorwrocht. Twee befaamde magazines drukten rond de jaarwisseling omslagverhalen af over Charles Darwin, de evolutieleer, thesurvivalofthefittest, het Intelligent Ontwerp. Dat thema leeft. Intelligent Ontwerp beduidt dat het leven van mens en dier geen schitterend ongeluk is dat zinloos doorstormt, maar dat de kosmologie, de moleculaire biologie en de natuur sporen van ontwerp tonen. De sporen van ontwerp wijzen op een ontwerper. In The Story of Man onderzoekt het Britse blad The Economist de band tussen Darwin en het moordlustige beginsel thesurvivalofthefittest. De zinsnede is van Herbert Spencer, een sociaaldarwinist. Spencer bedacht de formule voor de levenscyclus van ondernemingen tijdens het hoogkapitalisme onder Queen Victoria. De vergiftigde zin paste hij toe op de natuurlijke selectie met de toevallige variatie. Dit dubbelbeginsel is voor Darwin de mechaniek van alle levensvormen. Het sociaaldarwinisme is terug en steunt niet langer op thesurvivalofthefittest, wel op sociale interactie als motor van de samenleving. In DarwinsWerk, GottesBeitrag vertrekt Der Spiegel van het paradigma dat Darwin het allerlaatste woord sprak over het leven, wat meer en meer onwaar is. Zij die aantonen dat het darwinisme stuiptrekkingen vertoont, zijn geen sjamanen, fundamentalistische dominees of gekken, maar bonafide onderzoekers. Murray Eden van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) berekende in 1967 bijvoorbeeld dat het onmogelijk is om twee genen op de correcte wijze op een rij te krijgen via toevallige uitwisselingen in het genoom van een eenvoudige E. colibacterie (dat 4288 genen bevat), zelfs als het hele aardoppervlak voor 5 miljard jaar lang met een centimeters dikke laag E. colibacteriën bedekt zou zijn. Het darwinistische mechanisme gebaseerd op toevallige mutaties is ontoereikend. Er zijn meer Murrays in 2006. Moesten we tot gisteren nog terugvallen op Amerikaanse boeken over de ontwerptheorie, dan is dat vandaag niet langer zo. De vijfde druk van Schitterend Ongeluk of Sporen van Ontwerp? (Uitgeverij Ten Have) verscheen in november 2005. Niet onaardig voor een geschrift dat uitkwam begin 2005. Het is hier niet de plaats noch de ruimte om te strijden over deze stelling. Men kan wel instemmen met de theorie dat het darwinisme sterke levensbeschouwelijke karakteristieken heeft en afwijkt van wat de nieuwste moleculaire nanotechnologie, de informatieleer, de kansmodellen voor evolutie van DNA signaleren. Intelligent Ontwerp is geen synoniem van de kletskoek van de creationisten en hun letterlijke toepassing van de Bijbel als evolutieboek. Cees Dekker van de Technische Universiteit Delft, de meest geciteerde Nederlandse natuurkundige en een internationaal onderzoeker van de nanobuisjes, is een samensteller van het geciteerde boek. Hij is geen kontschuddende baptistenpredikant van Peoria, VS, die Bijbelvast gelooft dat ons heelal 6000 jaar en niet 14 miljard jaar oud is. België is ontoereikend. Wankel paradigma twee is nader en bewoont de media. Elke politicus en ondernemer - wij citeren Yves Leterme, Julien De Wilde, Fred Chaffart, Rob Kuijpers, Thomas Leysen et cetera - sprak in zijn eindejaarsbespiegelingen over België. Met opvallende vrijmoedigheid werd het paradigma becommentarieerd dat er buiten België geen heil is. In 2006 gaat de discussie verder. De stelling van de tegenstanders - Franstaligen en anderen - dat de Vlamingen geen onafhankelijkheid aankunnen, dat ze Brussel en Wallonië zullen verliezen als markten, en dat ze internationaal reputatieverlies zullen oplopen, klinkt als de betuttelende woorden van de Belgische kolonialisten die de inboorlingen in 1960 tegen zichzelf meenden te moeten beschermen. Met blijdschap geven wij kennis: de Vlamingen zijn geen inboorlingen meer en zullen hun onafhankelijkheid goed beheren. Reacties: frans.crols@trends.beFrans Crols