België is toe aan het dessert van de grootste gratis lunch die de overheid ooit in de schoot geworpen kreeg. Die gratis lunch is de gestage daling van de rentelasten in de voorbije jaren. Je kunt zelfs spreken van een gratis copieus diner, een sterrenrestaurant waardig.
...

België is toe aan het dessert van de grootste gratis lunch die de overheid ooit in de schoot geworpen kreeg. Die gratis lunch is de gestage daling van de rentelasten in de voorbije jaren. Je kunt zelfs spreken van een gratis copieus diner, een sterrenrestaurant waardig. Vorig jaar bijvoorbeeld injecteerde die rentebonus nog bijna 2 miljard euro in de begroting. Sinds 2000 zijn de rentelasten gedaald van 6,7 procent van het bbp naar 2,5 procent vorig jaar. In euro's van vandaag is dat een bonus van meer dan 20 miljard euro. België heeft die lunch helaas niet zelf klaargemaakt door via begrotingsoverschotten de staatsschuld af te bouwen. Neen, we mogen op onze blote knieën de spectaculaire daling van de langetermijnrentevoeten danken. Die trend begon aan het begin van de jaren tachtig, maar lijkt nu eindelijk op zijn laatste benen te lopen, als hij al niet gekeerd is. Daar mag de belastingbetaler wakker van liggen, want met een staatsschuld van nog altijd 100 procent van het bbp zijn onze overheidsfinanciën nog altijd heel kwetsbaar voor een rentestijging. Stel u een begrotingsopmaak voor zonder rentebonus, of zelfs met een stijging van de rentefactuur. De regering zou maanden kamperen in Hertoginnendal, verslaafd als ze is aan dat gemakkelijke geld. Ook onder de regering-Michel is de verbetering van het structureel begrotingssaldo grotendeels te danken aan de daling van de rentelasten. Het palmares sinds 2000 is nog slechter: de rentebonus is tot de laatste kruimel opgesoupeerd. De grootste schransers aan tafel waren eerst de paarse regeringen en later de crisisperiode 2008-2011, met als eindresultaat een ontsporing van de uitgaven. Een gouden kans om de vergrijzing te betalen, is gemist. De lege doos van het Zilverfonds is het trieste symbool van dat beleid. Het dessert van de lunch wordt nu geserveerd. Maar opgelet, de Amerikaanse president Donald Trump zit al met de vingers in de taart. In de Verenigde Staten gaan de rentevoeten sinds de zomer van 2016 langzaam in stijgende lijn. Trump zal met een expansief begrotingsbeleid een groter beroep doen op de obligatiemarkten op een moment dat de westerse centrale banken, de grote afnemers van overheidsschulden, hun koopwoede afbouwen. Voor het eerst sinds 2014 zullen de westerse overheden dit jaar meer overheidspapier aanbieden dan de centrale banken opkopen. Dat zal onvermijdelijk een opwaartse druk zetten op de rentevoeten, en niet alleen in de VS. Europa volgt wellicht, zeker als de ECB vanaf september stopt met haar inkoopprogramma van overheidsobligaties. Die geleidelijke normalisatie van de rentevoeten is geen ramp, integendeel. Het is een signaal van een aantrekkende economie. Op korte termijn is dat veel meer een zegen dan een vloek voor onze begroting. De bonus van stijgende belastingontvangsten is veel groter dan de malus van stijgende rentevoeten. De Belgische overheid heeft zich ook mooi ingedekt tegen die stijging door zich op steeds langere termijn te financieren. De gemiddelde looptijd van de Belgische overheidsschuld bedraagt intussen negen jaar, zodat een stijging van de rente heel langzaam zal doorsijpelen in de begroting. Tot 2020 zou de rentelast voort dalen, al neemt de bonus elk jaar af. België geniet op dat moment zelfs van een omgekeerd sneeuwbaleffect. De nominale groei van het bbp is dan groter dan de impliciete rente op de staatsschuld, zodat die schuld voor een stukje vanzelf verdwijnt. Op langere termijn blijft dat feestje natuurlijk niet duren. Het is een doodzonde dat ook deze regering niet beter gebruikmaakt van de goede conjunctuur en van de rentebonus om versneld het begrotingstekort weg te werken en versneld de staatsschuld af te bouwen. Het begrotingsbeleid is, net als in de rest van Europa, te expansief. In deze goede tijden is het wijs een begrotingsoverschot te boeken om zich in slechtere tijden een tekort te kunnen veroorloven. Tegen de feestdis van de rentebonus heeft echter nog geen enkele regering neen kunnen zeggen, om op een dag te moeten vaststellen dat er niet zoiets bestaat als een gratis lunch.