Uit de Huurbarometer van Dewaele Vastgoedgroep blijkt dat de reële huurprijzen van appartementen daalden. Die van huizen volgden de inflatie. Nochtans steeg de prijs van woningen in 2021 met 8,5 procent, volgens de ERA-vastgoedbarometer. De lage rente ligt mee aan de oorsprong van dat fenomeen. Die doet de prijs van de woningen stijgen, maar mildert het huurinkomen dat investeerders eisen.

Voorzitter Filip Dewaele: "Vroeger was een jaarlijks huurrendement van 3 tot 4 procent normaal. Nu nemen investeerders genoegen met 2 procent. Ze blijven een belangrijke concurrent van de gezinnen op de woningmarkt. Investeerders kunnen rekenen op een inflatievrije, veilige belegging."

Steunpunt Wonen berekende in 2021 dat de verkoopprijzen van woningen sinds 1996 met 350 procent zijn gestegen, terwijl de huurprijzen slechts met de helft toenamen. "De meeste huurders zijn mensen die zich geen eigen woning kunnen veroorloven", verklaart ING-econoom Steven Trypsteen. "Ook hun budget voor een huurwoning is beperkt. Een sterke prijsstijging van de woningen vertaalt zich niet in automatisch in een evenredige toename van de verhuurprijzen."

Beleggers in het hogere segment zijn om een andere reden tevreden met een lagere huurprijs, weet Roel Druyts van het makelaarskantoor Hillewaere. "Klassiek wordt een huurappartement gekocht in de lagere prijsklasse, voor gezinnen die zich geen woning kunnen veroorloven. Maar investeerders kopen ook kwalitatieve producten voor gezinnen voor wie een huurwoning op een toplocatie een bewuste keuze is. De verhuurders mikken op een meerwaarde van 2 tot 4 procent per jaar, als ze de kwaliteitswoning weer verkopen. Daarom accepteren ze een lager huurrendement van 2 à 3 procent."

Overheidsgeld

De investeerders in huurwoningen blijven een pijler van de woningmarkt, signaleert Druyts. Het verbaast hem wel dat Vlaams minister van van Financiën, Begroting en Wonen Matthias Diependaele (N-VA) die investeringen wil stimuleren door 500 miljoen overheidsgeld te pompen in de private ontwikkeling van betaalbare woningen (zie kader). "Door de private huurmarkt te subsidiëren lok je nog meer beleggers naar huurwoningen, wat de koopprijzen nog meer kan doen stijgen", redeneert hij.

'Geen cadeau voor ontwikkelaars'

Vlaams minister van Wonen Matthias Diependaele wil het half miljard euro overschot op het budget voor de socialehuisvestingsmaatschappijen gebruiken om de ontwikkeling van betaalbare huurwoningen op de privémarkt te stimuleren.

Sien Winters (Steunpunt Wonen): "Overheidsgeld wordt beter gebruikt voor de ontwikkeling van woningen voor kansarme gezinnen dan voor de private huurmarkt. Die bedient al de huurders die zich de marktprijs kunnen veroorloven." Het risico bestaat dat er te veel subsidie wordt gegeven. "Dan is het een zuiver cadeau voor ontwikkelaars. Ofwel is de tussenkomst te laag, en dan werkt de maatregel niet", zegt Winters.

Voor sociale woningen kunnen private investeerders wel een leemte opvullen, meent ze. Met de SVK Pro-formule van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen genieten privébedrijven een verlaagde btw van 12 procent, als ze in samenwerking met de overheid een vastgoedproject ontwikkelen. Die garandeert hen via de sociale verhuurkantoren achttien jaar huur, weliswaar onder de marktprijs.

Uit de Huurbarometer van Dewaele Vastgoedgroep blijkt dat de reële huurprijzen van appartementen daalden. Die van huizen volgden de inflatie. Nochtans steeg de prijs van woningen in 2021 met 8,5 procent, volgens de ERA-vastgoedbarometer. De lage rente ligt mee aan de oorsprong van dat fenomeen. Die doet de prijs van de woningen stijgen, maar mildert het huurinkomen dat investeerders eisen. Voorzitter Filip Dewaele: "Vroeger was een jaarlijks huurrendement van 3 tot 4 procent normaal. Nu nemen investeerders genoegen met 2 procent. Ze blijven een belangrijke concurrent van de gezinnen op de woningmarkt. Investeerders kunnen rekenen op een inflatievrije, veilige belegging." Steunpunt Wonen berekende in 2021 dat de verkoopprijzen van woningen sinds 1996 met 350 procent zijn gestegen, terwijl de huurprijzen slechts met de helft toenamen. "De meeste huurders zijn mensen die zich geen eigen woning kunnen veroorloven", verklaart ING-econoom Steven Trypsteen. "Ook hun budget voor een huurwoning is beperkt. Een sterke prijsstijging van de woningen vertaalt zich niet in automatisch in een evenredige toename van de verhuurprijzen." Beleggers in het hogere segment zijn om een andere reden tevreden met een lagere huurprijs, weet Roel Druyts van het makelaarskantoor Hillewaere. "Klassiek wordt een huurappartement gekocht in de lagere prijsklasse, voor gezinnen die zich geen woning kunnen veroorloven. Maar investeerders kopen ook kwalitatieve producten voor gezinnen voor wie een huurwoning op een toplocatie een bewuste keuze is. De verhuurders mikken op een meerwaarde van 2 tot 4 procent per jaar, als ze de kwaliteitswoning weer verkopen. Daarom accepteren ze een lager huurrendement van 2 à 3 procent." De investeerders in huurwoningen blijven een pijler van de woningmarkt, signaleert Druyts. Het verbaast hem wel dat Vlaams minister van van Financiën, Begroting en Wonen Matthias Diependaele (N-VA) die investeringen wil stimuleren door 500 miljoen overheidsgeld te pompen in de private ontwikkeling van betaalbare woningen (zie kader). "Door de private huurmarkt te subsidiëren lok je nog meer beleggers naar huurwoningen, wat de koopprijzen nog meer kan doen stijgen", redeneert hij.