There's no business like showbusiness. Dat versleten cliché uit een musical van de jaren veertig was in oorsprong een lofzang op het muzikantenleven. Tegenwoordig heeft de uitspraak een cynisch randje, want in weinig andere sectoren zijn de wetten van vraag en aanbod harder dan in de showbizz.
...

There's no business like showbusiness. Dat versleten cliché uit een musical van de jaren veertig was in oorsprong een lofzang op het muzikantenleven. Tegenwoordig heeft de uitspraak een cynisch randje, want in weinig andere sectoren zijn de wetten van vraag en aanbod harder dan in de showbizz. Dat blijkt ook uit de cijfers van de auteursrechtenorganisatie Sabam. Al zijn daar naast muzikanten ook podiumkunstenaars en schrijvers bij aangesloten. In 2016 keerde Sabam niet minder dan 107 miljoen euro uit. Driekwart van de artiesten kreeg minder dan 1000 euro. Slechts 27 artiesten of 0,6 procent kregen meer dan 100.000 euro auteursrechten uitbetaald. Een bakker bakt brood. Een muzikant verkoopt muziek. Maar brengt dat laatste ook brood op de plank? De cd-verkoop staat al vijftien jaar onder druk van de digitale muziekconsumptie. Aanvankelijk via illegale downloads en tegenwoordig vooral door het toenemende succes van streamingdiensten zoals Spotify, Apple Music of Deezer. Een artiest als Flip Kowlier verkocht vijftien jaar geleden ruim 40.000 exemplaren van Ocharme Ik, terwijl van zijn jongste project Ertebrekers slechts een kleine 7000 exemplaren over de toonbank gingen. Dat laat zich in de portemonnee voelen als vijf tot zes keer minder inkomsten uit de platenverkoop, terwijl beide albums het nochtans goed deden in de hitparade.Volgens de jongste cijfers van de Belgian Entertainment Association (BEA) lijkt een kentering ingezet. De omzet uit muziekverkoop groeit weer. Met dank aan betaalde streaming en de heropleving van vinyl. Van de 117 miljoen euro omzet in België komt nog 47 procent uit cd-verkoop. Maar zoals vroeger wordt het nooit meer. "In de jaren negentig werden er nu eenmaal meer cd's verkocht", zegt Herman Hulsens van het boekingskantoor Peter Verstraelen (onder andere Intergalactic Lovers, Het Zesde Metaal en Triggerfinger). "Voor wie vandaag de top 20 niet haalt, zijn de inkomsten uit cd-verkoop verwaarloosbaar." Vooralsnog biedt betaalde streaming onvoldoende tegengewicht. Dat is ook logisch: één cd fysiek verkopen, levert een artiest enkele euro's omzet op. Een gezinsabonnement op Spotify heb je al voor 15 euro. En dat geeft toegang tot een schier eindeloze cd-bibliotheek. Per stream krijgt een artiest een minuscule vergoeding. Zijn hogere abonnementsprijzen een oplossing? Dat jaagt mensen wellicht opnieuw richting illegaal downloaden, zegt Hulsens. "Ik geloof niet dat streaming de gedaalde verkoopcijfers ooit volledig zal opvangen." Maar er zijn ook optimisten. Patrick Guns, de CEO van Universal Music België en bestuurder bij BEA, gelooft wel in de groeiende inkomsten die streaming genereert. Volgens de platenbaas staat ons land voor een inhaalbeweging. In Nederland wordt een smartphone verkocht inclusief Spotify-abonnement. Dat maakt een verschil van een paar miljoen abonnees. Terwijl bij ons de teller voorlopig op een half miljoen abonnees blijft steken. Ook Werner Dewachter ziet streaming positief evolueren. Hij runt het boekingskantoor Busker (Gabriel Rios, Flip Kowlier, Selah Sue, ...), maar is ook de man achter het platenlabel Petrol. "De streaminginkomsten stijgen", zegt hij. "Wie een echte hit scoort, ziet het aantal keren dat zijn nummer gestreamd wordt, oplopen tot in de miljoenen. Op dat moment komen de inkomsten opnieuw in de buurt van wat een artiest vroeger verdiende op de verkoop van zijn platen." De digitalisering van de muzieksector heeft het verdienmodel van de muzikanten veranderd. De inkomsten uit concerten zijn belangrijker geworden. Sabam registreerde vorig jaar niet minder dan 24.000 live-optredens in het 'lichte genre' en 3400 van zogenoemde 'ernstige muziek'. Een blik op de zomerse festivalkalender maakt bovendien duidelijk dat er in de afgelopen decennia meer aandacht is gekomen voor lokale artiesten. Veel speelkansen betekent nog niet dat artiesten nu massaal geld scheppen. "Het aantal artiesten dat uitsluitend van zijn concerten kan leven, blijft beperkt", zegt Hulsens. "De gages en ticketprijzen zijn wel gestegen, maar dat is relatief. Een brood was twintig jaar geleden ook goedkoper." Bovendien staat er internationale druk op de livemarkt. Er zijn meer artiesten, en die willen allemaal vaker spelen. Grote internationale tournees duren bovendien gemiddeld langer. Vroeger bracht AC/DC een plaat uit, en speelde de groep één keer in België. Nu doet zo'n internationale tournee alle continenten aan, komt de groep zeker twee keer naar ons land. Dat overaanbod voelt de beginnende Belgische artiest. Hulsens: "Belgen hebben het nadeel van een kleine thuismarkt. Er zijn niet veel mogelijkheden om te spelen. Mocht Het Zesde Metaal in Frankrijk procentueel even succesvol zijn als hier, dan zou de groep daar heel goed van kunnen leven. Nu schrijft Wannes Capelle ook tv-scenario's. Dat is het verschil tussen een thuismarkt met 5 miljoen inwoners en één met 80 miljoen." In 2014 maakten onderzoekers van de UGent een studie over de socio-economische positie van kunstenaars. Volgens het onderzoek ligt het netto-mediaaninkomen van beroepsmuzikanten in loondienst op 20.000 euro. De professionele muzikant die zelfstandig is in hoofdberoep, factureert een brutomediaaninkomen van 24.000 euro. Voor de helft van de muzikanten in bijberoep ligt dat gefactureerde totaal lager dan 5000 euro. Een ander frappant cijfer: de helft van de bevraagde muzikanten speelt minder dan twintig concerten per jaar. Een groep met vier leden die 5000 euro per optreden krijgt, verdient zo op in jaar nauwelijks 100.000 euro bruto. Daarvan moeten kosten voor sessiemuzikanten, hotels, verplaatsingen, commissies voor het management en de boekingsagent enzovoort nog worden afgetrokken.Wat er per kop overblijft, is geenszins een riant inkomen. Voor de meeste Belgische artiesten is zo'n jaarinkomen trouwens al erg hoog gegrepen. Hulsens: "Heel veel opkomende artiesten spelen geregeld voor tarieven die nauwelijks volstaan om uit de kosten te komen. Een carrière als professionele muzikant is een langetermijninvestering. Ik snap dat heel wat jonge mensen iets willen doen in de muziek, maar we moeten de aankomende generatie verduidelijken dat een leefbaar loon niet voor iedereen is weggelegd. Wie zijn job wil opgeven om zich volledig aan de muziek te wijden, denkt beter twee keer na." Muzikanten experimenteren ook met twee klassieke economische recepten: geografische expansie en diversificatie van de inkomsten. Selah Sue doet het goed in enkele Europese landen, Intergalactic Lovers trekt steeds meer fans in Duitsland en Triggerfinger is een begeerde festivalgast in Nederland. Maar het buitenland bewerken, brengt ook veel kosten met zich. Neem een groep als Het Zesde Metaal. Voor de promotie van haar zevende plaat trok de groep rond Wannes Capelle naar Nederland voor een radiosessie en wat concerten. De kosten voor transport en overnachtingen zijn in zo'n promotietournee niet inbegrepen. De goedkopere opnametechnieken maken dat tegenwoordig elk startend groepje meteen een plaat heeft en wil gaan toeren. De competitie om internationaal door te breken, wordt er alleen maar groter door. Maar het kan wel. Selah Sue zit bij een Frans platenlabel en doet het ook daarom goed in Frankrijk. Ze speelt zowel in België als in Frankrijk op de grote festivals. Werner Dewachter: "Dan spreek je over andere bedragen. Toch is het ook mogelijk om zonder buitenlandse concerten een redelijk inkomen op te bouwen. Flip Kowlier hangt door wat hij doet vast aan de Vlaamse markt, maar leeft al twintig jaar van zijn muziek." Ligt de geografische expansie moeilijker, dan is diversificatie een optie. Zo zijn er de inkomsten buiten het normale concertcircuit, zeg maar bedrijfsfeesten en buurthappenings. "Die markt is er altijd geweest, maar je ziet dat ook de grotere namen er actiever in worden", zegt Erik Brosens van Art of Entertainment (Regi, Christoff, De Romeo's, ...). Tot slot neemt ook het belang van merchandise toe. Denk daarbij niet enkel aan T-shirts en stickers, maar ook aan vinylplaten en cd's. De gepersonaliseerde verkoop met handtekening en bijbehorende selfie wint terrein. "Ook al omdat er gewoon minder platenwinkels zijn dan vroeger", merkt Werner Dewachter op. "Voor de meeste artiesten ligt daarin niet het grote geld, maar het helpt de kosten te drukken." Wie veel cd's verkoopt, wordt vaak op de radio gedraaid. En wie vaak wordt gedraaid, ontvangt veel auteursrechten. Dewachter: "Het hangt ook af van het type artiest. Sommige niches worden niet vaak gedraaid op de radio. Toch zijn de meeste muzikanten blij als hun jaarlijkse royalty's in de bus vallen. Vaak is dat net het extraatje waardoor het mogelijk is om te blijven voortdoen." Naast de royalty's per verkochte cd, krijgt een artiest afrekeningen voor auteursrechten (Sabam) en naburige rechten (Playright). De eerste zijn rechten voor de componist, de tweede voor de uitvoerder. De auteursrechten die Sabam in 2016 inde, beliepen 44,8 miljoen euro via radio en tv, 2,2 miljoen via het onlinesegment, 70,2 miljoen voor de openbare uitvoeringen en 9,5 miljoen voor de verkoop van cd's en dvd's. Die bedragen worden verdeeld over binnenlandse en buitenlandse auteurs. Een en ander maakt dat voor driekwart van de aangesloten componisten de jaarlijkse afrekening lager ligt dan 1000 euro. Playright int de naburige rechten en kon vorig jaar 4 miljoen euro doorstorten aan 9569 muzikanten die in België wonen. Bovendien betaalde de beheersmaatschappij nog een kleine 14 miljoen euro aan buitenlandse muzikanten. Ook hier valt de ongelijke verdeling op: van de 64.930 uitbetaalde artiesten kregen slechts 389 uitvoerders meer dan 10.000 euro. Ruim 6200 artiesten kregen een bedrag tussen 500 en 5000 euro. Meer dan de helft moest het stellen met een som die in het beste geval opliep tot 10 euro. "De moderne technologie brengt mensen dichter bij hun favoriete muzikant", zegt Ioan Kaes, adviseur bij de beheersmaatschappij PlayRight. "Maar tegelijk is de muzikant verder dan ooit verwijderd van de vergoeding voor zijn muziek. Het businessmodel van streamingdiensten steunt op wat de consument bereid is te betalen voor toegang tot een onuitputtelijke catalogus. Artiesten en producenten kunnen daardoor zelf de eindprijs niet meer vastleggen. De relatie tot hun reële productiekosten verdwijnt."