Twee jaar geleden werd Europe's 500 gesticht, een vereniging die het entrepreneurship wil bevorderen. Voor de tweede maal heeft ze de Top 500 van de snelst groeiende ondernemingen in Europa (Europese Unie plus Noorwegen en IJsland) samengesteld. Morgen vrijdag 20 maart 1998 wordt deze Top 500 in München voorgesteld op een symposium over entrepreneurship.
...

Twee jaar geleden werd Europe's 500 gesticht, een vereniging die het entrepreneurship wil bevorderen. Voor de tweede maal heeft ze de Top 500 van de snelst groeiende ondernemingen in Europa (Europese Unie plus Noorwegen en IJsland) samengesteld. Morgen vrijdag 20 maart 1998 wordt deze Top 500 in München voorgesteld op een symposium over entrepreneurship. Uitgangspunt voor de Top is de jobgroei die de bedrijven tussen 1991 en 1996 konden realiseren. Voor de selectie werd een aantal strenge criteria gehanteerd: het bedrijf moest een omzetgroei kennen van minstens 50%, hoofdzakelijk intern; het moest winstgevend zijn (of - belangrijk voor technologiebedrijven - minstens geen gevaar kennen voor faillissement), het moest entrepreneurial en onafhankelijk zijn (minimaal 15% van het kapitaal moest in handen zijn van een entrepreneur), het moest minimaal vijftig werknemers tellen in 1996 en minstens drie jaar bestaan. Enkel bedrijven die een vragenlijst hadden teruggestuurd, werden opgenomen. De 500 ondernemingen die werden geselecteerd, hebben hun omzet in die vijf jaar verhoogd met 187%. Ze creëerden 183.000 jobs, 112% meer dan bij het beginpunt. Hoe komt het dat het aantal jobs trager groeit dan de omzet? Houdt dit verband met de hoge loonkosten?Interessant isde vergelijking met de Top 500 van de grootste Europese bedrijven zoals de Financial Times die elk jaar publiceert. Tussen 1991 en 1996 hebben de 290 bedrijven die in de respectieve FT-lijsten voorkomen, 4% van hun jobs geschrapt. In absolute aantallen klinkt dat vrij indrukwekkend: 500.000 jobs. Een scherp contrast met de ondernemingen van de entrepreneurs uit de hier gepresenteerde Top. Meestal kleinere bedrijven trouwens: 57% had minder dan 100 werknemers in 1991. Toch zijn het geen eendagsvliegen. Iets meer dan een kwart ervan stond ook al in de lijst van twee jaar terug. Voor Europe's 500 is de conclusie duidelijk: de oplossing voor de werkloosheid moet komen van entrepreneurs. De overheid kan de groeisnelheid van hun ondernemingen nog versnellen door het entrepreneurship te bevorderen. Traag BelgiëLijsttrekker is het Spaanse Tele Pizza dat tussen 1991 en 1996 groeide van 960 naar 6747 jobs. Wat een ruime voorsprong oplevert tegenover nummer twee, het Franse Buffalo Grill, ook al uit de horecasfeer. Opvallend is de aanwezigheid in de top-30 (zie tabel: Top jobgroei) van een drietal bedrijven uit de gezondheidssector. Westminster Health Care Holdings, een uitbater van verzorgingsinstellingen, staat zelfs op de derde plaats. Het Engelse Cartrefi Cymru, actief in de sector van de gehandicaptenzorg, is nummer dertien (en scoort ook op het vlak van omzetgroei sterk, zie tabel: Top omzetgroei). In die top 30 staan overigens tien Engelse bedrijven, tegenover slechts vier Duitse, hoewel in de totale lijst Duitsland meer bedrijven aanbrengt dan Groot-Brittannië. Maar met nationale vergelijkingen moet men opletten, waarschuwen de samenstellers van de Top 500, vanwege de variërende beschikbaarheid van cijfergegevens en ook door de diverse antwoordratio's op vragenlijsten. Toch kunnen we er moeilijk aan voorbijgaan dat zowel de job- als de omzetgroei voor de Belgische ondernemingen vrij mager uitvalt in vergelijking met de andere landen (zie tabel: Land per land). Met achttien bedrijven in de Top 500 doet België het dan weer wel behoorlijk (in de tabel Top jobgroei geven we ze alle achttien met hun respectieve plaats in de Top). En voor de communautair geïnspireerden: de Vlamingen hebben de bovenhand. Onder de achttien bekende namen als Colruyt, Seghers, Lernout & Hauspie Speech Products en Van de Velde. Of discrete maar halfbekende bedrijven als autozetelfabrikant Eca of chemiebedrijf Soudal (zie Trends van 5 februari 1998). Maar ook eerder onbekenden zoals het engineeringbedrijf Mentor Engineering, het rekruteringsbureau EMDS of rolluikenfabrikant Harol. Beste Belgin de Top 500 volgens jobgroei (het criterium waarop Europe's 500 zich baseert) is op plaats 29 het Eupense bedrijf NMC, eigendom van de familie Noël. NMC produceert in Duitstalig België isolatie- en verpakkingsmateriaal, profielen en doe-het-zelfartikelen. Maar als we een rangschikking opstellen volgens omzetgroei dan pronkt op de tweede plaats het Belgische Mentor Engineering. Mentor Engineering is gespecialiseerd in outsourcing: het levert ingenieurs voor specifieke langlopende projecten. "We situeren ons tussen de uitzendkantoren en de engineeringdiensten in de bedrijven zelf," zegt Marc Dils, die samen met Felix Hertoghs en Frank De Palmenaer Mentor Engineering oprichtte. Inmiddels is er sprake van een echte Mentor-groep. Naast de engineering-afdeling met kantoren in Gent, Antwerpen, Hasselt en Rotterdam, werd een informaticapoot opgericht, twee bedrijven die overheidsaanbestedingen via Internet beschikbaar maken voor privé-bedrijven en hen daarbij advies verlenen. En ten slotte zijn er drie bedrijven die zich bezighouden met dienstverlening rond aankoop en logistiek. Mentor heeft daarbij plannen in China. De groep in zijn geheel groepeert nu 250 mensen en is een half miljard frank omzet waard. Momenteel wordt voor het eerst in zes jaar de groei ietwat afgeremd, omdat er een tekort aan ingenieurs en informatici bestaat op de markt. Maar even uitblazen en de structuren wat aanpassen, lijkt niet echt onwelkom. Ook niet voor de tweede snelste Europese groeier. De volledige Top 500 vindt u op de Internet-website van Trends: http://www.trends.be.GUIDO MUELENAER