De veertigers, de vijftigers en wellicht ook de dertigers onder ons zullen het tijdens hun carrière als belastingbetaler niet meemaken dat dit land een gezonde begroting presenteert.
...

De veertigers, de vijftigers en wellicht ook de dertigers onder ons zullen het tijdens hun carrière als belastingbetaler niet meemaken dat dit land een gezonde begroting presenteert. Al veertig jaar is het einde van de tunnel in zicht, en dat zal ook de volgende twintig jaar zo blijven. Boven op het structurele wanbeleid van de voorbije decennia boort nu de vergrijzing het perspectief op beterschap de grond in. En de overheidsfinanciën zijn nog zo kwetsbaar, dat we bij de minste tegenslag zo tien jaar extra in de tunnel vertoeven. 2018 wordt helaas geen kanteljaar. De federale begroting voor 2018 kreeg vorige week een stevige veeg uit de pan van Europa. Om de overheidsfinanciën op het rechte pad te houden, vraagt Europa een structurele verbetering van minstens 0,6 procent van het bbp, of ongeveer 2,5 miljard euro. De Europese Commissie ging met de fijne kam door de ingediende begroting en ontdekte slechts een een structurele verbetering van 0,3 procent, waarvan nog eens het gros te danken is aan dalende intrestlasten. Van verbetering is dus amper sprake, en dat zal in het verkiezingsjaar 2019 niet anders zijn. In hun repliek aan de Europese Commissie kloppen minister van Financiën Johan Van Overtveldt en minister van Begroting Sophie Wilmès zich op de borst dat de regering wel degelijk een structurele inspanning levert van ruim 0,7 procent van het bbp. Want, zo redeneert de regering, bij ongewijzigd beleid zou het begrotingssaldo van 2018 met 0,46 procent van het bbp achteruitgaan. Dat het structurele saldo toch met 0,3 procent verbetert, is dus te danken aan een structurele inspanning ter waarde van 0,73 procent van het bbp, zo voert de regering aan. Europa toont uiteraard weinig clementie voor die redenering, maar op zich is die uitleg niet bij de haren gegrepen. Wie een tijdrit moet beginnen met 5 minuten achterstand en eindigt op 5 minuten van de beoogde tijd, heeft naar zijn gevoel de inspanning geleverd die gevraagd werd. Alleen is dat natuurlijk niet genoeg om de koers te winnen.Van Overtveldt en Wilmès leggen op die manier de vinger op de Belgische begrotingswonde. Zonder extra maatregelen gaat het structurele saldo onherroepelijk achteruit, zelfs bij een gunstige conjunctuur en dalende intrestlasten. Bij ongewijzigd beleid gaat het land op termijn failliet, terwijl Nederland en Duitsland dankzij de hervormingen van het verleden bij ongewijzigd beleid surplussen opbouwen. Het mag geen verrassing zijn dat het kalf in België gebonden ligt aan de uitgavenkant. De begroting van 2018 bijvoorbeeld hangt uit de haak omdat de uitgaven te snel stijgen, zo merkt de Europese Commissie op. De primaire uitgaven zullen wellicht zelfs sneller stijgen dan het bbp, wat dit land zich niet kan veroorloven als het de bedoeling is ooit een begroting in evenwicht af te leveren én de overheidsinkomsten tot onder de 50 procent van het bbp te duwen. Vooral de stijgende uitgaven voor pensioenen en gezondheidszorg maken dat de regering elk jaar met een achterstand aan de begrotingsopmaak begint. De sociale uitkeringen stegen de voorbije jaren met 2 à 3 miljard euro per jaar en verdrongen daarbij andere uitgaven, zoals de nochtans ook broodnodige overheidsinvesteringen. Die tendens zet door. Volgens de jongste prognoses zullen de sociale uitgaven uitgedrukt in het bbp nog met ruim 3 procent stijgen tegen 2040. Dat betekent dus dat de volgende regeringen nog dik twintig jaar veroordeeld zijn elk jaar te saneren, alleen maar om een ontsporing van de begroting te vermijden. We hebben al veertig jaar begrotingsellende achter de rug en we hebben de volgende twintig jaar bijgeboekt. Toch hoeft datgeen fataliteit te zijn. Het kan anders, als veel drastischer maatregelen worden genomen. De pensioenhervorming, de taxshift, de verbetering van de concurrentiekracht of de hervorming van de vennootschapsbelasting zijn evenveel stappen in de goede richting, maar ze zijn nog onvoldoende om de overheidsfinanciën gezond te maken. Zolang dat niet gebeurt, blijft de belastingbetaler gegijzeld door het onbetaalbare ongewijzigde beleid.