"Het systeem is rot en wij willen de klokkenluider zijn. Hoeveel kost die kinderopvang voor de belastingbetaler? De overheid weet het zelf niet of wil het niet laten weten", zeggen Jan De Vree en Dany Depreitere, adviseur en stichter-voorzitter van UnieKO.
...

"Het systeem is rot en wij willen de klokkenluider zijn. Hoeveel kost die kinderopvang voor de belastingbetaler? De overheid weet het zelf niet of wil het niet laten weten", zeggen Jan De Vree en Dany Depreitere, adviseur en stichter-voorzitter van UnieKO. "De boodschap die steeds wordt uitgedragen, is dat er te weinig middelen en te weinig opvangplaatsen zijn. De teneur is dat er dringend iets moet gebeuren in de kinderopvang. Daarbovenop wordt het beeld in stand gehouden dat ouders toch maar beter voorzichtig zijn met zelfstandigen", zegt Depreitere. Vlaanderen telt 110.000 kinderopvangplaatsen, waarvan ruim 82.000 in de zogenaamde voorschoolse kinderopvang. Dat zijn de kinderen tot drie jaar. Enerzijds is er de groepsopvang, zeg maar de crèches, en anderzijds de gezinsopvang, de onthaalouders. De niet-gesubsidieerde zelfstandigen zijn vooral actief in groepsopvang, terwijl gezinsopvang hoofdzakelijk wordt gesubsidieerd. Met die 110.000 opvangplaatsen kan zowat 45 procent van de kinderen onder de drie jaar in Vlaanderen terecht in de georganiseerde kinderopvang. In een nieuw decreet plant de Vlaamse overheid voor 2016 in de voorschoolse kinderopvang 10.000 nieuwe plaatsen. UnieKO, dat de voorbije twintig jaar uitgroeide tot de grootste speler in voorschoolse groepsopvang in Vlaanderen, gaat echter op de rem staan. "Terwijl de overheid almaar meer kinderopvangplaatsen creëert, zijn er elke dag 16.000 plaatsen in de gesubsidieerde opvang die niet worden ingenomen", legt De Vree uit. UnieKO stelt zich vooral vragen over het gebrek aan transparantie in de financiering. Een kafkaiaans systeem met heel wat verwarring over bevoegdheden, controle en werkwijze, wat een coherent beleid onmogelijk maakt. Een kaderdecreet, waarvan de visienota intussen al werd goedgekeurd, zorgt nauwelijks voor beterschap. "De overheid probeert met geld als lokmiddel de zelfstandigen in te lijven in het gesubsidieerde netwerk. Waarom een sector omturnen die jaren, voor de overheid, gratis kwalitatieve plaatsen creëerde? Waarom iets dat werkt, integreren in iets dat niet werkt en veel geld kost? Die kosten kan de overheid zelf niet meer becijferen", zegt De Vree. Ook het jaarverslag van Kind & Gezin, dat als Vlaamse openbare instelling de kinderopvang moet steunen en stimuleren in Vlaanderen en Brussel, houdt de onduidelijkheid alleen maar in stand. De Vree wijst erop dat ook een onderzoek van de Antwerpse universiteit, dat enkele jaren geleden werd gevoerd, niet volledig kon achterhalen hoe de financiering in elkaar zit. "Die is zo versnipperd, met geld van gemeentes, provincies, OCMW's, de Vlaamse overheid, de federale overheid en Europa", zegt De Vree. "Als bijvoorbeeld een gemeente kinderopvang organiseert en een gebouw ter beschikking stelt, moet dat ook als steun worden beschouwd", vindt De Vree. Hij wijst erop dat de gesubsidieerde sector ook kan terugvallen op het zogenaamde VIPA, het steunfonds voor zorg- en welzijnsinfrastructuur, zonder verlies van subsidies. UnieKO heeft zelf dan maar de totale prijs van gesubsidieerde kinderopvang berekend. En die cijfers liggen een heel stuk hoger dan de cijfers van de Vlaamse overheid. Zo is voor de Vlaamse overheid de gemiddelde prijs van een plaats in de gesubsidieerde groepsomvang zowat 9300 euro. Maar als alle subsidies en voordelen in rekening worden genomen, komt de prijs volgens UnieKO 74 procent hoger uit op meer dan 16.200 euro. Bij de gesubsidieerde gezinsopvang is het verschil nog veel groter. Terwijl de overheid een gemiddelde prijs van zowat 2400 euro hanteert, is die volgens UnieKO een kleine 8000 euro. UnieKO voelt intussen de druk op de sector van zelfstandigen stijgen. "De regelgeving wordt almaar strakker en de prijzen duurder. De nieuwe krijtlijnen in de visienota willen zelfstandigen leiden naar een vast subsidiekader", zegt Depreitere. Zo is de beroepsfederatie ook misnoegd over de nieuwe norm in het decreet om maximaal zes tegelijk aanwezige kinderen per kindbegeleider te hebben in groepsomvang. Nu is dat nog zeven per begeleider. "Dat betekent 15 procent mensen extra, die moeten worden aangeworven in de zelfstandige kinderopvang en 4000 in het gesubsidieerde net", zegt De Vree. En dat terwijl de job van kinderverzorgster al een knelpuntberoep is. "Waarom nog zelfstandige worden?" vraagt De Vree zich luidop af. Depreitere verwacht dat Europa zich vroeg of laat buigt over de sector. "En dat leidt ongetwijfeld tot rechtszaken voor oneerlijke concurrentie omdat de sector ongelijk wordt gefinancierd voor eenzelfde dienstverlening." De zelfstandige kinderopvang, die ruim 35.300 opvangplaatsen en 5000 jobs vertegenwoordigt, zit momenteel hoe dan ook opgescheept met de handicap van een hoger gemiddeld dagtarief. Terwijl de zelfstandigen boven 20 euro per kind per dag zitten, is dat bij de gesubsidieerden onder de 20 euro. "We zijn ook minstens even goed en kunnen dat ook bewijzen met cijfers", beweert De Vree, die zich druk maakt over het feit dat de kwaliteit van zelfstandige kinderopvang geregeld op de korrel wordt genomen. UnieKO steunt intussen wel de inkomensgerelateerde prijzen, waarbij gezinnen een financiële bijdrage betalen volgens hun inkomen. "Maar laat niet de overheid, maar de ouders de voorzieningen subsidiëren", stelt Depreitere voor. "Wij willen niet gesubsi-dieerd worden, geef de subsidie aan de ouders, die ze op hun beurt besteden aan de opvang van hun keuze." UnieKO wijst ook op de verkapte concurrentie van ziekenfondsen en scholen in zelfstandige kinderopvang. "Schoolmiddelen worden oneigenlijk gebruikt." De Vree waar-schuwt ook voor het opportunisme van zo'n instellingen. "De dag dat zo'n school de klaslokalen nodig heeft, vliegt de kinderopvang eruit. Het zijn onbetrouwbare partners." Bovendien wordt het gros van de buitenschoolse kinderopvang niet gecontroleerd, besluit UnieKO. Door Bert Lauwers