In de zakenwereld is het Engels als voertaal vanzelfsprekend. Ook cultureel leeft de wereld grotendeels in een Angelsaksisch universum. Onze hitparade is al decennialang een laagdrempelige cursus Engels. Het filmaanbod uit Hollywood voert nog altijd de boventoon. En New York is het epicentrum van de westerse cultuurmarkt, zowel voor de internationale kunsthandel als voor het lanceren van internationale bestsellerauteurs.
...

In de zakenwereld is het Engels als voertaal vanzelfsprekend. Ook cultureel leeft de wereld grotendeels in een Angelsaksisch universum. Onze hitparade is al decennialang een laagdrempelige cursus Engels. Het filmaanbod uit Hollywood voert nog altijd de boventoon. En New York is het epicentrum van de westerse cultuurmarkt, zowel voor de internationale kunsthandel als voor het lanceren van internationale bestsellerauteurs. Dat is allemaal niet toevallig zo. In de tweede helft van de twintigste eeuw kon de Amerikaanse hegemonie groeien door een actieve culturele diplomatie, gesmeerd met budgetten om het Amerikaanse vrijheidsideaal met de bijbehorende vrijemarkteconomie uit te dragen.Een bekend voorbeeld van die softpowerdiplomatie is het Fulbright-programma, dat sinds 1946 uitwisselingen van universiteitsstudenten mogelijk maakt. Ook de Jazz Ambassadors, die tijdens de Koude Oorlog in Europa op tournee werden gestuurd, zijn een voorbeeld van hoe culturele uitwisseling en beïnvloeding tegen de communistische propaganda werden ingezet. In de schilderkunst werd een stroming zoals het abstract expressionisme van Jackson Pollock gepositioneerd als een uiting van hoe vrij de Amerikanen wel waren. De impliciete boodschap was dat in de Verenigde Staten de kunstenaars de vrijheid hadden om een kunstwerk bijeen te druppelen, terwijl de Russische artiesten arbeiders moesten schilderen om het communisme te idealiseren. In Europa zijn de hoogdagen van die bewuste culturele beïnvloeding voor een groot deel verleden tijd. In het voorwoord van een recent symposium van het Institute for Cultural Diplomacy (IDC) staat dat "sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en het einde van de Koude Oorlog in Washington het idee leeft dat er geen behoefte meer is om een culturele diplomatie uit te bouwen".De val van de Muur is niet de enige reden waarom de budgetten voor culturele uitwisseling en het actief uitdragen van de Amerikaanse cultuur zijn teruggeschroefd. De aandacht van de Verenigde Staten verschuift ook van Europa naar Azië. En de middelen volgen. Dat was vorig jaar toch de verklaring die de raad van bestuur van het Center for American Studies in Brussel kreeg toen de financiële ondersteuning werd stopgezet. Dat centrum bestond al sinds 1965 en beheerde de boekencollectie die de Fulbright Commission aan de Koninklijke Bibliotheek in bewaring had gegeven. Die collectie bevat 30.000 boeken en 14.000 titels op microfiche. Dat de geldstroom om dat onderzoeksinstrument verder uit te bouwen, is opgedroogd is te wijten aan een interne reorganisatie van de Koninklijke Bibliotheek, maar ook bij de ambassade en Fulbright was er geen animo meer om het centrum te blijven runnen. Voor de Amerikanistiek in ons land betekent dat een aderlating. Al was die academische richting hoe dan ook al in verval. Zo werd het vanuit de UGent gerunde programma American Studies opgedoekt bij gebrek aan interesse. De oprichting van zulke universitaire programma's was, vooral in West-Duitsland, een onderdeel van de propagandaoorlog tussen de twee grote machtsblokken tijdens de Koude Oorlog. Dat gebeurde meestal met een injectie van Amerikaans overheidsgeld. "Tot een tiental jaar geleden had de Amerikaanse ambassade echt wel een aardig budget voor cultuur en onderwijs", vertelt Pieter Vermeulen, docent Amerikaanse en vergelijkende literatuurwetenschappen aan de KU Leuven. "Onder Barack Obama werd die culturele diplomatie al op een lager pitje gezet. Het geloof dat literatuur, cultuur of erfgoed een rol speelt in de geopolitieke machtsverhoudingen, is afgenomen. Onder Donald Trump is dat nog versneld." Het is moeilijk te meten of de culturele invloed van de Verenigde Staten taant. De budgetten die een overheid spendeert, zeggen ook niets over het resultaat. Maar er zijn wel intrigerende observaties. Zo zegt Frank Albers, filosoof en docent Amerikaanse cultuur aan de Universiteit Antwerpen: "Ik denk dat de invloed uit de Verenigde Staten niet taant, maar wel verandert. Het monolithische verhaal van het blanke Hollywood en van de zorgeloze popmuziek dat we sinds de jaren zestig zonder veel kritiek hebben geslikt, staat niet meer alleen. We krijgen nu veel meer Amerika's te zien en te horen: African America, native America, het Amerika van de seksuele revolutie, van de immigranten. De Verenigde Staten zijn versplinterd in verschillende verhalen. De culturele invloed van het land lijkt mij complexer en genuanceerder dan voorheen, al kan ik dat niet staven met harde wetenschappelijke feiten." "Zowel Obama als Trump is een fenomeen dat de polariserende Amerikaanse maatschappij zichtbaar maakt", zegt Albers. "De culturele vertaling daarvan is ook een exportproduct. Neem Black Lives Matter. Dat probleem is veel acuter in de Verenigde Staten dan in Vlaanderen. En toch zijn wij daar ook over bezig. De culturele invloed uit de Verenigde Staten gaat niet meer alleen om Bruce Springsteen en Rambo." Hoe dan ook lijken de Verenigde Staten zich cultureel terug te trekken. Die beweging past in de isolationistische koers van het land. Ook Obama was al minder geïnteresseerd in Europa dan zijn voorgangers. "Het is duidelijk dat in de Verenigde Staten anders over Europa wordt gedacht dan in de jaren vijftig en zestig", stelt Frank Albers vast. "Vanuit Europees perspectief is de vraag veeleer of onze liefde voor anything American ook over is. En dat denk ik niet. Maar ik denk wel dat onze liefde kieskeuriger en diverser is geworden." Cultuur is meer dan ooit een economische sector. Dat blijkt ook uit de ondernemingen die er actief zijn. Meestal zijn in de entertainmentsector de Amerikaanse spelers dominant. Als dat overwicht verstoord dreigt te worden, grijpt een protectionistische president wel in. Dat blijkt in de pogingen om TikTok in de Verenigde Staten te verbieden, tenzij er een Amerikaanse overnemer wordt gevonden. Het lijkt er bovendien op dat de ideologische component van de culturele diplomatie plaats heeft moeten maken voor een economische logica. De plot van de gemiddelde Hollywood-film is niet altijd meer een verheerlijking van het Amerikaanse imperialisme. "Ideologie heeft plaatsgemaakt voor een commerciële logica", zegt Pieter Vermeulen. "In de grote Netflix-series van de jongste jaren zit niet zo veel ideologische ambitie. Het gaat in de eerste plaats om entertainment. Ook Amazon maakt vanuit die commerciële logica plaats voor Europese en Latijns-Amerikaanse producten." "De top honderd van de meest verkochte boeken is ook geen afspiegeling meer van de Amerikaanse ideologie. Wel blijft New York bepalend voor het maken of kraken van internationale bestsellerauteurs. Schrijvers als Karl Ove Kanusgård en Elena Ferrante werden pas populair in België nadat in The New Yorker of The New York Times lovende recensies hadden gestaan. De uitgeverswereld is internationaal te herleiden tot enkele grote spelers in New York. Zij zijn het commerciële centrum van de literaire wereld. Maar dat betekent niet dat alleen maar Amerikaanse waarden worden uitgedragen. Zelf ben ik opgegroeid met de generatie van Philip Roth en Saul Bellow, typische stemmen die vanuit New York naar de wereld werden gebracht. Het aanbod nu is toch een stuk eclectischer. Als lezer vind ik dat een goede zaak."