In de Westhoek, vlak bij het historische stadscentrum van Veurne, verrijst met het Suikerpark een nieuw stadsdeel van 18 hectare. De West-Vlaamse Intercommunale WVI en de projectontwikkelaar ION ontwikkelen samen een nieuwe, duurzame wijk met woningen, een bedrijventerrein en een natuurgebied. De blikvanger is een nieuw waternet om het eigen afval- en hemelwater te verzamelen, te zuiveren en te hergebruiken. Het gaat om het grootste project op het gebied van duurzaam waterbeheer in ons land. Dit voorjaar steunde de Vlaamse overheid het project met bijna 900.000 euro.
...

In de Westhoek, vlak bij het historische stadscentrum van Veurne, verrijst met het Suikerpark een nieuw stadsdeel van 18 hectare. De West-Vlaamse Intercommunale WVI en de projectontwikkelaar ION ontwikkelen samen een nieuwe, duurzame wijk met woningen, een bedrijventerrein en een natuurgebied. De blikvanger is een nieuw waternet om het eigen afval- en hemelwater te verzamelen, te zuiveren en te hergebruiken. Het gaat om het grootste project op het gebied van duurzaam waterbeheer in ons land. Dit voorjaar steunde de Vlaamse overheid het project met bijna 900.000 euro. Davy Demuynck, de CEO van ION, legt uit waarom water zo belangrijk is voor deze duurzame wijk: "In het gebied heerst almaar vaker waterschaarste. Daarom krijgt de wijk een tweede waternet. Vergelijk het met de regenwaterput bij een huis, maar dan voor een hele wijk. Alle hemel- en afvalwater van het hele terrein zal worden samengebracht, ter plaatse gezuiverd en hergebruikt door de gezinnen en de bedrijven." Het nieuwe waternet is niet alleen slim omdat het alle water zuivert en hergebruikt, maar ook omdat het in de eerste plaats rekening houdt met het aangrenzende natuurreservaat. Zo zal het waterpeil van de grote vijver, die als buffer dient voor het hemelwater, constant worden gemonitord en is natuurbeheer prioritair. Op die manier wordt de site van 49 hectare een stuk weerbaarder tegen zowel waterschaarste als -overlast. Demuynck haast zich om het Suikerpark op het gebied van duurzaamheid niet te vernauwen tot het waterbeheer. De partners in de publiek-private samenwerking werken op basis van de Vlaamse Duurzaamheidsmeter Wijken, die de ontwikkeling ondersteunt op negen dimensies van duurzaamheid. Materialen worden bijvoorbeeld waar mogelijk hergebruikt, de mobiliteit zet in op autoluw en autovrij verkeer en ook op het gebied van energie is het project ambitieus. De partners recupereren de restwarmte van PepsiCo, dat op een nabijgelegen industrieterrein chips produceert en zelf niet alle warmte kan hergebruiken. "Via een pijpleiding kunnen we de residentiële woningen met die restwarmte verwarmen", legt Demuynck uit. "Het is de eerste maal dat het in Vlaanderen lukt om industriële restwarmte daarvoor in te zetten, maar het heeft veel voeten in de aarde gehad. Het is de bedoeling op termijn ook aanpalende sites aan te koppelen." Een duurzame wijk die behalve op energie ook inzet op waterbeheer is pionierswerk in Vlaanderen. "Water komt wel vaker achteraan in het rijtje bij het uitdenken van een duurzame wijk", weet Bart Verhaegen, projectingenieur en waterexpert bij Arcadis. Het studiebureau, geen betrokken partij in het Suikerpark, ziet architecten en ontwerpers in Vlaanderen steeds vaker bewuster omgaan met het waterbeheer. "De bewustwording groeit, ook al blijft water iets dat vaak laat in het voorontwerp aan bod komt, en zich dan nog vaak beperkt tot het opvangen van regenwater. Je moet dat ook historisch begrijpen. Na de Tweede Wereldoorlog ontstond de gewoonte om water aan het zicht te onttrekken: we staken het onder de grond en zelfs proper regenwater wilden we het liefst zo snel mogelijk naar de zee leiden." Dat denkbeeld wijzigt stilaan onder impuls van de klimaatverandering. Niet verwonderlijk gaan de steden er het snelst mee aan de slag. "Zij ondervinden de meeste hinder van de klimaatopwarming en kiezen er steeds vaker voor ruimte voor water te combineren met groen. Op het platteland is er al veel groen en is er minder bewustzijn dat elke kans om water vast te houden benut moet worden. Water dat uit de hemel valt, moeten we maximaal vasthouden en onmiddellijk gebruiken of laten insijpelen, zodat het voor ons ecosysteem beschikbaar blijft." Water beschikbaar houden is één ding, maar dat creëert wel uitdagingen op het gebied van het beheer of het onderhoud van het waternet. Het financieringsmodel van het waternet in het Suikerpark is gebouwd op een Water Service Company of WASCO, naar analogie met de meer bekende Energy Service Company (ESCO). Een ESCO voert energieprojecten uit voor zijn klanten, en financiert die investering ook. Met wat de klant bespaart dankzij het dalende verbruik, kan hij vervolgens de installatie afbetalen, om na de afbetaling opnieuw eigenaar te worden. In Veurne investeert de WASCO Suikerpark in de installatie, de zuivering en de leidingen. Haar inkomsten haalt de organisatie uit de verkoop van het tweedecircuitwater aan de eindklant, tegen een prijs die niet hoger is dan die van leidingwater. "De gezinnen geven almaar meer geld uit aan energie, maar in de toekomst zal ook het aandeel van water in het gezinsbudget significant toenemen", zegt Davy Demuynck. "We moeten anticiperen op die evolutie. Dit model kan daarbij helpen, niet enkel door water te recupereren, maar ook door te zuiveren wat anders in de riool verdwijnt." Water dat niet hergebruikt wordt, zal in het natuurgebied gebruikt worden om droge gebieden vochtig te houden. Boeren zullen water kunnen afhalen voor irrigatie, en ook de groendienst van de stad Veurne zal in tijden van droogte gebruik kunnen maken van de waterbron. Toch toont ook het Suikerpark dat er tussen droom en daad vaak flink wat tijd verstrijkt. Het project startte in 2005 na een fabriekssluiting. De oplevering is gepland tegen 2030. Die doorlooptijd van meer dan twee decennia geeft aan dat het wijkniveau zowat een bovengrens is. "Zelfs om een stukje straat aan te passen, liggen de doorlooptijden soms al hoog", zegt Bart Verhaegen. "Om een volledige stad of gemeente duurzaam te hervormen, heb je decennia nodig. Maar een kleinere schaal dan een wijk, is dan weer niet noodzakelijk een voordeel. Een wijk is groot genoeg om voldoende te diversifiëren in het landschap. Je kunt je specifiek richten op wooneenheden, maar tegelijk ook in open ruimte voor groen en water voorzien." Duurzaamheid aanpakken op wijkniveau en dus op een termijn van één of twee decennia creëert echter een andere financiële uitdaging voor de privépartners. "Vandaar de publiek-private samenwerking", zegt Davy Demuynck over de West-Vlaamse aanpak. "Voor een private partner alleen is een doorlooptijd van 25 jaar niet haalbaar. In deze samenwerking kennen de stakeholders elkaars belangen, en kunnen we ze constructief bespreken zonder de ambities te laten zakken. Dat vergt veel diplomatieke vaardigheden. Dit gaat om het nemen van maatschappelijke verantwoordelijkheid. We zien een positieve evolutie bij de overheden, maar je moet ook privépartners hebben, die bereid zijn veel energie en centen te investeren in projecten die je niet maximaal op de korte termijn kunt rendabiliseren." Op de vraag of het in West-Vlaanderen net daarom bij een knap pilootproject blijft dan wel een echte reflex wordt, toont Demuynck zich hoopvol. "Ik denk dat we op een kantelpunt zitten. Ik zie in West-Vlaanderen veel hoopgevende signalen, ook al blijft het aantal vergunningen nog beperkt. De oorlog in Oekraïne en de energieprijzen doen de overheid en de ontwikkelaars beseffen hoe hard het nodig is om in te zetten op duurzame wijken. De huidige context is pijnlijk op de korte termijn, maar zal op de lange termijn voor een versnelling zorgen. West-Vlaanderen loopt zeker niet achterop. Hier zijn veel groen en landbouw. Dat willen we behouden. Net daarom zijn projecten als het Suikerpark heel belangrijk."