Eind oktober kondigde de ethische coöperatieve bank NewB aan dat ze haar bankactiviteiten stopzet, nadat ze er niet in was geslaagd 40 miljoen euro extra kapitaal te verzamelen. Dat bedrag was nodig om aan de eisen van de Nationale Bank te voldoen en de met hard labeur verworven banklicentie te behouden. De nakende stopzetting van NewB gaf de afgelopen weken meermaals aanleiding tot vergelijkingen met Arco, een van de grootste financiële schandalen uit de Belgische geschiedenis. In het licht van de aankomende buitengewone algemene vergadering over de eventuele voortzetting van de activiteiten, is het belangrijk om te duiden waarom het kind niet met het badwater moet worden weggegooid als het over financiële coöperatieven gaat.
...

Eind oktober kondigde de ethische coöperatieve bank NewB aan dat ze haar bankactiviteiten stopzet, nadat ze er niet in was geslaagd 40 miljoen euro extra kapitaal te verzamelen. Dat bedrag was nodig om aan de eisen van de Nationale Bank te voldoen en de met hard labeur verworven banklicentie te behouden. De nakende stopzetting van NewB gaf de afgelopen weken meermaals aanleiding tot vergelijkingen met Arco, een van de grootste financiële schandalen uit de Belgische geschiedenis. In het licht van de aankomende buitengewone algemene vergadering over de eventuele voortzetting van de activiteiten, is het belangrijk om te duiden waarom het kind niet met het badwater moet worden weggegooid als het over financiële coöperatieven gaat. Naast hun ondernemingsvorm hebben Arco en NewB weinig met elkaar gemeen. Terwijl het Arco-schandaal te wijten was aan een gebrek aan transparantie, valt zoiets NewB allerminst te verwijten. De risico's voor de coöperanten waren altijd glashelder, het prospectus was uitermate leesbaar. Terwijl het bij Arco om spaarbeleggingen ging, bood NewB ook zicht- en spaarrekeningen aan. Al is het belangrijkste verschil gelegen in de keuze van NewB om uitsluitend te investeren in ethische en duurzame projecten. Bovendien wilde de bank haar rekeninghouders meer inzicht en inspraak geven in de investeringen die met het geld op zicht-, spaar- en effectenrekeningen werden gedaan. Precies daarom koos NewB voor een coöperatief samenwerkingsmodel. Een coöperatieve ondernemingsvorm maakt het mogelijk dat mensen zich verenigen om gemeenschappelijke noden in te vullen, terwijl ze meebeslissen over de manier waarop. Coöperanten zijn daarbij niet alleen mede-eigenaren van het bedrijf, ze hebben ook gelijk stemrecht, ongeacht hun kapitaalinbreng. Precies dat collectieve eigenaarschap en die democratische controle maken van een coöperatieve de uitgelezen samenwerkingsvorm voor duurzame verandering. Wereldwijd zijn er zo'n 3 miljoen coöperatieven. 12 procent van de mensheid is coöperant. Ook in eigen land vinden we diverse voorbeelden die hun sector in beweging brengen, van mobiele telefonie (Neibo), over energie (Energent) en huisvesting (wooncoop) tot regeneratieve landbouw (De Wassende Maan). De centrale vraag is dan ook niet of, maar wel hoe een coöperatief samenwerkingsmodel in het bankwezen succesvol kan zijn. Wat opvalt bij NewB is dat slechts 20.000 van de 120.000 coöperanten ook een zichtrekening openden. Volgens professor fiscaal recht Michel Tison (UGent) is dat een van de redenen waarom de bank haar volgende kapitaalronde niet kon volbrengen. Een onbalans tussen actieve en passieve aandeelhouders is voor de banksector mogelijk een unieke achillespees. Als het over telefonie, energie of groenten gaat, heb je geen derde partij die vraagt een smak geld op tafel te leggen, louter om te mogen blijven bestaan. Eigenlijk is die zelfverklaarde sérieux best ironisch, als je bedenkt dat de Ierse bankstakingen van de jaren zeventig nauwelijks een effect op de economie hadden. Toen namen lokale pubs en kruideniers de taken van de banken over, al lijkt een clandestiene toekomst voor NewB geen wenselijk scenario. Toch zou het jammer zijn het geloof in een coöperatieve bank volledig te verliezen door slechte vergelijkingen. Daarom hoop ik dat de aankomende algemene vergadering een moment kan zijn om te onderzoeken hoe die overige 100.000 coöperanten wél rekeninghouder zouden zijn geworden. Wie weet krijgt het coöperatieve bankieren in de toekomst dan alsnog de kans die het verdient.