"Een inflatieschok verdwijnt niet zomaar. Het inflatieproces bouwt geleidelijk op, is daarna enkel nog met grove middelen af te remmen en heeft tijd nodig om tot stilstand te komen. De gevolgen van de eerdere oliecrises zijn bekend. Zonder een goed flankerend beleid is het risico groot dat we een hoge inflatie, een pijnlijke recessie en uit het lood geslagen overheidsfinanciën krijgen", stelt Bas van Aarle, onderzoeker van de KU Leuven en het Vlaams Instituut voor Economie en Samenleving (Vives). Met zijn collega's Joep Konings en Aaron Putseys onderzocht hij de gevolgen van de energieschok op de Belgische economie.
...

"Een inflatieschok verdwijnt niet zomaar. Het inflatieproces bouwt geleidelijk op, is daarna enkel nog met grove middelen af te remmen en heeft tijd nodig om tot stilstand te komen. De gevolgen van de eerdere oliecrises zijn bekend. Zonder een goed flankerend beleid is het risico groot dat we een hoge inflatie, een pijnlijke recessie en uit het lood geslagen overheidsfinanciën krijgen", stelt Bas van Aarle, onderzoeker van de KU Leuven en het Vlaams Instituut voor Economie en Samenleving (Vives). Met zijn collega's Joep Konings en Aaron Putseys onderzocht hij de gevolgen van de energieschok op de Belgische economie. De inflatie heeft al gevaarlijk veel vaart gewonnen. In februari vertoonde de geharmoniseerde consumptieprijsindex in België een stijging met 9,5 procent. Dat is een brutale trendbreuk, na jaren van lage inflatie. De aanjager van die inflatie zijn de fel gestegen prijzen van olie, aardgas en elektriciteit, die samen 10 tot 15 procent van het gezinsbudget opslorpen en een belangrijke kostenpost voor de bedrijven vormen. De oorlog in Oekraïne heeft de stijging van de energieprijzen de voorbije weken nog verscherpt, en vertroebelt de vooruitzichten voor de volgende maanden. De energiecrisis komt boven op de inflatoire krachten van door de pandemie verstoorde productieketens, sterk gestegen grondstoffenprijzen en het tekort aan arbeidskrachten in België. Kortom: de Belgische economie krijgt een stevige inflatieschok, die onze welvaart onder druk zet. De hoge energieprijzen draineren inkomsten uit de economie, de stijgende lonen zetten de concurrentiekracht onder druk en een persistent hoge inflatie brengt onzekerheid mee. Inflatie is ook een aanslag op de niet-geïndexeerde vermogens en inkomens, en brengt zo een ongewenste herverdeling op gang. "Onze belangrijkste boodschap is niet lichtzinnig met deze energie- en inflatieschok om te springen. Onderschat de ernst ervan niet. Als je de inflatie laat voorthollen, krijg je grote problemen. Zachte heelmeesters maken ook in dit geval stinkende wonden", zegt Bas van Aarle. De olieprijzen zijn intussen wat teruggevallen, maar het kwaad is geschied. De hogere energieprijzen hebben een kettingreactie van hogere prijzen en lonen op gang gebracht. "Een energieschok werkt twee jaar door in hogere prijzen en lonen. Pas dan komt het inflatoire aanpassingsproces tot rust", weet Bas van Aarle. De Belgische economie is relatief vatbaar voor een loon-prijsspiraal, omdat de automatische indexering hogere energieprijzen relatief snel vertaalt in een stijging van de lonen. "Onze statistische analyse toont aan dat een stijging van de energieprijzen met 1 procent resulteert in een stijging van de consumptieprijzen en de lonen met 0,1 tot 0,15 procent. De productieprijzen stegen zelfs met 0,25 procent. Als de energieprijzen verdubbelen, stijgen de lonen en de consumptieprijsindex met 10 tot 15 procent", zegt Van Aarle. Het risico op een loon-prijsspiraal is dus groot. Door de hogere energieprijzen stijgen de lonen, wat de bedrijven doorrekenen in hogere prijzen. "Dat kan leiden tot een hardnekkig hoge inflatie, die de economische stabiliteit ondermijnt. De mogelijke positieve effecten van indexering op de koopkracht verdwijnen dan nog sneller. Dat proces sorteert op termijn ook negatieve effecten op de werkgelegenheid, via hogere loonkosten en lagere groei", zegt Bas van Aarle. Een van de grote slachtoffers is de concurrentiekracht van de Belgische bedrijven. Dat komt doordat de prijs- en loondynamiek in België anders is dan in de buurlanden. Daar worden de lonen niet automatisch geïndexeerd, maar volgen ze met vertraging de stijging van de levensduurte. "De energieprijzen hebben een grotere impact op de lonen in België dan in Nederland, Frankrijk en Duitsland", zegt Bas van Aarle. De concurrentiekracht krijgt nu een nieuwe opdoffer, omdat de Belgische productiekosten - een goede graadmeter voor de concurrentiekracht - sneller stijgen dan in onze buurlanden. Ten opzichte van Frankrijk bijvoorbeeld zijn onze kosten met meer dan 20 procent gestegen in vergelijking met 2015 ( zie grafiek). In principe moet de wet op de loonnorm onze concurrentiekracht beschermen, want zij schrijft voor dat de lonen niet sneller mogen stijgen dan in onze buurlanden. "Bij een lage inflatie is dat geen groot probleem, maar bij een hoge inflatie is dat moeilijker, zeker omdat onze handelspartners die inflatie dus minder snel compenseren. Een strikte toepassing van de loonnorm is in dit verband een minimuminspanning en volstaat allicht niet om de verslechtering van de concurrentiekracht te voorkomen", stelt Bas van Aarle. Wat kan het beleid nog meer doen? Wondermiddelen zijn er niet. België kan sinds zijn toetreding tot de eurozone niet langer zelf een streng monetair beleid voeren. Dat komt de Europese Centrale Bank toe. De recente btw-verlaging op aardgas en elektriciteit dempt de stijging van de index en de lonen, maar is een te algemene en een dure maatregel. Een indexsprong dan maar? "In de huidige omstandigheden kan het nuttig zijn de indexering van de lonen even uit te schakelen, ook als signaal dat de overheid het gevaar op een loon-prijsspiraal wil aanpakken. Dat versterkt de geloofwaardigheid van het Belgische economische beleid", meent Bas van Aarle. "Daar staat tegenover dat een indexsprong de koopkracht aantast, wat kan wegen op de consumptie en de groei. Bovendien treft die maatregel vooral de laagste inkomens, die in een crisis al het kwetsbaarst zijn. Een indexsprong is ook pijnlijk als andere kosten, bijvoorbeeld de huur, wel geïndexeerd blijven. Je moet dus een evenwicht vinden tussen de koopkracht beschermen en de concurrentiekracht bewaken. Een indexsprong vergt politieke moed. Het is heel moeilijk uit te leggen dat een indexsprong nu helpt om later een loon-prijsspiraal te vermijden." De regering zou die spiraal ook kunnen proberen te breken met prijscontroles. Zelfs in de Verenigde Staten woedt een stevig debat over het opleggen van maximumprijzen. De kritiek luidt dat die het aanbod nog meer dreigen te beperken, wat schaarste kan veroorzaken, of nog meer inflatie wanneer de prijzen weer vrij worden gelaten. "Het is een gewaagde maatregel", zegt Bas van Aarle. "Maar als de hoge energieprijzen het gevolg zijn van speculatie en niet van schaarste op de markt, kunnen prijscontroles interessant zijn. Tijdelijke maximumprijzen voor energie vallen te overwegen, als de situatie niet normaliseert. Ze zullen vooral effectief zijn als de Europese Unie ze invoert. Op die manier wordt de inflatoire dynamiek doorgeknipt."