De Belgische woningmarkt is stabiel, blijkt uit onze Vastgoedgids. Nochtans staat Vlaanderen aan de vooravond van een fundamentele - volgens sommigen fundamentalistische - bijsturing van het woonbeleid. De Vlaamse regering wil nog voor de zomer het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen goedgekeurd krijgen. Steden worden dan ingezet om de resterende groene ruimte te beschermen. Ruimte voor werk, woning en recreatie moet intensiever worden ingezet. Daardoor moet het 'ruimtebeslag' minder sterk aangroeien dan vandaag, gemiddeld 6 hectare per dag volgens het Witboek dat het BRV voorbereidt. Vanaf 2040 mag zelfs geen nieuwe ruimte meer ingenomen worden.
...

De Belgische woningmarkt is stabiel, blijkt uit onze Vastgoedgids. Nochtans staat Vlaanderen aan de vooravond van een fundamentele - volgens sommigen fundamentalistische - bijsturing van het woonbeleid. De Vlaamse regering wil nog voor de zomer het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen goedgekeurd krijgen. Steden worden dan ingezet om de resterende groene ruimte te beschermen. Ruimte voor werk, woning en recreatie moet intensiever worden ingezet. Daardoor moet het 'ruimtebeslag' minder sterk aangroeien dan vandaag, gemiddeld 6 hectare per dag volgens het Witboek dat het BRV voorbereidt. Vanaf 2040 mag zelfs geen nieuwe ruimte meer ingenomen worden. Marc Dillen van de Vlaamse Confederatie Bouw vreest dat die 'betonstop' de bouwsector ernstig zal ontwrichten. Het Witboek gaat volgens hem uit van weinig onderbouwde paniekcijfers. De reactie van de Vlaamse Bouwmeester Leo Van Broeck, dat een fietstochtje van Limburg naar Knokke voldoende is om vast te stellen dat er een betonstop moet komen, is een wetenschapper dan weer onwaardig. Toch is het opmerkelijk dat de meeste specialisten zich achter de doelstellingen van het beleidsplan scharen. Op een enkele uitzondering na is er een consensus dat de steden moeten verdichten, en dat in landelijke gebieden nieuwbouw enkel nog kan rond vervoersknopen en nutsvoorzieningen. Meer Vlamingen zullen dan het openbaar vervoer nemen voor hun werk en met de fiets naar de winkel of de crèche rijden. De mobiliteit, de lucht- en de levenskwaliteit zullen erop vooruitgaan. Het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen betekent ook dat meer Vlamingen compacter zullen wonen in stedelijke wooncomplexen. En neen, de Vlaamse stad zal geen Manhattan worden met her en der wat groen. In Vlaanderen wonen slechts 1200 mensen per vierkante kilometer van de ruimte die is bedoeld voor menselijk gebruik. In Engeland, dat op uitzondering van Londen toch niet echt een grootstedelijk karakter heeft, zijn er dat de helft meer. Goede architectuur kan steden en dorpskernen uitbouwen tot aantrekkelijke plaatsen waar ruimte is voor wonen, groen, recreatie, nuts- en levensvoorzieningen. Woningen die niet meer beantwoorden aan de energienormen, gaan het beste tegen de vlakte om plaats te maken voor moderne woongelegenheden. Maar daar wringt het schoentje. Wie een woning koopt en die renoveert in het tempo dat zijn portemonnee aankan, betaalt 6 procent btw op het bouwmateriaal. Maar een ontwikkelaar die een nieuwbouw neerzet, moet zijn project verkopen met 21 procent btw. Dat betekent een aanzienlijk nadeel in de concurrentiestrijd voor de aankoop van bestaande woningen. Bovendien moet een ontwikkelaar zich aan veel meer bouwreglementen houden dan de particulier. De particuliere vernieuwbouw vertraagt dus de verduurzaming van het woonarsenaal. De fiscale discriminatie staat ook haaks op de stedelijke verdichting die Vlaanderen wil stimuleren. Een sloop en heropbouw van bestaande gebouwen maken dat de beschikbare ruimte efficiënter gebruikt wordt. Gaëtan Hannecart van Matexi stelt daarom een eenvormig tarief van 12 procent voor alle bouwwerken voor. Dat is verregaand, maar voor wooncomplexen in steden en dorpskernen is het te verdedigen. Landelijke verkavelingen worden fiscaal ontmoedigd. Het Vlaamse woonbeleid wordt ook tegengewerkt door het kadastraal inkomen, de basis voor de federale onroerende fiscaliteit. Het relatief hoge kadastraal inkomen in steden jaagt kopers van gronden of woningen vandaag naar de buitengebieden. Het ijkpunt van het kadastraal inkomen is nog altijd de verhuurwaarde in 1975. Bloeiende winkelstraten van toen verwerden soms tot achtergestelde stadsbuurten. Omgekeerd werden in de boerendorpen van die tijd intussen villawijken neergepoot. Hun inwoners betalen vandaag belasting op een kadastraal inkomen dat soms lager is dan dat van stadsappartementen van minder vermogende eigenaars. De Vlaamse Bouwmeester wil eigenaars van dorpswoningen via het kadastraal inkomen relatief hoger belasten dan in de stad. Dat hoeft niet eens. Een aanpassing van de bedragen zou al een stap vooruit zijn in de richting van de doelstellingen van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Bovendien wordt die vorm van vermogensbelasting op die manier sociaal gecorrigeerd. Vlaams minister van Wonen Liesbeth Homans (N-VA) pleitte er al voor op die manier de steden fiscaal aantrekkelijker te maken. Dat is een bevoegdheid van haar partijgenoot, de federale minister van Financiën Johan Van Overtveldt. Een groene en sociaal rechtvaardige bijsturing van het kadastraal inkomen, daar kan de minister toch niet tegen zijn?