De Europese Centrale Bank (ECB) zal donderdag wellicht de depositorente verder verlagen, van -0,3 naar -0,4 of zelfs -0,5 procent. Behalve de ECB experimenteren ook de Zweedse, de Deense en de Zwitserse centrale bank sinds de zomer van 2014 met negatieve beleidsrentes, en in januari bracht de Japanse centrale bank de rente op bankreserves onder nul. Via die negatieve rentevoeten willen die instellingen het gevaar op deflatie beperken en de eigen wisselkoers verzwakken.
...

De Europese Centrale Bank (ECB) zal donderdag wellicht de depositorente verder verlagen, van -0,3 naar -0,4 of zelfs -0,5 procent. Behalve de ECB experimenteren ook de Zweedse, de Deense en de Zwitserse centrale bank sinds de zomer van 2014 met negatieve beleidsrentes, en in januari bracht de Japanse centrale bank de rente op bankreserves onder nul. Via die negatieve rentevoeten willen die instellingen het gevaar op deflatie beperken en de eigen wisselkoers verzwakken. Maar welke rimpels hebben die negatieve rentevoeten al teweeggebracht op de financiële markten? Een van de opmerkelijkste vaststellingen valt in Zwitserland te noteren. Daar recupereren de banken de kostprijs van de negatieve rentevoeten via een hogere hypotheekrente voor de gezinnen. De Bank voor Internationale Betalingen (BIS) deed de analyse en stelde deze vier trends vast.Nul is niet langer de ondergrens op de financiële markten. De negatieve beleidsrentes sijpelen net zo goed door naar de financiële markten als positieve rentes dat doen. Zo lenen banken hun geldoverschotten met kortere looptijden (tot drie maanden) aan elkaar tegen negatieve rentevoeten, al is het volume van zulke leningen sterk gedaald, omdat de centrale banken hoe dan ook overvloedig bankreserves beschikbaar stellen. De negatieve beleidsrentes vertalen zich ook in lagere rentevoeten op lange termijn, zoals lagere rentevoeten op overheidsobligaties en leningen aan bedrijven. De precieze impact is moeilijk te achterhalen, omdat die rentevoeten ook dalen door het beleid van geldverruiming (QE) van de centrale banken. De grote uitzondering op de geldmarkten is het spaarboekje. Daar blijft een rente van 0 procent de ondergrens, omdat de commerciële banken de negatieve kortetermijnrentevoeten niet doorrekenen in negatieve spaarrentes. Daar speelt duidelijk de vrees dat spaarders hun spaargeld zullen afhalen, als ze worden geconfronteerd met een negatieve rente. Banken zijn bang dat ze commerciële zelfmoord te plegen als ze als eerste negatieve spaarrentes afficheren. In België kan de spaarrente trouwens niet negatief worden, omdat er tot nader order een wettelijk minimum van 11 basispunten geldt op spaarrekeningen. Op de grote spaardeposito's - bijvoorbeeld van bedrijven - passen de meeste banken wel een negatieve rentevoet toe. In Zwitserland proberen de banken hun rentemarge te beschermen door de hypotheektarieven te verhogen. De Zwitserse banken trokken begin 2015 de rente op hypotheken op, hoewel de rentevoeten op overheids- en bedrijfsobligaties bleven dalen. De banken namen dus een grotere marge op hypotheken om hun winstgevendheid te beschermen. De Zwitserse ervaring plaatst grote vraagtekens achter het nut van negatieve rentevoeten. Als de negatieve beleidsrentes niet resulteren in lagere rentevoeten op leningen aan bedrijven en gezinnen, dan verliezen ze hun reden van bestaan, tenzij het doel louter en alleen is de wisselkoers te verzwakken. Sijpelen de negatieve rentevoeten wel overal door, behalve in de spaarrentes, dan staan de marges en de winstgevendheid van de banken zwaar onder druk. De BIS ziet dat als het grootste risico van het beleid van negatieve rentevoeten. Proberen de banken hun marges te beschermen door ook de spaarrentevoeten te verlagen, dan dreigt hun depositobasis weg te smelten als spaarders hun centen cash afhalen. Hoe je de negatieve rente dus draait of keert, negatieve rentevoeten zetten het klassieke bankmodel zwaar onder druk. Iemand betaalt de factuur: de spaarder, de banken, of finaal toch de kredietnemers via bijvoorbeeld hogere hypotheektarieven. In België kiest de overheid ervoor de spaarder te beschermen en de banken te laten opdraaien voor de negatieve beleidsrente. Uiteraard zijn ook de centrale banken zich bewust van de tegenstrijdigheden die ingebakken zitten in het beleidsinstrument van negatieve rentevoeten. Verschillende centrale banken rekenen de negatieve depositorente daarom niet op alle bankreserves aan. Wellicht zal ook de ECB donderdag maatregelen in die zin nemen. In theorie is een rente van 0 procent de ondergrens, want bij een negatieve rente wordt het rendabeler spaargeld cash aan te houden. In de praktijk is de ondergrens lager, omdat aan het bijhouden van cash geld ook kosten en risico's zijn verbonden (zoals voor de opslag, het transport en verzekeringen). De Zweedse centrale bank gaan voorlopig het verst en hanteert een strafrente van 125 basispunten op sommige reserves die de banken bij haar aanhouden. Maar noch in Zweden, noch in Zwitserland, noch in Denemarken en noch het eurogebied stijgt de vraag naar cash geld, wellicht vooral omdat de spaarrentes tot nu positief bleven. De BIS denkt dat de effectieve ondergrens dichter naar nul zal kruipen als de negatieve rentes langere tijd aanhouden. De markt zal zich aanpassen en technieken ontwikkelen om cash tegen lagere kosten bij te houden. Niemand weet dus waar het omslagpunt ligt. Maar als de banken toch besluiten de spaarrente onder nul te duwen om hun marges te beschermen, dan zal de pijngrens vrij snel worden bereikt.