Aan de vooravond van Batibouw is de bouwsector niet bepaald euforisch, en dat niet alleen omdat de bouwbeurs deze keer alleen digitaal plaatsvindt. De coronacrisis treft de bouwsector nog altijd hard. "Er is weinig verbetering merkbaar", zegt Jean-Pierre Waeytens, de gedelegeerd bestuurder van Bouwunie, de beroepsfederatie van de zelfstandige aannemers. "De vooruitzichten zijn nog altijd minder goed door de onzekerheid bij de gezinnen en de bedrijven. 2021 wordt een overgangsjaar."
...

Aan de vooravond van Batibouw is de bouwsector niet bepaald euforisch, en dat niet alleen omdat de bouwbeurs deze keer alleen digitaal plaatsvindt. De coronacrisis treft de bouwsector nog altijd hard. "Er is weinig verbetering merkbaar", zegt Jean-Pierre Waeytens, de gedelegeerd bestuurder van Bouwunie, de beroepsfederatie van de zelfstandige aannemers. "De vooruitzichten zijn nog altijd minder goed door de onzekerheid bij de gezinnen en de bedrijven. 2021 wordt een overgangsjaar." De aannemers vormen een belangrijke economische sector in België. Ons land telt bijna 150.000 aannemingsbedrijven, blijkt uit cijfers van Trends Business Information (TBI). Dat is één op de tien Belgische ondernemingen. Vier op de vijf zijn eenpersoonszaken. Verleden jaar sloten minder bouwbedrijven de deuren dan in 2019, maar in januari van dit jaar nam het aantal stopzettingen wel toe met 13 procent, bijna uitsluitend door zelfstandigen die ermee kapten. Wat brengt de toekomst? Volgens een enquête van de Confederatie Bouw zijn de orderboekjes bij de helft van de aannemers minder gevuld dan vorig jaar. Bij 8 procent zijn ze bijna leeg. Bij 23 procent zijn de orderboekjes meer dan normaal gevuld. Dat is ook het geval bij 32 procent van de renovatieaannemers (zie kader Corona doet de Belg renoveren). Naast problemen met de omzet lijdt één op de twee bouwondernemingen aan efficiëntieverlies door de hygiënische voorschriften en de afstandsregel. De financiële problemen, die een aantal bouwondernemingen al hadden voor de coronacrisis, nemen toe. Hoewel er in 2020 minder failliet gingen dan in 2019, steeg het percentage bouwbedrijven met een negatief eigen vermogen van 11 naar 15 procent, berekende TBI op basis van de balansen die in juni werden neergelegd. Bij de minste schok gaan die bedrijven onderuit. "De bouwsector is zeker niet het hardst getroffen door de crisis", zegt Pascal Flisch van TBI. "Maar nu vallen er slachtoffers. De zelfstandigen lijken de handhoek in de ring te gooien." "Wij zien bij onze onderaannemers geen significante stijging van het aantal faillissementen", reageert Manu Coppens, de CEO van het bouwbedrijf Vanlaere en de uitvoerend voorzitter van MBG (beide CFE, 3,6 miljard euro omzet). "Maar het kan natuurlijk dat ze in lastige papieren zitten. Grote bedrijven zijn minder kwetsbaar, omdat ze vaak tot gediversifieerde groepen behoren. Bedrijven die overinvesteerden of tijdelijke cashproblemen hadden bij de start van de crisis, kunnen natuurlijk wel in de problemen geraken. Het is niet eenvoudig om het orderboekje te vullen. Grote industriële projecten, zoals Ineos of Total, hebben het moeilijk. Dat heeft een effect op de prijzen bij aanbestedingen, ook voor de onderaannemers." "Nochtans hebben veel grote bedrijven, met een omzet van meer dan 150 miljoen euro, ook een probleem", zegt Dirk Van Tornhout, de topman van VT-Invest. Dat zag zijn omzet toenemen van 111 naar 127 miljoen euro. "Ze hebben nauwelijks operationele marges. Velen zetten daarom in op privaat-publieke samenwerking of het onderhoud van grote projecten om zo de marges te verhogen." Tom Willemen, de CEO van de gelijknamige groep, zag de omzet vorig jaar dalen. Hij hoopt dit jaar op een stabilisatie op 800 miljoen euro, en betere marges. "Bedrijven die al zwakker stonden, een sterke groei gefinancierd hebben of net geïnvesteerd hadden, zullen harder worden getroffen", klinkt het. "Dat geldt minder voor bedrijven die voorzichtiger zijn of aan het uitbollen zijn. Je kunt dus niet stellen dat de goede bedrijven gespaard worden en de slechte verzuipen." Tijdens de eerste lockdown legde Willemen onmiddellijk alle werven stil. "We hadden geen idee van de risico's en de noodzakelijke veiligheidsmaatregelen", aldus Willemen. "Later was er een probleem omdat veel buitenlandse arbeiders naar huis waren getrokken en de terugtocht bemoeilijkt werd door de reisverboden." De tweede lockdown bracht minder problemen. Willemen: "Toch verloren we anderhalve maand door de coronacrisis. Dat haal je niet zomaar op. Stilaan komen we weer op schema." Van Tornhout reorganiseerde in overleg met de klanten in enkele dagen de planning van de werven. "We vroegen en kregen meer tijd. Het effect was al bij al beperkt. De toestand was vrij vlug genormaliseerd. Ook de meeste collega's hebben zich goed aangepast, merk ik." Ook bij Vanlaere en MBG verliep de inhaalbeweging soepel. "We zijn niet blijven werken tijdens weekends of vakanties, om te vermijden dat onze medewerkers het psychisch nog moeilijker zouden krijgen in deze vreemde tijden", aldus Coppens. Een kwart van de bouwbedrijven ondervond aan het begin van dit jaar problemen omdat de buitenlandse bouwvakkers onverwachts in quarantaine moesten na de kerstvakantie. Even werd gevreesd dat die op buitenlandse werven zouden gaan werken. "Iedereen is ondertussen weer aan de slag in België", stelt Marc Dillen van Confederatie Bouw gerust. Na de eerste lockdown waren er wel even problemen met de materialenaanvoer, omdat de stroom uit het buitenland stilviel. "Eén op de zeven bouwbedrijven heeft nog altijd grote aanvoerproblemen", getuigt Dillen. Maar Willemen nuanceert dat: "Hier en daar blijft er wel eens een Spaanse natuursteen of een Turkse tegel achter, maar er is geen structureel probleem. Er is geen algemene malaise, zoals in mei en juni." "De leveringstermijnen zijn wel nog altijd langer", zegt Van Tornhout. "Vooral de aanvoer van isolatiemateriaal verloopt moeilijk." De prijs ervan is tot een kwart hoger dan voor de crisis. De basisgrondstof voor isolatiemateriaal is een bijproduct van de olieraffinage, en die draait op een laag pitje. Ook de prijsstijging van beton (+14%, aldus de Confederatie Bouw) en staal (+10%) speelt de bouwsector parten. "De producenten van basisgrondstoffen werden verrast door de sterk gestegen vraag uit China", denkt Willemen. "Vroeger werden prijsschommelingen opgevangen door tussenhandelaars, die een buffer vormden tegen de volatiele markten. Nu wordt alles onmiddellijk doorgerekend. Zodra er wat meer zekerheid is, zal de zenuwachtigheid wel verdwijnen. Voorlopig weet niemand wat er zal gebeuren."