De vorig jaar uitgereikte bouwvergunningen zijn goed voor 24.080 eengezinswoningen en 38.274 flats. De som ligt bijna een kwart hoger (23,7 procent) dan de 50.411 vergunningen die in 2017 werden uitgereikt. Het zijn er ook meer dan het vorige record (61.158), dat dateert van 2006.

De toename is vooral te danken aan Vlaanderen. Daar werd de bouw van 49.307 residentiële woningen vergund (18.247 eengezinswoningen en 31.060 flats), 31,9 procent meer dan in 2017. Die stijging is het gevolg van strengere nieuwbouwnormen die begin 2018 werden ingevoerd in Vlaanderen. Veel bouwers anticipeerden daarop en vroegen eind 2017 nog een bouwvergunning aan. Die werd dan begin 2018 goedgekeurd.

Ook in het Waals gewest werden vorig jaar iets meer woningen vergund dan in 2017 (+2,9 procent tot 11.531). In het Brussels hoofdstedelijk gewest was er daarentegen een daling: -16,7 procent tot 1.515 te bouwen eengezinswoningen en flats.

Bouwvergunningen worden steeds vaker aangevraagd om appartementsgebouwen op te trekken. Tot 2002 werden er in België meer eengezinswoningen gebouwd dan flats, maar sindsdien is dat omgekeerd. In 2008 was de verhouding 54-46 in het voordeel van de flats, vorig jaar was het overwicht al opgelopen tot 61-39.

In Vlaanderen is er een gelijkaardige verhouding. De Vlaamse Confederatie Bouw ziet daarin het bewijs dat er al een bouwshift is ingezet ten gevolge van de toenemende schaarste aan bouwgronden, en dat nog voor er 'sprake is van een beleidsplan ruimte Vlaanderen (BRV) of betonstop'. De VCB wijst erop dat volgens een rapport van de Vlaamse overheid '68 procent van die nieuwe flats en woningen gerealiseerd worden op oude sites en bijgevolg geen extra ruimte innemen'.