Een persbericht aan het begin van de zomervakantie: in 2019 investeerde Vlaanderen 3,35 procent van zijn bruto regionaal product in onderzoek en ontwikkeling. Daarmee heeft Vlaanderen een begeerde norm gehaald: de ambitie van de Europese Unie is dat de lidstaten 3 procent van hun bruto binnenlands product investeren in onderzoek en ontwikkeling.
...

Een persbericht aan het begin van de zomervakantie: in 2019 investeerde Vlaanderen 3,35 procent van zijn bruto regionaal product in onderzoek en ontwikkeling. Daarmee heeft Vlaanderen een begeerde norm gehaald: de ambitie van de Europese Unie is dat de lidstaten 3 procent van hun bruto binnenlands product investeren in onderzoek en ontwikkeling. Dat goede resultaat is te danken aan een jarenlang consistent beleid. Al sinds de jaren tachtig, toen Vlaams minister-president Gaston Geens (CD&V) droomde van een derde industriële revolutie in Vlaanderen (DIRV), wil Vlaanderen uitgroeien tot een kennisregio. De opeenvolgende Vlaamse regeringen schroefden de subsidies voor onderzoek en ontwikkeling geleidelijk op, of hielden die in moeilijke tijden op peil. Een kleine regio kan niet in alles wereldtop zijn. Daarom heeft Vlaanderen vier strategische onderzoekscentra (SOC's) opgezet: imec, het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB), Flanders Make en VITO (zie kader Vlaams onderzoeksgeld: een brede waaier). Die SOC's moeten onze regio in hun onderzoeksgebied als kennishub op de kaart zetten. Ze slokken dan wel een kwart van de Vlaamse onderzoekssubsidies op, maar tegelijk trekken ze ook veel privékapitaal aan. Bij imec zorgt dat bijvoorbeeld voor een jaarlijkse injectie van meer dan 350 miljoen euro buitenlands kapitaal. Dat cijfer is een gemiddelde over de jongste tien jaar en stamt uit de recentste tweejaarlijkse impactstudie die IDEA-Consult in 2018 over imec heeft gemaakt. "Die trend heeft zich sindsdien voortgezet", verzekert Luc Van den hove, de CEO van imec.Van de vier SOC's trekken vooral imec en het VIB de aandacht als wereldvermaarde onderzoekscentra. Beide streven dan ook naar de hoogst mogelijke excellentie. Zo beoordelen internationale experts tijdens de vijfjaarlijkse evaluaties bij het VIB of bepaalde onderzoekers in hun vakgebied tot de 10 procent van de meest invloedrijke wetenschappers behoren. Is dat niet het geval, dan stopt de financiering via het VIB onverbiddelijk. Volgens Hans Willems, secretaris-generaal van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen (FWO), benijden andere landen ons beide onderzoeksinstituten. Hij merkt dat onder meer tijdens onderhandelingen over bilaterale onderzoeksakkoorden, waar steevast wordt gepeild om samen te werken met imec of het VIB. "Het is goed dat er keuzes zijn gemaakt", besluit Willems. "Maar nog belangrijker is dat de opeenvolgende regeringen in die keuzes zijn blijven investeren. Die rode draad maakt het verschil, al is de strategie in de loop der jaren hier en daar wel bijgestuurd." Imec begon in de jaren tachtig als centrum voor micro-elektronica, maar schoof gaandeweg op richting nanotechnologie en digitale innovatie. Sinds de fusie met iMinds in 2016 mikt het zowel op software als hardware. De Vlaamse dotatie steeg van 48 naar 110 miljoen. Van den hove: "De innovaties in hardware en software zijn niet meer van elkaar los te koppelen. Digitale innovatie waaiert bovendien uit naar veel sectoren. Dat merk je ook aan onze onderzoeksportefeuille en het aantal sectoren waarmee we samenwerken. Zo hebben we in de energiesector onlangs een samenwerking aangekondigd met VITO, DEME, Colruyt, John Cockerill en Bekaert. Met onze nanostructuren gaan we nieuwe elektrolysetechnologie ontwikkelen om kostenefficiënt groene waterstof te produceren." Bij het VIB bevestigt Jo Bury het belang van de consistentie van het beleid. "Tegenover onze beginjaren is onze jaarlijkse dotatie bijna verdrievoudigd", zegt hij. "Het VIB is in die tijd uitgegroeid tot een onderzoeksinstelling die academisch geworteld is in 90 onderzoeksgroepen aan de vijf Vlaamse universiteiten." Met ruim 1 miljard euro doet de Vlaamse regering een forse duit in het zakje van de onderzoeksmiddelen. Maar de logische vraag rijst dan of die volgehouden investeringen voldoende opleveren. Daar blijkt nog werk aan de winkel te zijn. Zo concludeerde de Vlaamse Adviesraad voor Innoveren & Ondernemen (VARIO) in 2020 op basis van het Europees en Regionaal Innovatie Scorebord van de Europese Commissie dat de Vlaamse innovatie-economie de laatste tien jaar trager groeit dan het Europese gemiddelde, terwijl de investeringen in onderzoek en ontwikkeling met 51 procent zijn gestegen. In de update in 2021 behoort Vlaanderen tot de groep van de zogenoemde innovatieleiders, terwijl het vorig jaar nog in de lagere categorie van de 'sterke innovatieregio's' viel. Vlaanderen staat daarmee op de 27ste plaats van 240 Europese regio's. Ondanks die vooruitgang zijn we nog een eind verwijderd van de ambitie van de regering-Jambon. Die beloofde in het regeerakkoord van Vlaanderen een regio te maken die tot de top vijf van de innovatiefste regio's in Europa hoort. De hogere investeringsgraad verbetert wel de academische output van het onderzoek. De impact van de wetenschappelijke publicaties, de ranking van onze universiteiten en de naambekendheid van onze onderzoekscentra zitten in de lift. "Niemand betwijfelt nog dat Vlaanderen beschikt over excellent onderzoek", zegt Danielle Raspoet, directeur-secretaris van VARIO. "De vraag is of we voldoende economische en maatschappelijke meerwaarde voor Vlaanderen genereren. We hebben troeven, maar er zijn nog zwakke schakels. Meer samenwerking tussen de strategische onderzoekscentra, clusters, universiteiten en universitaire ziekenhuizen kan een turbo zetten op de uitbouw van ons innovatieve ecosysteem." Andere verbeterpunten zijn volgens VARIO het aantal STEM-afgestudeerden, de slappe cultuur van het levenslang leren en te weinig ambitieus ondernemerschap. Raspoet: "Er is wel een cultuur van start-ups en spin-offs, maar we hebben meer ondernemers nodig met de ambitie in Vlaanderen door te groeien en te internationaliseren, waarbij de zeggenschap toch in Vlaanderen blijft." Wanneer kun je spreken van een succesvolle output? Is het zaak het aantal spin-offs te tellen? Gaat het om de som van het aantal multinationals dat hier ontstaat? Of is het doel de uitbouw van een levend ecosysteem? "Je moet het op lange termijn zien", zegt Willems. "We hebben wel het gevoel dat er clusters zijn ontstaan, waar ondernemingen zich aan koppelen. Niet alleen rond imec en het VIB: je ziet ook bij VITO en Flanders Make hoe bedrijven een rol opnemen en voor hun financiering bij het Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen (Vlaio) aankloppen. De ecosystemen krijgen echt vorm. Buitenlandse ondernemingen komen om die reden naar hier." Een blik op de cijfers leert dat imec uitblinkt in het verwerven van externe inkomsten. "Van onze bijna 700 miljoen euro inkomsten komt 75 procent rechtstreeks van de industrie", zegt Luc Van den hove. "Ik ben bijzonder trots op onze inkomstenmix. Zo'n 16 procent van onze structurele inkomsten komt van de Vlaamse dotatie, ongeveer 3 procent via gesubsidieerde projecten van de Vlaamse overheid en nog eens 6 procent van EU-subsidies. 75 procent is rechtstreeks afkomstig van de industrie, zowel via lokale als internationale partners. Ik ken geen enkel onderzoekscentrum dat een ratio kan voorleggen met een vergelijkbaar industrieel commitment." Ook bij het VIB valt in de inkomsten de groeiende rol van het bedrijfsleven op. Boven op de Vlaamse dotatie van 60 miljoen euro haalt het VIB nog eens 24 miljoen euro uit andere subsidies en 34 miljoen uit samenwerkingen met bedrijven. Drie kwart daarvan is afkomstig van Vlaamse ondernemingen. Doet de toenemende inkomstenstroom uit intellectuele eigendommen, licenties en spin-offs dromen van zelfvoorzienende onderzoekscentra? "De gedachte dat onderzoeksinstellingen zelfbedruipend kunnen worden, is een utopie", zegt Bury. "Biotechnologie vergt heel lange ontwikkelingstijden. Die kosten verdien je niet zomaar terug. Beleidsmakers hebben intussen wel begrepen dat hun langetermijninvestering een economische en maatschappelijke return geeft aan de regio waar er wordt geïnvesteerd. Volgens het rapport van een onafhankelijke consultant krijgt Vlaanderen per gesubsidieerde euro aan het VIB een economische toegevoegde waarde van 11 euro terug. Toen we midden jaren negentig begonnen, telde het ecosysteem voor lifesciences hier vijf biotechbedrijven. Vandaag zijn dat er 150, waarvan wij er zelf 28 hebben opgericht. Bijna 25 hebben we uit het buitenland naar hier gehaald. Dat zijn overtuigende cijfers om te spreken van een bloeiend ecosysteem."