'Wanneer je uit een put klimt, zit je nog altijd in die put.' Met die vergelijking probeert Philip Lane, de hoofdeconoom van de Europese Centrale Bank (ECB), de opwellende angst voor het inflatiespook weg te wuiven. De Europese economie vliegt straks uit de startblokken, het monetaire beleid blijft heel soepel, de overheden gooien met geld en de prijzen van grondstoffen en andere cruciale componenten gingen de voorbije maanden door het dak. In de Verenigde Staten veroorzaakt de inflatie in april (4,2%) onrust.

Maar zeker in Europa is de vrees voor een inflatiegolf voorbarig. Die bedraagt er 1,5 procent. In de zomer kan dat mogelijk boven 2 procent stijgen, maar dat is hoogstwaarschijnlijk tijdelijk. De meeste flessenhalzen in de aanvoerketens zullen over enkele maanden opgelost raken, met uitzondering wellicht van het tekort aan halfgeleiders.

Wees niet bang voor het inflatiespookje.

Voor echte inflatie zijn stevig stijgende lonen nodig en moet het anker van stabiele inflatieverwachtingen worden gelicht. Beide voorwaarden zijn in Europa niet vervuld. Denk aan het loonakkoord in België. Met een loonstijging van 0,4 procent boven de inflatie organiseer je geen loon-prijsspiraal. Ook in andere Europese landen blijven de lonen aan de ketting, vooral omdat de arbeidsmarkt pas in 2023 hersteld zal zijn van de crisis.

Het zomerse inflatiegolfje is veeleer de weerbots van de deflatie na de coronaklap dan het begin van een nieuw prijstijdperk. Als straks het stof van de coronacrisis is gaan liggen, zal de inflatie weer in de oude plooi vallen, met als grootste zorg een te lage inflatie. De ECB verwacht tegen 2023 een inflatie van 1,4 procent, ruim onder haar doel van dicht bij 2 procent. Sinds 2007 heeft het prijspeil in Europa een achterstand van 10 procent opgelopen op het peil dat de ECB nastreeft. Die put in het prijzenpeil zal niet snel gevuld zijn.

'Wanneer je uit een put klimt, zit je nog altijd in die put.' Met die vergelijking probeert Philip Lane, de hoofdeconoom van de Europese Centrale Bank (ECB), de opwellende angst voor het inflatiespook weg te wuiven. De Europese economie vliegt straks uit de startblokken, het monetaire beleid blijft heel soepel, de overheden gooien met geld en de prijzen van grondstoffen en andere cruciale componenten gingen de voorbije maanden door het dak. In de Verenigde Staten veroorzaakt de inflatie in april (4,2%) onrust. Maar zeker in Europa is de vrees voor een inflatiegolf voorbarig. Die bedraagt er 1,5 procent. In de zomer kan dat mogelijk boven 2 procent stijgen, maar dat is hoogstwaarschijnlijk tijdelijk. De meeste flessenhalzen in de aanvoerketens zullen over enkele maanden opgelost raken, met uitzondering wellicht van het tekort aan halfgeleiders.Voor echte inflatie zijn stevig stijgende lonen nodig en moet het anker van stabiele inflatieverwachtingen worden gelicht. Beide voorwaarden zijn in Europa niet vervuld. Denk aan het loonakkoord in België. Met een loonstijging van 0,4 procent boven de inflatie organiseer je geen loon-prijsspiraal. Ook in andere Europese landen blijven de lonen aan de ketting, vooral omdat de arbeidsmarkt pas in 2023 hersteld zal zijn van de crisis. Het zomerse inflatiegolfje is veeleer de weerbots van de deflatie na de coronaklap dan het begin van een nieuw prijstijdperk. Als straks het stof van de coronacrisis is gaan liggen, zal de inflatie weer in de oude plooi vallen, met als grootste zorg een te lage inflatie. De ECB verwacht tegen 2023 een inflatie van 1,4 procent, ruim onder haar doel van dicht bij 2 procent. Sinds 2007 heeft het prijspeil in Europa een achterstand van 10 procent opgelopen op het peil dat de ECB nastreeft. Die put in het prijzenpeil zal niet snel gevuld zijn.