De auteur is directeur van het International Policy Institute aan King's College in Londen.
...

De auteur is directeur van het International Policy Institute aan King's College in Londen. Het internationale terrorisme zal voor angstaanjagende krantenkoppen blijven zorgen zolang de 'oorlog tegen het terrorisme' bovenaan op de agenda prijkt in Washington en Moskou. Alleen al door hun aantal zullen de groepen die nu actief zijn, regelmatig zorgen voor kleine voorvallen en af en toe grote incidenten. Al Qaeda zal in 2005 op de vlucht blijven, zijn leiding uitgedund en verspreid, zijn communicatie gecompromitteerd en zijn spectaculairste operaties moeilijker uit te voeren. Maar Al Qaeda is sinds 2001 ook geëvolueerd en heeft de franchiseformule ontdekt: naamsbekendheid en een krachtig merk dat vele amateurs ertoe aanzet om in zijn naam op te treden. Het huidige 'netwerk van netwerken' van Al Qaeda omvat over heel de wereld zo'n 40 islamitische terreurgroepen. Jihad-gerichte terreurgroepen zullen trachten gebruik te maken van de bekendheid en het netwerk van Al Qaeda om overal in de islamitische wereld revoltes te ontketenen en zo een voedingsbodem te geven aan de strijd tussen culturen. De franchisering van de merknaam Al Qaeda zal de nieuwe wereldwijde jihadisten en voormalige nationalistische en separatistische groeperingen een gemeenschappelijk doel aanreiken. Die krachtige mix zal teren op de antiwesterse gevoelens, waar die ook maar kunnen gevonden worden, zoals in Irak, Iran en de westelijke Jor-daanoever. Intussen blijven andere, meer traditionele groepen, zoals de Baskische separatisten van ETA, het Colombiaanse FARC, de marxistische MLKP in Turkije en groepen in Noord-Ierland eveneens actief, elk met hun eigen internationale connecties en hun eigen zaak om voor te strijden. Hoewel aanslagen als die van 11 september 2001 tegenwoordig moeilijker te organiseren zijn, zeker in de VS en bij zijn belangrijkste bondgenoten, worden elders de westerse belangen nog altijd bedreigd (ambassades, prestigieuze commerciële doelwitten, toeristische symbolen). Hetzelfde geldt voor landen die zichzelf nooit beschouwd hebben als trouwe bondgenoten in Amerika's oorlog tegen het terrorisme. De stijl van de aanvalspogingen zal blijven evolueren in de richting van gecoördineerde kleinere incidenten (verschillende bomauto's rond eenzelfde doelwit, bijvoorbeeld) om zo een maximaal effect te sorteren. Bij de aanslagen zal de nadruk liggen op het gebruik van de nieuwste technische snufjes. We mogen ons verwachten aan meer experimenten met massavernietigingswapens, zoals chemische, biologische en zelfs radioactieve tuigen. Een terrorist krijgt wel af te rekenen met grote technische moeilijkheden als hij zulke fatale componenten op een spectaculair dodelijke manier wil gebruiken, maar ze beloven een zwaar psychologisch effect te hebben op het geviseerde publiek. De wereld moet leren leven met het feit dat het nieuwe internationale terrorisme - vooral van het jihad-soort - niet vindt dat het zijn doel voorbijstreeft als het bewust willekeurig optreedt. Meer dan de helft van de huidige doelwitten van het internationale terrorisme en 90 % van zijn slachtoffers zijn 'willekeurige burgers' eerder dan militaire, overheids- of zakelijke doelwitten. Dat soort van terrorisme zal in 2005 welig tieren omdat de ideologische basis voor de jihad breder wordt en er voldoende verwarde sympathie voor bestaat in de islamitische wereld. De westerse maatschappij hoeft echter nog niet te wanhopen. 2005 zou immers wel eens een keerpunt kunnen betekenen. De aanvoerders van de oorlog tegen de terreur moeten het fenomeen vanuit de juiste hoek bekijken en waakzaam zijn voor beginnende zwakheden. Hoewel het internationale terrorisme nu meer schrikaanjagend en willekeurig lijkt, was het bijna twee keer zo erg in de jaren tachtig, toen zich in de meeste jaren meer dan 600 significante incidenten voordeden, die jaarlijks wereldwijd duizend of meer mensen het leven kostten. In het huidige tijdperk van terrorisme zijn er normaal gesproken minder dan 300 dergelijke incidenten die in de meeste jaren 600 tot 700 doden eisen. Niets in de huidige evolutie van het terrorisme laat toe om te veronderstellen dat het aantal incidenten of doden in de nabije toekomst zal opklimmen naar het ritme dat aangehouden werd in de jaren tachtig. Dat is misschien maar een magere troost voor wie te maken krijgt met een hoog niveau van terrorisme, maar in elk geval zal het internationale terrorisme het wereldsysteem niet destabiliseren, tenzij dat systeem zichzelf de crisis in schrikt. Ten tweede zullen Al Qaeda's eenheid van doelstelling en het principe van discipline onder het leiderschap zwaar op de proef gesteld worden door uitingen van enthousiasme stroomafwaarts in de franchiseketen. Als de historische patronen van het terrorisme gevolgd worden, zullen jihad-groepen weldra onder elkaar dingen naar macht en ideologische zuiverheid. Al Qaeda zal als inspiratiebron verzwakt worden en de twistende groepen zullen gemakkelijker geïnfiltreerd kunnen worden. In plaats van de veiligheidsdiensten op de proef te stellen en de stootkracht van de operaties te bestendigen, zullen de meedogenloze, maar onbekwame amateurs aan de basis van de piramide wellicht in de weg beginnen lopen en de potentiële steunbasis voor het antiwesterse terrorisme ondermijnen. Niet minder belangrijk is dat de meer traditionele terreurgroepen in het tijdperk na 11 september 2001 in het defensief gedrongen worden. De bomaanslag in Madrid in maart 2004 was een jihad-aanval die een aantal ETA-kenmerken vertoonde, de gruweldaad in de school in Beslan in september 2004 was een aanval van Tsjetsjeense nationalisten die jihadistische vingerafdrukken droeg. Zowel de ETA als de Tsjetsjeense separatisten hebben heel wat te verliezen bij dergelijke associaties, net zoals Palestijnse groepen als Hamas of Hesbollah, althans in de wereld buiten het Midden-Oosten. De jihadistische Al Qaeda-golf is niet zo machtig noch zo monolithisch als ze op het eerste gezicht lijkt. Of ze zal doodbloeden of vaart zal verliezen in 2005, hangt vooral af van de manier waarop de VS en zijn bondgenoten de oorlog tegen het terrorisme aanpakken. Kunnen ze het voor de islamitische regeringen en de brede laag van de islamitische instellingen gemakkelijker maken om zich duidelijk uit te spreken tegen de jihadistische terreur? Kunnen ze de informatie efficiënter delen? Kunnen ze vermijden dat Irak en Guantanamo Bay de aandacht blijven afleiden? Als dat het geval is, zullen de VS en zijn bondgenoten een begin kunnen maken met het isoleren van de jihadisten van een heel pak van de antiwesterse misnoegdheid die zij op drie hectische jaren tijd met zoveel succes hebben opgewekt. Michael ClarkeWe mogen ons verwachten aan terroristische experimenten met massa-vernietigings-wapens.