Ooit zal de brexit voor historici dienen als een schoolvoorbeeld van desastreus politiek leiderschap. David Cameron die zich door parlementair janhagel laat verleiden tot de Russische roulette van een alles-nietesreferendum. Theresa May die als een robot de brexit-mantra herhaalt, maar noch in Londen, noch in Brussel aan haar relaties en allianties werkt. Boris Johnson die een traditionele beleidspartij van hoge stand - de partij van Disraeli, Churchill en Thatcher - instant liquideert voor de fetisj van een politieke deadline.

Ooit zal de brexit voor businessscholen dienen als een studiecase voor een rampzalige onderhandelingsstrategie. David Cameron en zijn symbolische verlanglijstje met verdragsaanpassingen voor Brussel. Theresa May die vanaf de kansel haar rode lijnen declameert. Boris Johnson als de premier met de kortste politieke meerderheid in de Britse geschiedenis.

Maar als we niet bijleren, dreigt de brexit ook augustus 1914, het Verdrag van Versailles en de val van de Berlijnse Muur te vergezellen als een van de dieptepunten van de Europese politieke myopie. In 1914 zag niemand het risico op een oorlog. In Versailles zag niemand het gevaar van de herstelbetalingen voor de fragiele Duitse democratie. Na de implosie van het communisme zag niemand in dat het gekwetste Rusland voorzichtig moest worden aangepakt. En vandaag denkt niemand na over wat de erfenis van een verzuurde brexit kan zijn.

Het is tijd voor een nieuwe speciale relatie met de Britten.

De brexit gaat om veel meer dan economische handel met een land dat zich terugtrekt uit de Europese interne markt. Het Verenigd Koninkrijk - en Engeland in het bijzonder - is een strategische en militaire bondgenoot, een ambitieuze historische natie die op het internationale toneel gemeenschappelijke waarden en belangen koestert. Dat staat niet ter discussie. Maar het kan wel het ongewilde slachtoffer zijn van een verknoeide brexit.

De 21ste eeuw wordt een moeilijke eeuw voor het vergrijzende Europa en zijn edele democratische principes. In die harde wijde wereld horen de Britten aan onze zijde, en wij aan de hunne. We moeten uit de brexit raken met een reservoir van vertrouwen en goodwill aan beide kanten van het Kanaal. Europa kan zich noch een politiek disfunctioneel, noch een politiek nationalistisch of extremistisch Verenigd Koninkrijk veroorloven. We kunnen de Britse natie evenmin opsluiten in een eindeloze reeks apothekersdiscussies over regels, centen en percenten.

Op de politieke deconfiture in Londen wordt in Europa met veel te veel onverschilligheid en gelatenheid gereageerd. Als de volgende Britse verkiezingen nationalisten of extreemlinks aan de macht helpt, zit heel Europa met een kater. Een Britse institutionele crisis is ook onze crisis. Een verbitterde Britse publieke opinie is een grote handicap voor de Europese Unie. Politieke en diplomatieke wonden worden strategische littekens. Als we niet opletten, verlaat Engeland niet alleen de Europese Unie, maar ook Europa.

Het brexit-referendum was een generatieclash waarbij vooral oudere Britten zich emotioneel van het continent afkeerden. Dat kon ons doen uitkijken naar een toekomst waarin de jonge generaties een Europese bestemming voor hun eiland zouden kiezen. Maar als het brexit-proces collectief wordt verknoeid, dreigt de verstandhouding tussen het Verenigd Koninkrijk en Europa diepgaand te verzuren.

De brexit mag dan niet de verantwoordelijkheid van Europa zijn, het is zeker een Europees probleem. Het Verenigd Koninkrijk is niet zomaar een lidstaat. De regels om uit de Europese Unie te treden, zijn niet voor dit scenario gemaakt. Als we niet bereid zijn voor een bijzonder land een bijzondere positie te creëren, dreigen we een bijzondere bondgenoot te verliezen.

De komende weken van relatieve Britse parlementaire rust zijn wellicht de weken van de laatste kans. Ik hoop dat in Berlijn en Parijs de herinnering aan de geschiedenis leeft en dat de verleiding van dominantie sterft. Het is tijd voor een reset met de Britten en voor een nieuwe speciale relatie.