De tijd van de financiële privacy is definitief voorbij", verwittigt Anton van Zantbeek, advocaat bij Rivus en professor aan de Brusselse Fiscale Hogeschool. "De OESO, de G20, de Europese Unie en de Verenigde Staten strijden voor meer internationale financiële transparantie op verschillende terreinen. Binnen een jaar of twee zitten alle belastingplichtigen met zwart geld met de broek op de enkels."

Vermogensregister in de maak

"Binnenlandse structuren gaan ook voor de bijl door het onlangs verder uitgebouwde vermogensregister", waarschuwt advocaat Jan Tuerlinckx. De vierde Europese anti-witwasrichtlijn, die dit jaar van kracht werd, verplicht de lidstaten om voor 27 juni 2017 een register aan te leggen, dat de ultimate benificial owners (UBO), de uiteindelijke belanghebbende eigenaars van de ondernemingen oplijst. Elk bedrijf moet een register van alle rechtstreekse en onrechtstreekse aandeelhouders met een minimumparticipatie van 25 procent aanleggen. Ook trusts en fiduciaires met fiscale gevolgen moeten informatie vrijgeven over de begunstigden en alle andere natuurlijke personen die zeggenschap uitoefenen.

Het UBO-register staat open voor overheidsinstellingen en alle ondernemingen die informatie moeten vrijgeven door de witwaswetgeving: finan-ciële instellingen, accountants, notarissen en vastgoedmakelaars. De databank is ook toegankelijk voor iedereen met "een rechtmatig belang", om zo mogelijke witwaspraktijken, de financiering van terrorisme of zware misdrijven (corruptie, fraude, belastingontduiking) bloot te leggen.

"Zelfs onderzoeksjournalisten", schampert Van Zantbeek. "Dat wordt lachen. Structuren die tot nog toe volledig anoniem zijn, worden nu open en bloot gepubliceerd en openbaren iemands vermogen. Dat zal niet alleen jaloezie opwekken, het is een reëel veiligheidsgevaar. Ook potentiële kidnappers lezen immers Trends en Knack. Dat is niet zo vergezocht. In augustus werd een dochter van een Duitse ondernemer nog gekidnapt omdat hij bekendstond als vermogend."

"Vermogende Belgen maken zich zorgen", signaleert Gerd Goyvaerts, partner bij het fiscale advocatenkantoor Tiberghien. "Er zijn andere dan fiscale redenen om hun vermogen af te schermen. Met het UBO-register is een grens overschreden. Nadat banken, notarissen en advocaten werden gebruikt als witwasbuffer, worden nu ook perfect wettelijke structuren ingeschakeld in de zogenoemde strijd tegen witwassen. Amper 0,1 procent van de meldingen in het register heeft misschien illegale vermogens als oorsprong. Misdadigers vinden echt wel andere wegen dan een Belgische notaris of advocaat om geld te witten. Onder de noemer van de strijd tegen het witwassen worden de 99,9 procent legale vermogens onder vuur genomen. En dat de Belgische schatkist er aan het einde van de rit beter van wordt, is dan mooi meegenomen."

Tuerlinckx noemt het UBO-register "de missing link in het vermogenskadaster". "Vennootschappen bleven even buiten schot. Nu niet meer." Het onroerend vermogen wordt al geregis-treerd door het kadaster. Hij wijst erop dat sinds begin dit jaar bij de Nationale Bank van België ook het Centraal Aanspreekpunt (CAP) operationeel is. Het is een databank met bankrekeningen, kredietovereenkomsten en contracten voor vermogensbeheer. Het CAP mag die info alleen vrijgegeven in fraudeonderzoeken. Tuerlinckx: "Dat kan snel veranderen. Voorlopig is het register enkel bedoeld in de strijd tegen witwassen. Maar je kan er donder op zeggen dat de fiscus de toelating zal krijgen om een fishing expedition op te zetten in de zoektocht naar fiscale fraude. Zo'n sluipende besluitvorming is niet nieuw. Het vakje voor buitenlandse rekeningen op de belastingbrief was aanvankelijk ook informatief bedoeld. Vandaag is het de bron voor de kaaimantaks."

"Wat zichtbaar wordt, wordt tastbaar", vult professor fiscaliteit Michel Maus (VUB, Bloom Advocatenkantoor) aan. "En wat tastbaar is, wordt belastbaar. De kaaimantaks is pas doeltreffend als de fiscus voldoende inzicht heeft in de buitenlandse rekeningen. Het UBO-register en de CAP geven de aanzet voor de opbouw van een binnenlands vermogensregister."

Internationale transparantie

Tuerlinckx: "De Belgische overheid weet binnen twee jaar alles over het binnenlandse vermogen van de Belgen. Internationaal is er een gelijkaardige transparantietendens, die werd ingezet in 2005." Dat jaar trad de eerste Europese spaarrichtlijn in werking. Die verplichtte de EU-lidstaten informatie te geven over de opbrengsten van rekeningen van fysieke personen. België deed eerst nog een beroep op een uitzonderingsregime. De rekeninghouder betaalde een belasting aan de bron, die de Belgische fiscus dan voor driekwart doorstortte aan zijn land. België ging in 2009 overstag. Het gaf in 2011 aan 26 landen dan toch de informatie over 250.000 bankrekeningen (vooral van Fransen) door.

Oostenrijk en Luxemburg hanteerden dit uitzonderingsregime nog een tijdje, maar zullen vanaf 2016 ook de financiële informatie overmaken aan de andere Europese belastingadminis-traties. Ook Zwitserland werkt nog onder deze uitzondering. Het werd zo een populair oord voor zwarte vermogens. Maar ook die laatste reddingsboei in Europa verdwijnt in 2018, wanneer Zwitserland informatie zal doorgeven aan de Europese lidstaten over de saldo's en de intresten van hun burgers. Vanaf 2016 gebeurt deze financiële informatie-uitwisseling trouwens automatisch, zonder dat de lidstaat er uitdrukkelijk om moet vragen. De spaarrichtlijn werd geleidelijk uitgebreid tot andere inkomsten. Vanaf dit jaar flitst de informatie over inkomens, tantièmes, presentiegelden, pensioenen, eigendom van en inkomsten uit onroerend goed, stichtingen, trusts en aanverwante structuren over de Europese landsgrenzen heen en weer. Op 1 januari 2017 wordt de Europese spaarrichtlijn weer uitgebreid tot informatie over producten met kapitaalbescherming, beleggingsfondsen, tak21- en tak23-verzekeringsproducten. Van Zantbeek: "Vroeger praatten de fiscale overheden in de Europese Unie niet met elkaar, behalve als er sprake was van zware fraude. Dat is binnenkort definitief passé."

Jacht op belastingparadijzen

De OESO zette in 1998 een internationale jacht op belastingparadijzen in. De organisatie definieert belastingparadijzen als landen zonder transparantie die een lage belasting heffen voor bepaalde structuren zonder substan-tiële economische activiteiten. Er was een zwarte lijst van belastingparadijzen. Er werd ook een grijze lijst gepubliceerd, waarop ons land stond. Na een reeks maatregelen die de financiële transparantie bevorderde (bijvoorbeeld via belastingverdragen), verdween België in 2009 van de lijst. Ook vandaag nog sluiten landen als Monaco en Liechtenstein onder internationale druk zogenoemde Tax Information Exchange Agreements.

De evolutie kreeg vaart na de G20 van Londen in april 2009, toen met sancties werd gedreigd tegen de landen op de zwarte OESO-lijst. De stemming was radicaal omgeslagen sinds 1998. De regeringsleiders hadden op hun thuisfront te maken met schandalen, zoals de KB Lux-affaire in Nederland, het UBS-zwartgeldcircuit in de Verenigde Staten en de Duitse rekeningen bij de Liechtensteinse LGT Bank. Frankrijk zag grote vermogens met veel tromgeroffel vertrekken naar belastingparadijzen, terwijl de Franse burger de crisis na 2008 verwerkte. In de Verenigde Staten waren er naast financiële argumenten voor meer transparantie ook veiligheidsoverwegingen, omdat terroristische organisaties zich verscholen in belastingparadijzen. Het gelobby van de banken voor het behoud van het bankgeheim was verzwakt na hun bail-out, die de overheden miljarden had gekost. "De argumenten voor de noodzaak van het bankgeheim, zoals privacy en financiële stabiliteit, waren hierdoor volledig achterhaald", aldus Van Zantbeek.

Het hek was helemaal van de dam met de Amerikaanse Foreign Account Tax Compliance Act (FACTA) van 2010. De Amerikaanse belastingdienst IRS was het beu dat Europese financiële instellingen schermden met het bankgeheim als hij financiële informatie over Amerikaanse belastingplichtigen vroeg. Sinds 2014 worden ondernemingen die niet meewerken, voor 30 procent belast op alle inkomsten uit de Verenigde Staten. Alle Europese landen, ook Zwitserland en Liechtenstein, gingen uiteindelijk overstag.

Internationale fiscale datamining

Er komt dus een enorme vloedgolf van financiële informatie op de belastingdiensten af. Om die te stroomlijnen werkte de OESO aan de Common Reporting Standard (CRS). Alle vijftig leden verspreiden vanaf 2017 deze informatie op een gestandaardiseerde wijze. "België heeft zijn vermogenskadaster voor binnenlandse gegevens", voorspelt Tuerlinckx. "Met de CRS-data kan de fiscus bestuderen waar de Belgische belastingplichtigen wereldwijd een verborgen appeltje voor de dorst hebben. Datamining zal de belastingcontroleur in 2020 - zodra een en ander op kruissnelheid loopt - met een druk op de knop toelaten het binnenlandse en buitenlandse roerende en onroerende vermogen van de belastingplichtige in kaart te brengen. Het bankgeheim blijkt een luchtkasteel en het vermogen van de Belgen wordt een glazen huis."

"Vluchten kan niet meer", signaleert Anton van Zantbeek. "Het is verontrustend hoeveel zwarte vermogens nog halsstarrig op zoek gaan naar schimmige fiscale sluipwegen (zie kader Belastingparadijzen van de toekomst?). Mijn cliënten weten ondertussen wel beter: regulariseer je zwarte vermogen. Dan slaap je rustiger. Hoe sneller ze dat doen hoe beter, want elke ronde wordt het tarief hoger. Bij de eenmalige bevrijdende aangifte in 2004 was er slechts een boete van 6 tot 9 procent. Dat is in vergelijking met vandaag een cadeau. Wie nu regulariseert, betaalt een minimumboete van 20 procent voor de inkomsten, plus 36 procent voor het zwarte kapitaal" (zie kader Fiscale regularisatie 2016-2021).

"Wat er uiteindelijk gebeurt als alle informatie bekend wordt, laat zich raden", zegt Tuerlinkcx. "De huidige regering zal het niet wagen een vermogenswinstbelasting as such in te voeren. Maar als de socialisten weer in de regering zitten, zullen ze waarschijnlijk niet kunnen weerstaan aan hun natuurlijke drang om dat te doen. De fiscale opbrengsten liggen gewoon voor het grabbelen."