Terwijl 44 procent van de sociale woningen van ontoereikende kwaliteit is, loopt dit voor de betrokkenen op de private huurmarkt op tot 53 procent. Dat blijkt uit berekeningen van het Steunpunt Wonen op basis van gegevens uit het Groot Woononderzoek 2013.

Uit dat grootschalig onderzoek bleek dat in Vlaanderen 37 procent van de bewoonde woningen van ontoereikende kwaliteit is. Voor sociale huurders en de totale groep privéhuurders liep dit op tot respectievelijk 44 en 47 procent. Indien de sociale huurders evenwel een woning zouden huren op de private huurmarkt zou de kans op een woning van ontoereikende kwaliteit liefst 9 procent hoger zijn.

De onderzoekers keken ook naar de aard van de gebreken van de woning. Voor gebreken die wijzen op een structureel ontoereikende kwaliteit kon evenwel geen verschil worden vastgesteld tussen woningen van sociale en gelijke privéhuurders. Ook naar aanwezigheid van verscheidene specifieke gebreken waren er nauwelijks verschillen. Voor gelijke huurders is de kans op opstijgend vocht groter in de sociale huisvesting, maar de kans op problemen in de zekeringskast is dan weer lager.

Wat de huurprijs betreft is hetgeen gelijke huurders betalen voor een sociale woning significant lager dan wanneer ze op de private huurmarkt huren. Wanneer ook gekeken wordt naar woningen van gelijke kwaliteit is het verschil in huurprijs nog hoger. Voor dezelfde kwaliteit betalen gelijke huurders dus minder voor een sociale huurwoning dan een private.