Vorige woensdagochtend op de markt in De Haan: "Mevrouw, ik wil u waarschuwen, volgende week wordt het brood 10 cent duurder." Ik kreeg een déjà vu van mijn eerste stappen op de arbeids- en consumentenmarkt in de jaren zeventig. Toen waren er tot acht indexaanpassingen per jaar. Je wist dat verschillende producten een week later duurder zouden worden. Ik leende voor een woning tegen een intrestvoet van 12 procent. In die wereld leerde ik economisch denken. Ik hoor nog mijn docent economie, professor Mark Eyskens, betogen over de duivelse spiraal van de inflatie. Op vraag van de studenten wat daaraan te doen was, antwoordde hij: "Op papier kan een regering een aantal dingen doen, maar in de praktijk bitter weinig."

De toenmalige docent in leiderschap en motivatie bepleitte participatief leiderschap. Zijn voorbeeld: wasserij Schepers. Het personeel moest uitleggen aan de klant dat de prijzen nog maar eens gestegen waren. Ze kozen voor de volgende aanpak: "Mevrouw, alles wordt duurder: de koffie, de benzine, en ook de was."

Vanaf 1986 keerde het tij radicaal. Ik heb die vele jaren van superlage inflatie nooit begrepen, laat staan een negatieve rente aangevoeld. Hoe kan dat toch? Een moderne economie is toch automatisch het slachtoffer van inflatie? Nee dus, dat bleek elke dag opnieuw. Toch bleef bij mij de herinnering levendig, net zoals mijn vader vertelde dat mensen in Duitsland na de Eerste Wereldoorlog waardeloos geld met kruiwagens naar de bank brachten.

Nu ervaren we een omgekeerd fenomeen. Onze besluitvormers hebben nooit inflatie ervaren en nooit de machteloosheid van de consument, de producent en de overheid gevoeld tegenover die duivelse spiraal. Zij kennen inflatie uit de boekjes, uit verhalen over andere landen, over incompetente centrale banken en corrupte politici. Inflatie? Connais pas.

Het brood wordt 10 cent duurder.

Inflatie wakkert inflatie aan. Mensen vertellen elkaar verhalen, en die wakkeren de inflatie aan. Ik liet die woensdagochtend mijn kans niet liggen: "Mevrouw, ik hoorde u net zeggen dat het brood 10 cent duurder wordt." De reactie kwam razendsnel, het verhaal zat fris in haar achterhoofd: "Meneer, alles wordt duurder, de ovens stoken kost elke week meer." Ik hoorde wasserij Schepers anno 1974. De consument geeft de toestemming aan de producent om duurder te worden, want hij kent de verhalen van duurder transport, schaars hout en stilgevallen Chinese havens. Het is alsof de consument en de producent samenzweren om alles almaar duurder te maken.

Economen hadden mij nochtans gerustgesteld. Inflatie is geen probleem. Wij maken wereldwijd duizenden miljarden euro's schulden, en dat is geen probleem. De inflatie is laag en zal laag blijven. Nu ook troosten de economen mij: volgende lente worden de energieprijzen wel weer normaal. Maar het is niet de eerste keer dat economen - het is inderdaad geen exacte wetenschap - de plank misslaan. Wat zal er gebeuren als de inflatie in de lente niet daalt, maar nog een flinke duw in de rug krijgt? Ik ben geen politicus en moet dus niet zeggen dat ik de mensen niet nodeloos ongerust mag maken. Veronderstel dat de mensen wel ongerust worden. Dan zullen ze waarschijnlijk nu al hun investeringsgoederen kopen en niet wachten tot ze duurder geworden zijn. Dat soort gedrag zal dan de inflatie aanwakkeren en de consument bewijzen dat hij gelijk heeft. Inderdaad, een duivelse spiraal.

Beleggers die alleen maar stijgende beurzen hebben gekend, hebben veel vragen als de beurzen wegglijden. Dat kennen ze niet. Hetzelfde geldt voor consumenten die nooit inflatie hebben gekend. Je leest nu al de eerste tips over hoe we op dure energie kunnen besparen. Maar wat moet je doen als alles duur wordt? De weekendbijlagen van de kranten kunnen al hun artikels schrijven. Ze zullen weldra van pas komen.

Vorige woensdagochtend op de markt in De Haan: "Mevrouw, ik wil u waarschuwen, volgende week wordt het brood 10 cent duurder." Ik kreeg een déjà vu van mijn eerste stappen op de arbeids- en consumentenmarkt in de jaren zeventig. Toen waren er tot acht indexaanpassingen per jaar. Je wist dat verschillende producten een week later duurder zouden worden. Ik leende voor een woning tegen een intrestvoet van 12 procent. In die wereld leerde ik economisch denken. Ik hoor nog mijn docent economie, professor Mark Eyskens, betogen over de duivelse spiraal van de inflatie. Op vraag van de studenten wat daaraan te doen was, antwoordde hij: "Op papier kan een regering een aantal dingen doen, maar in de praktijk bitter weinig." De toenmalige docent in leiderschap en motivatie bepleitte participatief leiderschap. Zijn voorbeeld: wasserij Schepers. Het personeel moest uitleggen aan de klant dat de prijzen nog maar eens gestegen waren. Ze kozen voor de volgende aanpak: "Mevrouw, alles wordt duurder: de koffie, de benzine, en ook de was." Vanaf 1986 keerde het tij radicaal. Ik heb die vele jaren van superlage inflatie nooit begrepen, laat staan een negatieve rente aangevoeld. Hoe kan dat toch? Een moderne economie is toch automatisch het slachtoffer van inflatie? Nee dus, dat bleek elke dag opnieuw. Toch bleef bij mij de herinnering levendig, net zoals mijn vader vertelde dat mensen in Duitsland na de Eerste Wereldoorlog waardeloos geld met kruiwagens naar de bank brachten. Nu ervaren we een omgekeerd fenomeen. Onze besluitvormers hebben nooit inflatie ervaren en nooit de machteloosheid van de consument, de producent en de overheid gevoeld tegenover die duivelse spiraal. Zij kennen inflatie uit de boekjes, uit verhalen over andere landen, over incompetente centrale banken en corrupte politici. Inflatie? Connais pas.Inflatie wakkert inflatie aan. Mensen vertellen elkaar verhalen, en die wakkeren de inflatie aan. Ik liet die woensdagochtend mijn kans niet liggen: "Mevrouw, ik hoorde u net zeggen dat het brood 10 cent duurder wordt." De reactie kwam razendsnel, het verhaal zat fris in haar achterhoofd: "Meneer, alles wordt duurder, de ovens stoken kost elke week meer." Ik hoorde wasserij Schepers anno 1974. De consument geeft de toestemming aan de producent om duurder te worden, want hij kent de verhalen van duurder transport, schaars hout en stilgevallen Chinese havens. Het is alsof de consument en de producent samenzweren om alles almaar duurder te maken. Economen hadden mij nochtans gerustgesteld. Inflatie is geen probleem. Wij maken wereldwijd duizenden miljarden euro's schulden, en dat is geen probleem. De inflatie is laag en zal laag blijven. Nu ook troosten de economen mij: volgende lente worden de energieprijzen wel weer normaal. Maar het is niet de eerste keer dat economen - het is inderdaad geen exacte wetenschap - de plank misslaan. Wat zal er gebeuren als de inflatie in de lente niet daalt, maar nog een flinke duw in de rug krijgt? Ik ben geen politicus en moet dus niet zeggen dat ik de mensen niet nodeloos ongerust mag maken. Veronderstel dat de mensen wel ongerust worden. Dan zullen ze waarschijnlijk nu al hun investeringsgoederen kopen en niet wachten tot ze duurder geworden zijn. Dat soort gedrag zal dan de inflatie aanwakkeren en de consument bewijzen dat hij gelijk heeft. Inderdaad, een duivelse spiraal. Beleggers die alleen maar stijgende beurzen hebben gekend, hebben veel vragen als de beurzen wegglijden. Dat kennen ze niet. Hetzelfde geldt voor consumenten die nooit inflatie hebben gekend. Je leest nu al de eerste tips over hoe we op dure energie kunnen besparen. Maar wat moet je doen als alles duur wordt? De weekendbijlagen van de kranten kunnen al hun artikels schrijven. Ze zullen weldra van pas komen.