opinie

'Waarom het schrappen van deze versie van de betonstop een goede zaak is'

  • Bijgewerkt om

Nu duidelijk is dat de betonstop niet meer door het Vlaams Parlement gestemd zal kunnen worden, is het tijd om na te denken over hoe het de volgende keer wel zou kunnen lukken. Een alternatieve financiering is de sleutel. Dat zegt Mieke Schauvliege, gemeenteraadslid voor Groen.

© Belga

Laat er geen misverstand over bestaan. Het is de hoogste tijd voor een betonstop. Wil Vlaanderen leefbaar blijven, dan moet de ruimtelijke ordening verstandig worden bijgestuurd. De versterking van de kernen van dorpen, gemeenten en steden zullen zorgen voor meer lokale handel, betere mobiliteit, minder kans op wateroverlast en goedkopere rioleringen en andere nutsvoorzieningen. Om dat waar te maken, moeten slecht gelegen bouwgronden geschrapt worden.

Dat is best haalbaar. In het verleden is er veel te veel bouwgrond aangeduid. Bovendien liggen heel wat van die percelen in overstromingsgebied of op plekken zonder wegen, rioleringen of elektriciteit. Daar bouwen zou echt onverstandig zijn. Komt daarbij dat de woondichtheid in kernen van steden en dorpen over het algemeen zo laag is, dat de toename van de Vlaamse bevolking daar makkelijk kan worden opgevangen.

De betonstop zal deze legislatuur niet meer goedgekeurd raken. De Raad van State heeft brandhout gemaakt van de voorgestelde plannen. De juridische aanpak was op los zand gebouwd, zo oordeelde de Raad. De decreten kunnen dus niet meer naar het parlement voor de verkiezingen.

Niet alleen juridisch hingen de plannen met haken en ogen aan elkaar. De Vlaamse regering heeft van de betonstop een onbetaalbaar gedrocht gemaakt, zowel voor de Vlaamse overheid als voor lokale besturen. Voor de volgende regering is het een gouden kans om het huiswerk opnieuw te maken.

De grote fout ligt in de voorgestelde financiering voor eigenaars van slecht gelegen percelen. Wanneer er bouwgrond wordt omgezet naar landbouw- of natuurgebied, moet de overheid daarvoor een schadevergoeding betalen, de zogeheten planschade. Tot nu toe moet enkel een schadevergoeding worden betaald voor percelen gelegen aan uitgeruste openbare wegen, tegen 80 procent van de aankoopprijs.

Waarom het schrappen van deze versie van de betonstop een goede zaak is.

In de nieuwe regeling had de regering voorzien dat dit 100 procent zou worden van de huidige marktprijs, en dat voor alle percelen, ook al zijn er geen wegen, rioleringen of elektriciteit. Een eerlijke vergoeding voor eigenaars is nodig, maar door 100 procent van de marktwaarde te betalen, wordt een betere ruimtelijke ordening onbetaalbaar. En wie wordt de grote winnaar van die regel? De bouwpromotoren, die heel veel van die reservegronden in hun bezit hebben.

De nieuwe compensatieregel zou de Vlaamse overheid opzadelen met kosten van 13 miljard euro, bijna drie keer meer dan de huidige regeling die 5 miljard zou kosten. Met geen woord werd in de nieuwe plannen gerept waar dat extra geld vandaan zou moeten komen.

Ook voor lokale besturen zijn de afgewezen voorstellen onhaalbaar, berekende het studiebureau Stec Groep in opdracht van de Vlaamse overheid. Gent is daar een treffend voorbeeld van. Met het RUP Groen (Ruimtelijk Uitvoeringsplan) wil de stad de resterende groene zones in de stad beschermen. Zo wil de stad een waardevol stuk groen in de buurt van het station Gent Sint-Pieters herbestemmen van woongebied naar park. Het ligt naast de sporen, niet langs een uitgeruste weg. In de huidige regeling moest daar geen planschade voor worden betaald, er kan namelijk niet worden gebouwd. Volgens de Vlaamse regering zou die planschade wel moeten worden betaald. Atrium Centrumsteden, een samenwerking tussen de Vlaamse administratie en de Vlaamse steden berekende hoeveel dit project extra zou kosten. Niet minder dan 2,9 miljoen euro. Volstrekt onhaalbaar.

Het is tijd om een alternatieve financiering uit te werken voor de lokale besturen. Nu zijn de gemeenten deels financieel afhankelijk van het aansnijden van bouwgronden, ook wanneer die slecht gelegen zijn. Nieuwe woningen betekenen meer inwoners, en dus meer inkomsten. Dat maakt dat een betonstop altijd moeilijk te slikken zal zijn voor gemeentebesturen. Die zitten krap bij kas, nu ze steeds meer bevoegdheden krijgen overgeheveld van het provinciale en het Vlaamse niveau. Alles wat de gemeenten geld kost, zal op tegenkanting stuiten.

De volgende regering zal er dus voor moeten zorgen dat gemeenten met een degelijk ruimtelijk beleid daarvoor vergoed worden. Gemeenten die slecht gelegen bouwgronden schrappen moeten meer, en niet minder, geld krijgen.

En wat met de burgers die geïnvesteerd hebben in een bouwperceel als appeltje voor de dorst? Ook daar moet een regeling voor worden uitgewerkt. Dat zou kunnen via verhandelbare bouwrechten, zoals ook voorgesteld door de Vlaamse Bouwmeester Leo Van Broeck. In dat systeem wordt de grond en het recht erop te bouwen van elkaar losgekoppeld. Heb je bouwgrond in geschrapt woongebied, dan kan je jouw bouwrechten verkopen aan iemand in een gebied waar voor verdichting is gekozen. Die laatste kan dan meer woningen bouwen op eenzelfde stuk grond.

De regering-Bourgeois is er niet in geslaagd de hervorming van het ruimtelijk beleid deze legislatuur af te ronden. Dat is jammer van de verloren tijd. Maar als de volgende regering er wel in slaagt de financiering realistisch en haalbaar te krijgen, zal het uiteindelijk een goede zaak zijn.