Volgende maand: rode bourgogne 2002.
...

Volgende maand: rode bourgogne 2002. Riesling is een van de fijnste druivensoorten ter wereld. Lang voor het succes van chardonnay, sauvignon, cabernet sauvignon en merlot werden rieslingwijnen - die nagenoeg uitsluitend afkomstig zijn uit Duitsland - geroemd om hun edele en subtiele karakter. Van de druif worden zowel droge als zoete witte wijnen gemaakt en het waren de Duitse zoete wijnen die tot vorige eeuw op hetzelfde niveau werden geplaatst als de veel te dure Château d'Yquem uit het Franse Sauternes. Rieslingdruiven zijn klein en rijpen in hun natuurlijke klimaat bijzonder laat in de herfst. Soms wordt tot november en zelfs december geoogst. De druivensoort is goed bestand tegen de winterkoude en overleeft periodes van strenge vorst die voor andere wijngaarden nefast zijn. De koude is zelfs essentieel al je van riesling grote wijn wilt maken, droog of zoet. Alleen in Duitsland, Oostenrijk en - in mindere mate - in de Elzas is het in het najaar voldoende koud om de riesling zijn onmiskenbaar zuiver, friszurig en mineralig karakter te geven. In deze streken ontwikkelt de druif haar natuurlijk hoge zuurgehalte optimaal, terwijl zij in warmere streken als Nieuw-Zeeland, Australië en Californië niet meer kan dan plompe en enkelvoudige wijnen geven. Hoewel in sommige gebieden wel een koel klimaat heerst, missen ze daar toch de complexe ondergrond om deze wijnen werkelijk groot en subtiel te maken. In nieuwewereldriesling is meestal alleen op de achtergrond vaag iets van mineralen en stenen waar te nemen, maar dat verdwijnt al vlug na een tiental minuten in het glas. Sommige van deze rieslings zijn zelfs veel te zoet, kunstmatig bijna, en missen de noodzakelijke zuren om werkelijk groot te kunnen zijn. Soms vind je zelfs aroma's terug van zwart en roodachtig fruit en florale toetsen als van gesuikerde viooltjes. Riesling uit de Elzas is meestal zoeter en ronder dan de Duitse en Oostenrijkse wijnen. Dat komt door het iets warmere klimaat, maar ook door de manier waarop de wijn wordt gemaakt. Terwijl dat in Duitsland en Oostenrijk verboden is voor kwaliteitsriesling, mogen wijnbouwers in Frankrijk de druivenmost bijsuikeren wanneer het potentiële alcoholgehalte te laag ligt. Deze handeling heet chaptaliseren. Het toevoegen van biet- of rietsuiker heeft altijd voor gevolg dat de wijn vlakker en minder complex wordt. Elzasriesling krijgt zelden dezelfde subtiele harmonie tussen mineraliteit en frisse zuren zoals in Duitsland en Oostenrijk. De zuren blijven altijd wat onversmolten met het dikker en zoeter smakenpalet en komen daardoor soms wat onrijp en scherp over, hoewel ze dat niet zijn. Meestal zijn rieslings uit de Elzas voller en vettiger dan de fijnere Duitse en Oostenrijkse, maar dat betekent niet dat ze van mindere kwaliteit zijn. Ze behoren gewoon tot een andere stijl. Aromatisch ondergaat kwaliteitsriesling een complexe evolutie met het ouderen op fles. In hun jeugd zijn droge rieslingwijnen knapperig, fris en fruitig, met aroma's van blank fruit als groene appel en witte perzik en exotisch fruit als limoen, citroen, roze pompelmoes en soms litchi. Ze ruiken en smaken met andere woorden zoals veel andere jonge droge witte wijnen. Na een vijftal jaar op fles worden ze complexer en komen door de invloed van de rotsige ondergrond in de wijngaarden uitgesproken aroma's opzetten van mineralen, steen en de typische, rokerige petroleumtoets. Zijn delicate maar authentieke karakter blijft riesling zijn leven lang behouden. De beste wijnen beschikken over een enorm bewaarpotentieel en kunnen soms 100 jaar fles aan, dankzij hun beschermend hoog zuurgehalte. Riesling is een vreemde wijn. Terwijl een gestructureerde rode wijn met houtopvoeding tijd nodig heeft om de houtaroma's met het fruit te laten versmelten, geldt dat bij riesling voor de mineraliteit. Die heeft jaren flessenrijping nodig om zich helemaal te integreren in de wijn. Zoete rieslings zijn vanaf hun jeugd voller en hebben aroma's van honing, bloemen, perziken, gedroogde abrikozen, litchi's, ananas, mango en soms zelfs rozijnen, wanneer de druiven zijn aangetast door botrytis cinerea of edelrot. Wij beperken ons hier tot de droge wijnen van riesling. Oostenrijkse rieslings zijn vergelijkbaar met Duitse, hoewel ze vaak iets minder vulling hebben in de smaak maar zeer mineralig zijn van karakter. Filip Verheyden